De Hongaars-Amerikaanse psycholoog Edith Eva Eger is op 98-jarige leeftijd overleden. Ze overleefde de Holocaust en werd na de oorlog wereldberoemd als therapeut die anderen van hun trauma’s afhielp. Toch lukte het haar zelf lange tijd niet om de stilte over haar eigen ervaringen te doorbreken.
Wanneer concentratiekamp Gunskirchen in mei 1945 eindelijk bevrijd wordt, gaat dat niet gepaard met gejuich. De bevrijding komt in stilte. Edith Eva Eger ligt roerloos tussen een stapel lichamen, te zwak om een teken van leven te geven. Het is haar zus Magda die de aandacht van de soldaten trekt door een sardineblikje omhoog te houden en er zonlicht op te laten schijnen.
De zussen worden ternauwernood gered. Maar de vrijheid maakt geen einde aan de honger, ziekte en angst. De oorlog is voorbij, maar de wereld is er nog niet klaar voor om Eger en al die anderen als mens te verwelkomen. Laat staan dat er woorden zijn voor hoe ze moeten omgaan met wat ze hebben meegemaakt.
‘Je gedachten kan niemand je ontnemen’
Als jong meisje is de Hongaarse Edith Eger zo goed in ballet en gymnastiek dat ze geldt als een Olympische belofte voor het nationale gymnastiekteam – totdat antisemitisme daaraan een einde maakt. Joden mogen het land niet meer vertegenwoordigen. Op haar zestiende wordt ze samen met haar ouders en zusje opgepakt en gedeporteerd. Voordat ze uit de veewagon stapt en concentratiekamp Auschwitz binnengaat, zegt haar moeder iets wat haar houvast zal worden: ‘Je gedachten kan niemand je ontnemen.’
Eger draagt de woorden van haar moeder als een schild. Hoewel ze uitgehongerd, bang en machteloos is, beseft ze dat de bewakers haar innerlijk niet kunnen raken: ze kan zélf kiezen hoe ze reageert. Ze weigert de haat waarmee ze is omringd in zichzelf te laten wortelschieten. Wanneer de beruchte nazi-dokter Josef Mengele, die medische experimenten uitvoert op gevangenen, Eger vraagt om voor hem te dansen, doet ze dat. Ze doet haar ogen dicht en beeldt zich in dat het Tsjaikovski is waarnaar ze luistert. Ze danst Romeo en Julia alsof ze in het operagebouw van Boedapest staat.
Wanneer de geallieerde troepen in 1945 oprukken, worden de gevangenen gedwongen Auschwitz te verlaten. Samen met al die anderen maken Eger en haar zus Magda een zes maanden durende dodenmars door het instortende nazi-Duitsland, tot ze concentratiekamp Gunskirchen bereiken. Tijdens de lange en slopende tocht voelen sommige gevangenen zich gedwongen mensenvlees te eten om te overleven. Eger weigert. Ze eet alleen gras, vastbesloten om die morele grens nooit te overschrijden.
Geen ruimte om wreedheden te verwerken
De pijn blijft, ook wanneer Eger en haar zus na de oorlog terugkeren in hun geboortedorp. Lange tijd had Eger nog hoop gehad: dat ze haar vriend Eric zou terugzien, dat haar ouders haar weer in hun armen zouden sluiten. Maar eenmaal thuis hoort ze dat zij de oorlog niet hebben overleefd. Vanwege aanhoudende gezondheidsproblemen belandt Eger in een tuberculoseziekenhuis in de bergen. Daar komt ze, na alles wat ze heeft doorstaan, voor haar grootste beproeving te staan: iedere dag haar bed uit komen. Wat heeft het voor zin? In Auschwitz was er iets geweest om tegen te vechten, nu zitten de demonen in haarzelf.
‘Overleven’ was steeds haar doel geweest. En nu? Ze gaat verder met haar leven alsof er niks is gebeurd: ze trouwt, krijgt twee dochters, emigreert naar Amerika, richt zich op het hier en nu. ‘Toen mijn dochter op haar tiende een boek over de concentratiekampen ontdekte en vroeg of ik daar was geweest, vluchtte ik de badkamer in,’ vertelt ze later in een interview. ‘”Nee, nee, nee, ik was daar niet!”, wilde ik schreeuwen. Ik stond op het punt de spiegel kapot te slaan. Maar ik hield me in.’

Eger hult zich in stilzwijgen. De wederopbouw na de oorlog gaat over gebouwen, infrastructuur en instituties, maar er is geen ruimte om de wreedheden te verwerken. Over emoties praat men niet. Dat ingrijpende gebeurtenissen ook psychologische wonden – trauma’s – veroorzaken, is nauwelijks bekend. Eger voelt zich ongelukkig. Eerst geeft ze de schuld aan haar man, vertelt ze in een interview. Ze scheiden. ‘Maar gaandeweg kwam ik erachter dat het niet aan hem lag maar aan mij: ik had het contact met mezelf afgesneden.’ Ze gaat op haar veertigste weer verder met studeren: klinische psychologie. ‘Ik denk dat ik onbewust mezelf wilde helpen.’ Haar man vertelt ze dat ze hem mist en dat ze aan zichzelf wil werken. Ze hertrouwen.
Eger gaf het verkeerde antwoord
In eerste instantie helpt Eger vooral anderen. Ze specialiseert zich in traumatherapie en leert haar patiënten dat ze geen slachtoffer zijn, want een slachtoffer is machteloos. Je kunt je verleden niet veranderen, maar je kunt wel veranderen hoe je ermee omgaat, houdt ze patiënten voor. ‘Zeg niet: “waarom is mij dit overkomen?”, maar: “hoe wil ik verder?”’
Zelf lukt het haar nauwelijks. Decennialang spreekt ze niet in het openbaar over Auschwitz, worstelt ze met flashbacks en wordt ze vooral verteerd door een allesoverheersend schuldgevoel. Totdat ze Auschwitz opnieuw bezoekt. Daar beleeft ze opnieuw het moment waarop Josef Mengele aan de zestienjarige Eger vraagt: ‘Is zij je moeder of je zus?’
‘Ik gaf het antwoord dat ik me al die jaren had weigeren te herinneren, tot mijn terugkeer in Auschwitz,’ vertelt ze later in een interview. ‘”Moeder.”’ Op het moment dat ik het uitsprak, realiseerde ik me al dat ik ‘zus’ had moeten zeggen.’ Met dit antwoord tekende Eger haar moeders doodsvonnis: ‘oudere’ vrouwen werden meteen doorgestuurd naar de gaskamer.
‘De rest van mijn leven zou ik moeten leven met het idee dat ik haar had kunnen redden. Terug in Auschwitz besefte ik dat ik mezelf kon blijven geselen met die gedachte, of ervoor kiezen mezelf te accepteren: dat ik toen het verkeerde woord zei omdat ik honger had, doodsbang was, slechts zestien en omgeven door blaffende honden, geweren en onzekerheid. Ik mag menselijk en niet perfect zijn.’
Vanaf dat moment wil Eger de waarheid vertellen over wat er is gebeurd. In 2017, op negentigjarige leeftijd, schrijft ze haar hele verhaal op in een boek: De Keuze. Het wordt een bestseller. Ze deelt haar verhaal zodat ‘haar ouders en miljoenen anderen niet voor niets zijn gestorven.’
Specialist op het gebied van PTSS
Nadat ze in 1978 promoveerde als klinisch psycholoog, kreeg Edith Eger een betrekking aan de Universiteit van Californië in San Diego. Daar opende ze ook een eigen kliniek om cliënten te helpen met traumaverwerking. Als psycholoog werd ze bekend dankzij haar ideeën over PTSS. Ze moedigde patiënten aan om hun negatieve gedachten te veranderen, omdat die hen volgens haar ‘gevangen hielden’. Haar belangrijkste tips deelde ze in 2020 in haar boek Het Geschenk: cliënten moesten hun traumatische verleden onder ogen komen en hun pijn verwerken in plaats van wegstoppen. Dat verhaal deelde ze ook bij populaire Amerikaanse televisieprogramma’s als The Oprah Winfrey Show, en tijdens lezingen in binnen- en buitenland.
Meer weten
- De keuze. Leven in vrijheid (2017) door Edith Eger is de bestseller over haar tijd in Auschwitz en werk als psycholoog.
- The Ballerina of Auschwitz: A dramatic retelling of the choice (2024) is Edith Egers laatste boek, waarin ze haar oorlogservaringen beschrijft vanuit het perspectief dat zij als tiener had.
- Post-Holocaust antisemitism and the ascent of PTSD (2016) door Dagmar Herzog is een artikel over de eerste erkenning van het trauma van overlevenden van de Holocaust.
- In een video-interview met het Jewish Learning Institute vertelt Edith Eger haar oorlogsverhaal.
Dit artikel is onderdeel van het Europese project RECONSTRUCT over de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. RECONSTRUCT bestaat uit verhalen, een workshop en het toneelstuk Pyrrha gooit een steen. Kom naar de try-outs op 5 of 6 juni in Amsterdam! Tickets vind je hier.
