In 1634 legden de Japanners Deshiuma aan, een kunstmatig eiland voor de kust van Nagasaki om ‘vreemde invloeden buiten de deur te houden. Anne Sey onderzoekt hoe de wisselwerking tussen de Japanners en de Nederlanders daar verliep.
De Portugezen waren de eerste bewoners van Deshima, maar vanaf 1641 tot 1853 verbleven de ‘Hollanders’ er – een ruim begrip. Op de schepen die vanuit Batavia het eiland aandeden bevonden zich ook andere Europeanen, zoals Noren, Zweden en Duitsers. In de ogen van de Japanners waren deze westerlingen ‘roodharigen’, waarmee ze tevens refereerden aan hun mythologie: roodharige goden brachten ziekten en ramspoed in hun contreien. De Hollanders moesten hun christelijke zendingsdrang vooral voor zichzelf houden: geen kerken en Kerstmis op het eiland. De Japanners vonden hen maar rare jongens, vies ook. ‘Gaan de Hollanders/ naar het kasteel van de shogun/ dan zwermen vliegen hen na,’ aldus een van hun spotgedichten.
Japanoloog Sey richt zich op de materiële en immateriële cultuur om het dagelijkse leven op het eiland in kaart te brengen. Ze behandelt onderwerpen als eten en drinken, kleding, feestvieren, tuinieren, vrijetijdsbesteding, toneel en muziek maken. Maar ook de omgang met Japanse vrouwen, tot slaaf gemaakten, tolken en andere ambtenaren. Want hoezeer de Japanse autoriteiten het contact met de Europeanen ook wilden ontmoedigen, er vond wel degelijk een ontmoeting plaats tussen Oost en West, met alle versmelting van culturen van dien.
De Hollanders droegen – getuige hun boedelinventarissen – Japanse kleding, de Japanners deden zich te goed aan hamu (‘ham’), kōhi (‘koffie’) en zeneifuru (‘jenever’). En er ontstond zoiets als een Japanse tuinkunst in het Westen. Hoogtepunt van deze honger naar kennis van de oosterse levenswijze was het werk van Philipp Franz Balthasar von Siebold (1796-1866), de vader van de japanologie. Hij bracht als ambtenaar in dienst van het KNIL de Japanse flora en fauna in kaart, schreef een encyclopedie en verwekte bij een Japanse vrouw een dochter. In 1829 werd hij van het eiland verbannen, toen hij Japanse landkaarten naar Batavia probeerde te smokkelen, een ernstig vergrijp tegen de sakokuk (‘afsluiting’) die het shogunaat nog altijd nastreefde.
Sey heeft een publieksboek over Deshima willen schrijven, zo vermeldt ze in haar proloog. Daar hoort ook een uitdrukkelijke aanwezigheid als auteur bij, wat soms irriteert. Maar haar kennis van Deshima is duizelingwekkend en passioneel. Daarmee weet ze de lezer te enthousiasmeren.
Deshima. Het dagelijks leven op de Nederlandse handelspost in Japan
Anne Sey
432 p. Walburg Pers, € 29,99

