Home Biografisch Woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland

Biografisch Woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland

  • Gepubliceerd op: 18 apr 2003
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Hans Renders

Precies een halve eeuw geleden nam P.J. Meertens (meneer Beerta uit Het Bureau van Voskuil) het initiatief tot het samenstellen van een biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland. Ruim dertig jaar lang werd voorwerk verricht. Namenlijsten die eerst waren goedgekeurd door commissies, bleken later gewijzigd te moeten worden. Medewerkers kwamen en gingen, lemma’s werden in het Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis voorgepubliceerd.

        In 1986 verscheen dan eindelijk het eerste deel van het Biografisch Woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging (BWSA). Schrijnend biografisch feit achter dit decennialang voorbereide project was dat Meertens in 1985 was overleden. In het voorwoord van het afsluitende deel 9, dat dit jaar verscheen, krijgt Meertens alle credits voor zijn baanbrekende werk. Zijn naam staat als eerste op de titelpagina. Maar in de kleine lettertjes bewijst zich de mierenvlijt van de overige 205 medewerkers die dit megaproject tot een einde hebben gebracht.
        De voltooiing van het BWSA valt samen met de voltooiing van de sociaal-democratie in Nederland. Althans, daar lijkt het in dit roerige tijdsgewricht sterk op. In elk geval zijn die 205 enthousiastelingen de kwartiermakers voor de historici die met deze bouwstenen een tijdperk definitief zullen bijzetten. Is de linksdenkende mens terughoudender waar het om uitwisseling van het persoonlijke gaat en is hij minder geïnteresseerd in het menselijke aspect van de geschiedenis? En wat maken biografische feiten en interpretaties duidelijk over publieke personen dat voor het nageslacht meer is dan ‘leuk om te weten’? Het historisch-materialisme heeft aan de biografie tenslotte weinig aandacht besteed.
        In de eerste plaats dienen biografica, zo blijkt wel uit het BWSA, om de geschiedenis te vermenselijken en daarmee misschien op een andere manier te begrijpen. Des te onrechtvaardiger is het om in algemene termen over deze negen delen persoonlijke informatie te spreken. Maar onvermijdelijk.

Zweverige types
Het BWSA bestrijkt de sociale bewegingen in de periode 1840-1940; de meeste schetsen van de 500 mannen en 74 vrouwen gaan over onderwijzers (87), op afstand gevolgd door juristen (37), predikanten/priesters (33) en het relatief kleine aantal van 18 over schrijvers en publicisten. Elk deel is dikker dan het vorige en vrouwelijke medewerkers hebben meer aandacht voor karakterologische trekken en familieomstandigheden, zo schrijft de redactie bij wijze van inleiding in het laatste deel.
        De vrouwelijke medewerkers moeten dan jong zijn, want de ouderen ‘streefden voor alles discretie na’. Dat klinkt nogal onheilspellend als inleiding op een biografisch woordenboek, maar het mag gezegd dat de redactie zich met succes tegen deze scrupuleuze houding heeft verzet, net zoals medewerkers met marxistische of revisionistische voorkeuren geredresseerd zijn geen richtingenstrijd te gaan voeren.
        De redactie geeft eerlijk toe dat het moeilijk was hagiografische bijdragen te weren en specialisten uit eigen kring over de schuttingen van hun zuilen te laten kijken. Katholieken staan er daarom spaarzaam in en representanten van vroege protestants-emancipatorische bewegingen zoals Réveil en Afscheiding zijn helemaal niet vertegenwoordigd. Toch ziet de redactie ‘achter de honderden schetsen het bewijs van de maakbaarheid van de samenleving’. Daar kun je verschillend over denken, als je leest hoeveel energie er is gestoken in het Comité van Actie tegen de bestaande Opvattingen omtrent Misdaad en Straf of het Comité voor Moederbescherming en Sexuele Hervorming.
        Ten behoeve van het Nationaal Pseudoniemen Archief heb ik alle lemma’s gescreend op schuilnamen en onder aftrek van bijnamen, officieel gewijzigde namen, artiestennamen en andere namen die niet bedoeld zijn om te publiceren achter een masker kwam ik op 521 pseudoniemen. Blijkbaar had bijna iedere sociaal-democraat een pseudoniem en een grote behoefte om te publiceren.
        Opvallend is dat er zoveel huwelijken op scheiding uitliepen. En het aantal door de redactie genoemde ‘vrije huwelijken’ is niet te tellen. Wat een ‘vrij huwelijk’ precies betekent is niet duidelijk, maar iets positiefs wordt er niet mee bedoeld. Over de anarchistische uitgever Jan Sterringa stond er aanvankelijk dat hij voor zijn huwelijk met Trijntje Vroegop een vrij huwelijk met haar was aangegaan, waarmee werd bedoeld dat hij met haar samenwoonde. In het laatste deel, waarin aanvullingen en correcties op de lemmata uit de eerste acht delen zijn opgenomen, staat echter: ‘Uit nader onderzoek is gebleken dat van een vrij huwelijk met Trijntje Vroegop geen sprake is geweest.’
        Henriëtte van der Meij is een van de vele ‘eerste’ vrouwelijke journalisten van Nederland en krijgt daarom een keurig lemma van een paar bladzijden. Maar waarom de aalmoezenier Henri Poels met elf pagina’s is bedeeld, blijft onduidelijk. Je kunt lang discussiëren over de vraag of negen bladzijden voor de revolutionair-socialistische vakbondsleider Henk Sneevliet niet wat veel is in vergelijking met de vier bladzijden over de sociaal-democratische politicus Pieter Jelles Troelstra. Multatuli krijgt weer twaalfenhalve bladzijde. Waarom? Misschien om aan te geven dat de sociale beweging niet alleen maar onderbouw vertegenwoordigt, maar ook vol esoterische, mystieke en zweverige sprituele types zit. Of zou het aan de lemmaschrijvers liggen?
        Felix Ortt is een illustratieve figuur voor het esoterische. Uit het lemma over hem wordt wel duidelijk dat deze vegetarische filososoof zich inzette voor de ‘vergeestelijking van het seksuele leven’. Hij scheidde een stroom artikelen af voor het propagandablad van de idealistische organisatie Rein Leven waarin hij in permanent gevecht was met de ‘uraniërs’, zoals homoseksuelen werden genoemd. Ortt wilde dat de uraniërs zich ook vergeestelijkten en zich niet overgaven aan de geslachtsdaad. Ortt bemoeide zich met alle denkbare clubjes. Hij zette zich in tegen de vivisectie en publiceerde in het Tijdschrift voor Parapsychologie over pneumatisch-energetisch monisme. Ook hield hij zich bezig met occultisme. Terwijl hij zich dagelijks onderdompelde in koud water (op het balkon van zijn huis stond een badkuip), mijmerde hij over praktisch socialisme, het wezen der homeopathische geneeswijze en de dierenziel.

Toekomstbeeld
Het is jammer dat de toelichtingen op het BWSA in het laatste deel lang geleden zijn geschreven en daarna niet werden geactualiseerd. Het Biografisch Woordenboek van Nederland lijkt daarom nog niet verder dan één deel te zijn gekomen, terwijl daarvan vorig jaar toch echt het vijfde is afgekomen en de reeks Privé-domein van De Arbeiderspers bevat in het BWSA geen 250 maar 150 delen.
        Toch is laatste deel van het BWSA onmisbaar, vanwege de aanvullingen, het cumulatieve onderwerpen- en personenregister, de literatuuropgave en andere bibliografische gegevens. Op die manier kan worden nagegaan dat in het eerste deel een bijzonder gebrekkig lemma over Schaepman staat, de grondlegger van de katholieke arbeidersbeweging. Curieus zijn de correcties die tot fouten leiden. In het lemma over Franc van der Goes wordt de roman Looking Backward van E. Bellamy genoemd, maar bij de correcties wordt dit socialistisch toekomstbeeld ten onrechte aan William Morris toegeschreven.
        Deze kritiek en zelfkritiek laat onverlet dat het BWSA een waardig monument in de geest van P.J. Meertens is geworden. De lectuur ervan leidt onvermijdelijk tot een verslavende nieuwsgierigheid naar een passie voor het betere in de wereld die nu al tot de prehistorie lijkt te behoren.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al vanaf €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Acteurs met geweren bij de opanes van Bridge at Remagen
Acteurs met geweren bij de opanes van Bridge at Remagen
Artikel

Hollywoodsterren kregen plotseling te maken met echte tanks

Om kosten te besparen week de filmcrew van oorlogsepos The Bridge at Remagen uit naar Tsjecho-Slowakije. Maar Moskou werd zenuwachtig van de met scherp schietende acteurs in Amerikaanse en nazi-uniformen. Toen de Sovjets Tsjecho-Slowakije binnenvielen om een einde te maken aan de Praagse Lente, kwamen de opnames ook tot een abrupt einde. ‘No shooting today...

Lees meer
Beatrice de Graaf
Beatrice de Graaf
Column

Beatrice de Graaf: ‘Amerikaans amateurisme bedreigt de NAVO’

Op een heuvel aan de mond van de rivier de Darth ligt het statige Royal Naval College, het langgerekte roodbakstenen gebouw waar de 13-jarige prinses Elizabeth tijdens een bezoek met haar ouders verliefd werd op de toen 18-jarige adelborst Philip. Dat was niet de belangrijkste reden waarom ik daar in de meivakantie een rondleiding nam....

Lees meer
Thijssen tijdens de mobilisatie in 1939
Thijssen tijdens de mobilisatie in 1939
Artikel

Eén tip kostte verzetsleider Lange Jan de kop

Verzetsleider Jan Thijssen lag in het najaar van 1944 dwars bij de vorming van de Binnenlandse Strijdkrachten. Niet lang daarna werd hij onder verdachte omstandigheden gearresteerd door de Duitsers. Wie had hen gebeld? Op de koude donderdag 8 maart 1945 lagen langs de Arnhemseweg bij Woeste Hoeve ruim honderd levenloze lichamen in een lange rij...

Lees meer
Overblijfselen van een tweede-eeuwse insula in Ostia.
Overblijfselen van een tweede-eeuwse insula in Ostia.
Interview

Toen er snel woningen moesten komen, bouwden de Romeinen de hoogte in

Vanwege de woningnood wil Den Haag woontorens van 230 meter bouwen. Toen er in de tweede eeuw steeds meer arbeiders naar de Romeinse havenstad Ostia trokken, ging de stad ook de hoogte in bouwen. Die Romeinse appartementen waren een stuk veiliger dan vaak wordt gedacht, vertelt oudheidkundige Saskia Stevens. Dit artikel krijg je van ons...

Lees meer
Loginmenu afsluiten