Home Collaboratie in de doofpot

Collaboratie in de doofpot

Johannes Houwink ten Cate

Historicus

Gepubliceerd op: 22 september 2003

Update 7 april 2020

Noodzakelijk kwaad. De bestraffing van economische collaboratie in Nederland na de Tweede Wereldoorlog door Joggli Meihuizen. 848 p. Boom, euro 40,00

Als er één thema uit de bezettingsgeschiedenis gekleurd is door de politieke atmosfeer van het moment, dan is het wel de economische collaboratie en de - al dan niet mislukte - berechting daarvan. In de linkse jaren zeventig zette Loe de Jong op uitvoerige wijze de toon van de discussie. Hij betoogde dat de bestuurlijke elite die in de bezette Nederlandse gebieden was achtergebleven - de secretarissen-generaal van de ministeries onder aanvoering van H.M. Hirschfeld - de inschakeling van de Nederlandse industrie voor de Duitse oorlogsindustrie actief had bevorderd. In zijn latere veroordeling van de zijns inziens 'verknoeide' berechting van de economische collaborateurs, herhaalde De Jong de verwijten die het voormalige verzet de naoorlogse regering hierover al eerder had gemaakt. 

Eind jaren tachtig werd er aan dit beeld gemorreld, als eerste door Peter Romijn. Hij voerde in zijn proefschrift algemene bezwaren aan tegen het karikaturale beeld dat het voormalige verzet van de 'afrekening met het kwaad' had gegeven. Hij werd daarin gevolgd door ondergetekende, zijn toenmalige NIOD-collega, die zich in 1990 door naoorlogse verklaringen van collaborateurs in de luren liet leggen. Dat toont Joggli Meihuizen in zijn vorige maand verdedigde proefschrift Noodzakelijk kwaad overtuigend aan. 

Dit levenswerk van ruim achthonderd bladzijden, dat gezien de langdurige ziekte van Meihuizen op de dood is veroverd, valt eigenlijk in twee delen uiteen. Het eerste deel is een qua precisie meer dan voortreffelijke beschrijving van de onderhandelingen met de Duitsers kort na de invasie over de fabricage van oorlogsmaterieel voor de vijand. Het tweede bevat een minstens even goede beschrijving en analyse van de manier waarop de politiek-bestuurlijke elite de economische collaboratie na 1945 in de doofpot stopte. Dit met het oog op de wederopbouw. 

Meihuizens onderzoeksmethodiek en beschrijvingswijze doen op het eerste gezicht denken aan die in Milja van Tielhofs boek Banken in bezettingstijd, dat dit jaar verscheen. Het lijkt een nieuwe trend te zijn: ook in dit werk worden besluitvormingsprocessen in detail gereconstrueerd. Zo kan worden aangetoond dat aanpassingsgezindheid geen automatisme was, maar een bewuste strategie. Eveneens kan worden vastgesteld dat in flagrante strijd met de bestaande wetgeving werd gehandeld. Bovendien blijkt uit deze studie dat prominente betrokkenen na de bevrijding over het in de oorlog gevoerde beleid misleidende, dan wel ronduit leugenachtige verklaringen aflegden. Maar de portee van het boek van Meihuizen is breder, omdat hij op basis van zeer uitgebreid bronnenonderzoek de relatie tussen de verschillende Nederlandse elites centraal stelt. 

Meihuizens uiteindelijke conclusies zijn scherp. Uiteraard wordt er in dit proefschrift wetenschappelijk gemitst en gemaard, maar het staat er toch zonder omwegen. De naoorlogse regering wilde eigenlijk helemaal niet dat het bedrijfsleven, 'ter verantwoording werd geroepen'. Dit was 'eerst en vooral' een 'noodzakelijk kwaad'. Meihuizen schrijft verder: 'Het vervolgingsbeleid was er weloverwogen op gericht degenen die van belang waren voor de wederopbouw te sauveren.' Er was 'klassenjustitie'. 'In nauwe samenwerking met de ambtelijke, politieke en justitiële elites' probeerde 'de industriële elite aan strafrechtelijke aansprakelijkheid te ontkomen'. 'In eendrachtige samenwerking' werd 'alle gevaar afgewend'. 

Zo sluit Meihuizens conclusie nauw aan bij die van Loe de Jong uit de jaren zeventig. Onderlinge samenwerking ging de Nederlandse elites, in de huns inziens vóórtdurende crisistijd, buitengewoon goed af. Dit is niet alleen een meer dan uitmuntende dissertatie; het is ook nog een levenswerk en daarbij een links boek, dwars tegen de tijdgeest in. 

Johannes Houwink ten Cate is hoogleraar holocaust- en genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam.

Nieuwste berichten

Tienduizenden Marokkanen proberen bij Ceuta de grens over te steken.
Tienduizenden Marokkanen proberen bij Ceuta de grens over te steken.
Interview

Spanje wilde Ceuta niet afstaan als het Gibraltar niet kreeg

Tienduizenden Marokkaanse jongeren staken massaal de grens over bij de Spaanse exclave Ceuta. Paolo De Mas, voormalig directeur van het Nederlands Instituut Marokko, legt uit hoe Ceuta eeuwen geleden in Spaanse handen kwam en bleef. ‘Voor Marokko is Ceuta een handzaam middel om pijnlijke politieke druk uit te oefenen op Spanje.’ Na nepnieuws en oproepen...

Lees meer
Soldaten bestormen het strand van Normandië in Pressure.
Soldaten bestormen het strand van Normandië in Pressure.
Artikel

Metereologen ruziën over D-Day in film ‘Pressure’

Weersvoorspelling een saai onderwerp? Niet als het verloop van een oorlog ervan afhangt. Het op feiten gebaseerde Pressure toont de hoogoplopende ruzie tussen geallieerde meteorologen over de verwachting voor D-Day. Bedolven onder tegenstrijdige adviezen moet opperbevelhebber Dwight Eisenhower beslissen over de invasiedatum. Als D-Day een maand eerder was gepland, waren meteorologen het volstrekt met elkaar...

Lees meer
Vijftiende-eeuwse bruiloft in Florence, door Giovanni di ser Giovanni Guidi.
Vijftiende-eeuwse bruiloft in Florence, door Giovanni di ser Giovanni Guidi.
Interview

In Florence waren niet de huizen, maar de huwelijken onbetaalbaar

Wie een woning wil, moet vaak overbieden: twee derde van de huizen in Nederland wordt boven de vraagprijs verkocht. In de Renaissance hadden Florentijnen ook last van overbiedingsgekte: doordat rijke families de prijs opdreven, ontstond er ‘bruidsschatsinflatie’, vertelt historicus Marlisa den Hartog. ‘Bruidsschatten werden een financiële markt op zich.’ Hoe zag de vijftiende-eeuwse Italiaanse huwelijksmarkt...

Lees meer
Archeologen leggen de fundering van een Romeins badhuis bloot in Nijmegen, 2026.
Archeologen leggen de fundering van een Romeins badhuis bloot in Nijmegen, 2026.
Interview

Nieuwbouwwijken op Romeinse ruïnes: hoe kunnen we erfgoed bewaren?

Bij archeologische opgravingen in Nijmegen is het grootste Romeinse badhuiscomplex in Nederland ontdekt. Maar op de plek van de opgraving wordt binnenkort een nieuwe woonwijk gebouwd. Hoogleraar Monique van den Dries legt uit hoe archeologen en projectontwikkelaars elkaar kunnen helpen om Nederlands erfgoed zichtbaar te bewaren. Over een paar jaar staat het Nijmeegse Waalfront vol...

Lees meer
Loginmenu afsluiten