Home De machtigste familie van India

De machtigste familie van India

  • Gepubliceerd op: 26 januari 2021
  • Laatste update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Koen Vossen
  • 14 minuten leestijd
De machtigste familie van India

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €3,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Al een eeuw trekt de Nehru-Gandhi-dynastie in India aan alle touwtjes. De familie leverde maar liefst drie premiers. 

Dynastieke politiek lijkt slecht te passen bij een democratie. Niet afkomst, maar individuele kwaliteiten en overtuigingskracht bepalen in een democratie immers wie mag regeren. Toch zijn er genoeg voorbeelden van machtige families in democratische stelsels, zoals de families Kennedy en Bush in de Verenigde Staten, de Papandreous in Griekenland, de Trudeaus in Canada en vader en dochter Le Pen in Frankrijk. De machtigste democratische dynastie is ongetwijfeld de Nehru-Gandhi-dynastie, die al honderd jaar het Indian National Congress (of Congrespartij) domineert en al drie premiers heeft geleverd.

De grondlegger van de dynastie is niet, zoals weleens wordt gedacht, Mohandas ‘Mahatma’ Gandhi – de spiritueel vader van de Indiase natie is zelfs niet eens verwant aan deze dynastie –, maar Motilal Nehru, een steenrijke advocaat uit Allahabad die in 1919 voorzitter werd van de Congrespartij. Wel werd zowel Motital als zijn zoon Jawaharlal Nehru sterk beïnvloed door de legendarische vrijheidsstrijder die in 1915 vanuit Zuid-Afrika in India arriveerde. Met hun geaffecteerde Engels, liefde voor Shakespeare en dure maatpakken leken vader en zoon Nehru Britser dan Brits, maar onder invloed van Mahatma gingen ze zich Indiaas kleden en zetten ze zich in voor een definitieve onafhankelijkheid van Groot-Brittannië. Jawaharlal, die in 1929 zijn vader opvolgde als voorzitter van de Congrespartij, ging hierin verder dan Motilal en zou uiteindelijk Gandhi’s onvermoeibare, politiek begaafde rechterhand worden. Uiteindelijk werd niet de enigszins wereldvreemde Mahatma Gandhi, maar de raspoliticus Jawaharlal Nehru in 1947 de eerste premier van het onafhankelijke India.

Strikt seculier

Zelden zal een politicus voor zo’n kolossale taak zijn gesteld als Jawaharlal Nehru in 1947. Met zijn toentertijd al meer dan 400 miljoen inwoners was het onafhankelijke India een duizelingwekkend mozaïek van religies, volkeren, talen, kasten en semi-autonome vorstenstaten. De strijd voor onafhankelijkheid was uitgemond in de afscheiding van twee overwegend islamitische delen, die samen Pakistan vormden. De scheuring leidde tot grootschalig geweld, met honderdduizenden dodelijke slachtoffers en een enorme volksverhuizing: ongeveer 7 miljoen hindoes en sikhs vluchtten naar India, terwijl eenzelfde aantal moslims naar Oost- of West-Pakistan vertrok. Door onenigheid over de grenzen en over de status van het overwegend islamitische Kashmir bleef de relatie met Pakistan uitermate gespannen. Tot overmaat van ramp werd Mahatma Gandhi, het symbool van India als eenheidsnatie, op 30 januari 1948 doodgeschoten door een hindoenationalist.

Gelukkig wist Nehru zich omringd door een aantal zeer capabele politici, zoals minister van Binnenlandse Zaken Sardar Patel, de sluwe diplomaat Krishna Menon en minister van Justitie Bhimrao Ramji Ambedkar, de eerste dalit (of ‘onaanraakbare’) die een toppositie kreeg. Bovendien erfde Nehru van de Britten een al tamelijk goed functionerend ambtenarenapparaat, een kleine, maar goed opgeleide middenklasse en een redelijke infrastructuur. De Indiase staat die Nehru optuigde steunde daarnaast op vier ideologische pijlers: secularisme, socialisme, neutraliteit en parlementaire democratie.

Met zijn geaffecteerde Engels, liefde voor Shakespeare en dure maatpakken is Nehru Britser dan Brits

Een strikt gehandhaafd secularisme was in de ogen van Nehru noodzakelijk in een land waar behalve tientallen miljoenen hindoes en moslims ook grote groepen sikhs, jainisten, Parsi’s, boeddhisten en christenen woonden. In navolging van Mahatma Gandhi meende Nehru dat India een inclusieve, multireligieuze en multi-etnische natiestaat moest zijn. Het socialisme dat Nehru voorstond week wel af van dat van zijn leermeester. Waar Mahatma Gandhi geloofde in de eenvoudige, kleinschalige dorpssamenleving als basis voor het nieuwe India, vestigde Nehru zijn hoop op grootschalige infrastructurele projecten, verregaand staatsingrijpen en de toepassing van de modernste technologie. Niet het spinnewiel, maar de stuwdam werd het symbool van het moderne India.

Gesteld voor een keuze tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten koos Nehru voor strikte neutraliteit. Hij groeide uit tot de informele leider van de ‘niet-gebonden landen’, die in 1955 in het Indonesische Bandoeng bijeenkwamen. Maar zijn aanzien als vredesduif raakte beschadigd door zijn weigering de Sovjetinval in Boedapest te veroordelen. Slecht voor zijn imago waren ook zijn harde optreden tegen revoltes in Kashmir, Kerala en het Nagaland, en zijn annexatie van de Portugese kolonie Goa in 1961. Aanhoudende grensgeschillen met China leidden in 1962 zelfs tot een korte oorlog tussen beide landen, die India tamelijk smadelijk verloor.

Uitzinnige massa’s

Nehru’s grootste prestatie was zonder meer de invoering én handhaving van de parlementaire democratie in een land dat daar door zijn enorme variëteit en grote armoede weinig geschikt voor leek. De eerste algemene verkiezingen van 1952 werden dan ook wel de grootste gok uit de geschiedenis genoemd. Van de 176 miljoen kiesgerechtigden was maar liefst 85 procent analfabeet en leefde eenzelfde percentage onder de armoedegrens.

 

Om zo veel mogelijk kiezers te bereiken bereisde Nehru in negen weken tijd het gehele land en sprak hij op meer dan 300 verkiezingsbijeenkomsten. Geschat wordt dat in totaal meer dan 20 miljoen Indiërs hem hebben horen spreken, terwijl eenzelfde aantal langs de wegen stond waar zijn auto voorbijreed. Speciale treinen vol passagiers op de treeplanken en op het dak reden naar de verkiezingsbijeenkomsten. In de uitzinnige opeengepakte mensenmassa’s vielen tientallen mensen flauw. Het resultaat mocht er wezen: 364 van de 500 zetels in het Indiase parlement, de Lok Sabha, gingen naar de Congrespartij. Ook in 1957 en 1962 wist Nehru met gemak een absolute meerderheid te behalen. Als enige Indiër leek Nehru moslim en hindoe, brahmaan en onaanraakbare, Tamil en Punjabi met elkaar te kunnen verbinden.

Toen Nehru op 27 mei 1964 overleed, waren vele ogen dan ook gericht op zijn enige dochter, Indira Gandhi. Wellicht had deze frêle, mysterieuze vrouw iets van Nehru’s charisma en vaardigheden? De achternaam dankte ze aan een mislukt huwelijk met Feroze Gandhi, een politiek activist die niet aan Mahatma Gandhi verwant was. Politiek gezien was Indira een onbeschreven blad: ze reisde vaak mee in het kielzog van haar vader, maar in de spaarzame interviews die ze gaf liet ze nooit het achterste van haar tong zien. Aanvankelijk koos de Congrespartij dan ook voor de politiek ervaren Lal Bahadur Shastri als premier, terwijl Indira ervaring mocht opdoen als minister van Informatie.

Al na anderhalf jaar overleed Shastri aan een hartaanval, waarop Indira alsnog als opvolger werd aangesteld. Omdat er ook verkiezingen voor de deur stonden besloot de Congrespartij om alsnog Indira als premier naar voren te schuiven. Na Sirimavo Bandaranaike uit Sri Lanka werd Indira Gandhi de tweede democratisch gekozen vrouwelijke regeringsleider in de geschiedenis.

Beschermvrouwe van de armen

Anders dan veel machtige heren uit de Congrespartij hadden gedacht, bleek Indira Gandhi allesbehalve een makke marionet te zijn. Nog meer dan haar vader legde ze de nadruk op armoedebestrijding, modernisering van de landbouw en de uitbouw van een planeconomie. Nadat ze in 1969 had besloten veertien banken te nationaliseren stapten veel parlementariërs van de Congrespartij woedend op. Om haar meerderheid te behouden sloot Indira vervolgens een verbond met de Communistische Partij van India. ‘Zij willen van Indira af. Wij willen van de armoede af,’ zo luidde de slogan waarmee de Congrespartij de verkiezingen van 1971 in ging.

Net als haar vader reisde Indira stad en land af om zich op drukbezochte verkiezingsbijeenkomsten als beschermvrouwe van de armen te laten vieren. Net als haar vader wist ze aldus het vertrouwen van een meerderheid van de Indiërs te krijgen: haar partij kreeg 353 van de 500 zetels. Anders dan haar vader wist Indira ook op het slagveld te zegevieren. In een oorlog met Pakistan rondom de afscheiding van Bangladesh (tot dan Oost-Pakistan geheten) boekte het Indiase leger een duidelijke overwinning. Na de eerste geslaagde kernproef in 1974 leek India onder Indira zelfs uit te groeien tot een nieuwe mondiale grootmacht.

Indira Gandhi blijkt allesbehalve een makke marionet

Wat zich vervolgens in het hoofd van Indira Gandhi heeft afgespeeld is nog steeds voer voor vele speculaties. Was ze overmoedig geworden? Was ze ten prooi gevallen aan paranoia? Of toonde ze nu haar ware aard? In elk geval besloot ze op 26 juni 1975 tamelijk onverwacht de noodtoestand uit te roepen en burgerlijke vrijheden op te schorten. Er zou al enkele jaren ‘een verstrekkende en wijdverbreide samenzwering’ tegen haar worden gevoerd, zo verklaarde ze. Kranten kregen van de ene op de andere dag een publicatieverbod en duizenden politiek tegenstanders verdwenen in de gevangenis.

Als een ware dictator presenteerde ze een ‘twintigpuntenprogramma voor economische vooruitgang’, sprak ze over de noodzaak van ‘een nieuwe geest van discipline en moreel besef’ en liet ze zich verheerlijken met slogans als ‘Moed en helder inzicht, uw naam is Indira Gandhi’. De voornaamste reden voor deze opmerkelijke stap was waarschijnlijk de steeds sterker aanzwellende kritiek op de corruptie en het machtsmisbruik van haar regering. Ook is wel gewezen op de toenemende invloed van haar jongste zoon, Sanjay Gandhi, die na 1975 een uitvoerig programma voor geboorteplanning opzette.

Glorieuze terugkeer

Net zo onverwachts als ze de noodtoestand had uitgeroepen, verklaarde Indira die in januari 1977 ook weer voor beëindigd en schreef ze nieuwe verkiezingen uit. Volgens historicus Ramachandra Guha dacht Indira dat ze met haar enorme populariteit deze verkiezingen met groot gemak ging winnen. Maar dat bleek een misrekening. De vele tegenstanders van Indira hadden zich verenigd in de Janata-partij, waardoor de Congrespartij voor het eerst sinds de onafhankelijkheid haar meerderheid verloor. De nieuwe regering ging zelfs over tot arrestatie van Indira en Sanjay Gandhi, maar tot een veroordeling kwam het niet. Al snel bleek de afkeer van Indira ook het enige te zijn wat de Janata-partij bijeenhield, met tal van interne conflicten tot gevolg. Bij de vervroegde verkiezingen van 1980 volgde de glorieuze terugkeer van Indira Gandhi: zij behaalde als vanouds een absolute meerderheid.

Haar nieuwe regeertermijn werd overschaduwd door de onrust in Punjab, waar een groep militante sikhs onafhankelijkheid eisten. In 1983 verschansten ze zich in de Gouden Tempel in Amritsar, het belangrijkste heiligdom van de sikhs. Indira gaf het Indiase leger uiteindelijk opdracht de tempel te ontruimen, wat met veel bloedvergieten gepaard ging. Schattingen gaan uit van enkele duizenden dodelijke slachtoffers. De ontruiming van de Gouden Tempel zou op iets langere termijn ook Indira het leven kosten. Twee lijfwachten schoten haar op 31 oktober 1984 dood; beiden waren sikhs die hadden besloten wraak te nemen voor de ontheiliging van hun Gouden Tempel.

En net als twintig jaar eerder keek India naar de volgende in de familielijn. Normaal gesproken was dat Sanjay Gandi, maar die was in 1980 verongelukt met zijn sportvliegtuig. Dus waren de ogen gericht op Rajiv Gandhi, de andere zoon van Indira, die tot dan toe angstvallig buiten de schijnwerpers was gebleven. Na zijn studie in Cambridge was Rajiv piloot geworden bij Indian Airlines en had hij een gezin gesticht met zijn Italiaanse vrouw Sonia.

Hoewel hij tot dan toe weinig interesse in politiek had getoond, besloot Rajiv toch in de voetsporen van zijn moeder te treden. Zijn gebrek aan ervaring werd zelfs als voordeel uitgelegd: Rajiv Gandhi was ‘Mr. Clean’, de vlotte en frisse jongeman die niets te maken had met alle corruptie en machtsmisbruik van de voorgaande jaren. Tegen de achtergrond van oplaaiend religieus geweld, nu vooral gericht tegen sikhs, en een gigantische giframp in Bhopal vonden er in december 1984 verkiezingen plaats. Deze liepen uit op een monsterzege voor de Congrespartij van Rajiv Gandhi. Nog nooit had de partij zoveel zetels behaald.

Zelfmoordaanslag

Rajiv gebruikte dit enorme mandaat om de Indiase economie te liberaliseren, de banden met de Verenigde Staten aan te halen en de ICT-sector te stimuleren. Maar ook hij kreeg te maken met corruptieschandalen en raakte daarnaast verzeild in een burgeroorlog in het voor de Indiase kust gelegen Sri Lanka, waar de Tamil-minderheid streefde naar een zelfstandige staat. Ook wonnen hindoenationalisten steeds meer aan populariteit, onder meer door hun campagnes voor de bouw van een Ram-tempel in de heilige stad Ayodhya. Rajiv bleek uiteindelijk toch niet het probleemoplossend vermogen van zijn moeder en grootvader te hebben geërfd. Bij de verkiezingen van december 1989 raakte de Congrespartij voor de tweede keer in de geschiedenis haar meerderheid kwijt. Net als zijn moeder begon Rajiv direct na de verkiezingen vanuit de oppositiebanken een campagne voor zijn herverkiezing. Zover zou het niet komen: op 21 mei 1991 kwam Rajiv om het leven bij een zelfmoordaanslag van terreurgroep de Tamil Tijgers.

Aangezien Rajivs twee kinderen nog minderjarig waren en zijn vrouw Sonia een Italiaanse was, leek de Gandhi-Nehru-dynastie daarmee van het podium verdwenen. Maar de behoefte aan een Gandhi aan het roer was zo sterk dat Sonia Gandhi in 1998 tot voorzitter van de Congrespartij werd gekozen. Het premierschap liet ze over aan de econoom Manmohan Singh, de eerste sikh in deze functie. Achter de schermen controleerde Sonia de Congrespartij, die inmiddels was verworden tot een netwerk van machtige families die al sinds de onafhankelijkheid de scepter zwaaiden. Meer dan de helft van de zetels in het Indiase parlement werd bezet door telgen van een van deze families.

Daarnaast probeerde Sonia zoon Rahul klaar te stomen voor het hoogste ambt. Maar het Indiase electoraat bleek nauwelijks warm te lopen voor Rahul en zijn doorzichtige vertoon van eenvoud en goede banden met de armste bevolkingsgroepen. Rahul was een krottenwijktoerist die het echte India helemaal niet kende, maar niettemin meende recht te hebben op de leiding, zo luidde de kritiek. Met hem als voorzitter en kandidaat-premier behaalde de Congrespartij in 2014 het slechtste resultaat uit haar geschiedenis.

De grote winnaar was de hindoenationalistische partij van Narendra Modi, die handig zijn eenvoudige afkomst als zoon van een theeverkoper benadrukte. Met zijn pleidooien voor een ‘hindoeïsering’ van India en zijn aanvallen op de seculiere familiekliekjes en de moslimminderheid profileerde Modi zich ook in politiek-ideologisch opzicht als tegenpool van de Nehru-Gandhi-dynastie.

In 2019 nam Rahul het nogmaals op tegen Modi, maar het resultaat was weer slecht. Teleurgesteld stapte Rahul op als voorzitter van de Congrespartij, waarop de inmiddels 74-jarige Sonia als interim-voorzitter werd aangesteld totdat er een nieuwe leider wordt gekozen. Een naam die daarbij opvallend vaak wordt genoemd is Priyanka Gandhi. Inderdaad, de zus van Rahul, dochter van Sonia en Rajiv, kleindochter van Indira en achterkleindochter van Jawaharlal Nehru. India is nog niet van de Nehru-Gandhi-dynastie af.

Koen Vossen is historicus, publicist en docent politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

 

Modi: ‘India exclusief hindoeïstisch’

 

Met zijn aanvallen op de oude elite en de rechtsstaat past Narendra Modi moeiteloos in het rijtje van Erdogan, Bolsonaro, Trump en Orbán. Modi komt uit de Bharatiya Janata-partij (BJP) en de paramilitaire vrijwilligersorganisatie Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS). Beide bewegingen zijn geïnspireerd door de Hindutva-ideologie, een racistische en antiliberale ideologie, waarin India als een exclusief hindoeïstische natie wordt beschouwd. De moordenaar van Mahatma Gandhi liet zich eveneens inspireren door deze ideologie.

Het moderne hindoenationalisme kreeg de wind in de zeilen door de campagne voor de bouw van een tempel in de heilige stad Ayodhya. Deze moest komen te staan op de plek waar een moskee stond. In 1992 sloopte een menigte hindoenationalisten de moskee en begon met de bouw van de tempel. Als premier is Modi verantwoordelijk voor de invoering van wetten die als anti-moslim zijn aangemerkt. Tegelijk krijgt hij lof toegezwaaid voor de bloei van de economie en het terugdringen van corruptie.

De Giframp van Bhopal

In de centraal gelegen miljoenenstad Bhopal ontsnapte op 3 december 1984 40 ton uiterst giftig gas uit een bestrijdingsmiddelenfabriek van het bedrijf Union Carbide. De gevolgen waren dramatisch. Meer dan 2000 inwoners van de stad overleden dezelfde dag, terwijl in de daaropvolgende maanden nog eens zeker meer dan 8000 Indiërs aan de gevolgen van het gas overleden. Zeker 500.000 inwoners van de stad waren blootgesteld aan het gas en minimaal honderdduizend van hen zouden daar blijvende gezondheidsschade van ondervinden. Na veel juridisch getouwtrek zegde Union Carbide in 1989 uiteindelijk toe 480 miljoen dollar aan schadevergoeding aan de slachtoffers te betalen. De uitbetaling verliep echter uiterst moeizaam en ging gepaard met nieuwe rechtszaken. Tot op de dag van vandaag worden nog opvallend veel misvormde kinderen in de stad geboren.

De bestorming van de Gouden Tempel

De Gouden Tempel in Amritsar geldt als het spirituele centrum van het sikhisme. De meeste van de naar schatting 25 miljoen Sikhs wonen in de Noord-Indiase staat Punjab. In de jaren zeventig ontstond er een radicale beweging die streefde naar een onafhankelijke Sikh-natie. Een aantal fanatieks Sikhs wilde de onafhankelijkheid afdwingen door het Gouden Tempel-complex te bezetten. Nadat onderhandelingen op niets uitliepen bestormde het Indiase leger op 6 juni 1884 de Gouden Tempel, die het pas na twee dagen van heftige gevechten wist te heroveren. Naast de Sikh-strijders kwamen daarbij tal van onschuldige pelgrims om. Zelfs conservatieve schattingen gaan uit van bijna duizend dodelijke slachtoffers.

Indira Gandhi was na het bloedbad gewaarschuwd dat haar Sikh-lijfwachten een gevaar konden vormen, maar de premier weigerde hen te ontslaan. Een fatale inschattingsfout, zo zou op 31 oktober 1984 blijken. Na de moord op Indira Gandhi werden in verschillende Indiase steden pogroms tegen Sikhs gehouden, waarbij weer enkele duizenden dodelijke slachtoffers te betreuren waren. ‘Als een grote boom omvalt, trilt de aarde’, zo luidde het niet heel fijnzinnige commentaar van de nieuwe premier Rajiv Gandhi.

 

Meer weten:

India (2007) Ramachandra Guha beschrijft de geschiedenis van de grootste democratie ter wereld.

A Concise History of Modern India (2012) door Barbara D. Metcalf en Thomas R. Metcalf behandelt India van de zestiende eeuw tot nu.

De autoritaire verleiding. Over de opmars van de antiliberale wereldorde (2018) door Casper Thomas plaatst India in een breder verband.

 

 

 

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 2 - 2021