Home STELLING WOI museum

STELLING WOI museum

  • Gepubliceerd op: 24 juni 2014
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Maurice Blessing

Anton van Hooff:
‘Nee, dat lijkt me geen goed idee. Er zijn in Nederland veel te weinig tastbare herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog. Een aantrekkelijke collectie kun je daarom nooit opbouwen. Een dergelijk museum zal volledig afhankelijk zijn van filmpjes en “virtuele presentaties”. Daar heb ik een hekel aan. Filmpjes bekijk ik wel op de televisie. Geschiedenis gaat voor mensen pas leven als ze een echt historisch voorwerp kunnen bekijken. Of liever nog: kunnen aanraken.

Natuurlijk is de Eerste Wereldoorlog van groot belang geweest. Ik denk dat die voor Europa zelfs van groter belang is geweest dan de Tweede Wereldoorlog. Dat was toch een uitgestelde voortzetting van de Eerste Wereldoorlog. Het is daarom interessant dat de opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten in Europa, John Pershing, in 1918 naar Berlijn wilde doorstoten. “Anders hebben we over twintig jaar weer oorlog,” zou hij hebben gezegd.

Dat Nederland buiten de oorlog bleef heeft niet alleen materiële voordelen gehad. Het heeft ook tot een zekere naïviteit geleid ten aanzien van de wereldpolitiek. Nederlanders waren veel meer geneigd tot accommodatie met de Duitse bezetter dan bijvoorbeeld de Belgen. Die hadden al een harde les geleerd. Mede daarom was het aantal weggevoerde Joden hier in vergelijking zo hoog. Die kennis is belangrijk, maar kun je moeilijk museaal vertalen.’

 
Ruth Oldenziel: 
‘Dat moeten we niet doen. Hoe ver is Ieper nu helemaal? Hooguit drie uur rijden. Je kunt er dus heel goed met de bus heen rijden als je schoolkinderen iets wilt bijbrengen over de Eerste Wereldoorlog. De geschiedenisleraar zou zo’n reisje over de grens dan meteen kunnen aangrijpen om iets te vertellen over het ontstaan van grenzen en nationale staten in Europa. Kinderen van nu kunnen zich daar niet veel meer bij voorstellen.

We hebben in Nederland per hoofd van de bevolking de grootste museumdichtheid ter wereld. Moet er dan nóg een museum bij? De Eerste Wereldoorlog heeft geen grote impact gehad op ons collectieve bewustzijn. Nederland had te maken met de toestroom van Belgische vluchtelingen, en bedrijven als Fokker maakten flinke winsten. Maar hoe moet je dat in een museum verbeelden? Je kunt dat ook in een tekstboek behandelen.

Een virtueel museum over de Eerste Wereldoorlog op Europese schaal lijkt me wel weer een mooi initiatief. Daar zou een portal over Nederland tijdens de “Grote Oorlog” goed in passen. Bovendien kan het oproepen tot reflectie en discussie over de toekomst van de Europese Unie. Vanuit het huidige oogpunt was de Eerste Wereldoorlog namelijk een burgeroorlog tussen Europese staten die elkaar de wereldheerschappij betwistten.’
 

James Kennedy:
‘Dat hangt geheel van de invulling af. Als zo’n museum een werkelijk mondiale visie op de oorlog gaat presenteren, dan zou het interessant kunnen zijn. Maar binnen een eng nationaal kader valt er niet zoveel over de Eerste Wereldoorlog te vertellen.

Aan de ene kant is Nederland door de Eerste Wereldoorlog wel veranderd. De oorlog had hier een directe impact door de ontstane schaarste, het verlies aan handelsschepen en de instroom van Belgische vluchtelingen. In de nationale politiek werd de crisissituatie aangegrepen om langlopende politieke conflicten op te lossen: de invoering van het algemeen kiesrecht in ruil voor de bekostiging van het bijzonder onderwijs – de zogenoemde Pacificatie van 1917 – was er een direct gevolg van. Ook werd de bevolking kritischer ten aanzien van de politiek leiders.

Maar dat betekent nog niet dat je daar een museum aan moet wijden. Voor de ons omringende landen was de Eerste Wereldoorlog bijzonder traumatisch. Dat moet je niet gelijk willen trekken met de Nederlandse ervaring. Een Nederlands museum over de Eerste Wereldoorlog is daarom alleen zinvol vanuit een internationale invalshoek. Het was ook een oorlog die de hele wereld in zijn greep had, en bijvoorbeeld grote impact had op de koloniale verhoudingen in Brits-Indië, Frans-Indo-China en Nederlands-Indië.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.