Home Op stap met een dienstmeid

Op stap met een dienstmeid

  • Gepubliceerd op: 28 apr 2011
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Jan Dirk Snel

De wereld draait om vrouwen. Tenminste, als mannen er de dienst uitmaken. Dat is wat Eric Palmen in zijn boek over vijf mannen uit vier generaties Van Schoonhoven ons voorhoudt.

Auteur en uitgever proberen de belangstellende koper zo lang mogelijk in het ongewisse te laten over de plaats van handeling, maar dit verhaal speelt zich hoofdzakelijk af rond de prestigieuze, door diverse generaties bewoonde familiewoning aan de Boompjes in Rotterdam, die wijnkoopman Timon van Schoonhoven (1653-1716) in 1708 aanschafte. Twee jaar eerder had hij zich tegen forse betaling in de Rotterdamse vroedschap ingekocht.

Als de Franse koning Lodewijk XIV het Edict van Nantes, dat hugenoten enige bescherming bood, in 1685 niet had herroepen, had Timon van Schoonhoven zijn hele leven waarschijnlijk doorgebracht in Nantes, waar hij als zoon van een Amsterdamse koopman was geboren. Nu vestigde hij zich in zijn moeders herkomststad en werd in 1697 tot Hollander genaturaliseerd. Toen hij in 1716 de ogen sloot, was hij een welvarend man.

Hoe blijven opgebouwde rijkdom, macht en status binnen de familie? Door met de juiste vrouw te trouwen, uiteraard. Palmens hoofdthema is het onderscheid tussen rationele huwelijksstrategieën en romantische, affectieve liefde. Zoon Pieter, die het zelfs tot burgemeester schopte, en kleinzoon Timon trouwden allebei verstandig op stand met een meisje uit de schatrijke Amsterdamse redersfamilie Witheyn, maar de achterkleinzonen Pieter en Adriaan verknalden alles. Op tamelijk jeugdige leeftijd stierven zij kinderloos. Einde dynastie.

Verwijzend naar de sentimentele poëzie van hun generatiegenoot Rhijnvis Feith vraagt Eric Palmen – broer van schrijfster Connie – zich af of de broers wellicht geïnspireerd waren door de idealen van de ‘ware liefde’.

Dat is nog maar de vraag. De oudste, Pieter, trouwde twee keer keurig met een dame van stand. De eerste overleed na drie jaar aan tuberculose. Van de tweede scheidde hij binnen drie maanden van tafel en bed. Nooit zou het weer goed komen tussen de echtelieden. Broer Adriaan ging er in 1768 met de tien jaar oudere dienstmeid vandoor. Maar of dat nu een geval van ware liefde was? Dat valt te betwijfelen.

Vader Timon bood zoonlief zelfs een bovenwoning aan, iets verderop aan de Boompjes, maar die versmaadde hij. Hij vestigde zich in Den Haag, waar hij zijn opgedirkte geliefde toonde in de schouwburg en elders. De familie maakte niet zozeer bezwaar tegen de verhouding beneden stand als wel tegen het onbeschaamde publieke vertoon. De relatie was geen lang leven beschoren. Na drie jaar waren de twee uit elkaar en gaf Adriaan zich af met louche vrouwspersonen.

Niet de romantische liefde, maar hun ongedurige, liederlijke levenswandel bracht de twee broers met de familie in conflict. Adriaan stierf op een herbergkamer in Amsterdam, Pieter in zijn vrijwillige ballingsoord Leiden, terwijl hij de familiewoning in Rotterdam toch persoonlijk geërfd had. Tevergeefs probeerden de verwanten eerst Adriaan, in 1770, en tien jaar later Pieter in een verbeterhuis te laten opnemen.

Merkwaardig is dat de twee broers door hun daadkrachtige, schatrijke grootvader in diens testament zeer begunstigd waren en direct na diens dood de leiding van de handelsfirma kregen, terwijl hun vader Timon pas 54 was. In de verwaarlozing van hun toevertrouwde zaken lag hun neergang, niet in de liefde.

Uiteraard was in voorname regenten- en koopmansfamilies de keuze van huwelijkspartners beperkt, maar oprechte liefde sloot dat niet uit. Dat de vader van beide broers met een volle nicht huwde, iets waarover kerk en samenleving hun wenkbrauwen fronsten, geeft juist aan dat echte liefde bij hem waarschijnlijk meer speelde dan bij zijn zonen. Het is immers strategischer om een partner buiten eigen familiekring te zoeken.

Dat Palmens hoofdthese niet helemaal overtuigt, mag de pret niet drukken. Hij gebruikt microgeschiedenis om uiteenlopende verschijnselen te belichten, of het nu gaat om vroegmodern gezinsleven of om verschillende typen pruiken. En ja, vrouwen maakten werkelijk de dienst uit: een hoofdrol is weggelegd voor de tante van de beide losgeslagen broers, die op de achtergrond van alles bedisselde.

Eric Palmen
Dwaze liefde. Een familiekroniek
259 p. Bert Bakker, € 19,95


 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Columnist Philip Dröge
Columnist Philip Dröge
Column

MTV zomaar verdwenen? Ik word oud

Het was maar een televisiezender. En ook nog eentje waarvoor je met je afstandsbediening naar de driedubbele cijfers moest doorklikken. Ergens tussen Baby TV en Euronews, in dat digitale niemandsland, hield MTV Music stand. Ballingschap is een groot woord, maar toch: niemand kwam er meer, in die slechte buurt. Ik ook niet. Waarom zou ik?...

Lees meer
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Artikel

Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem

Door bestuurlijke chaos dreigde de Nederlandse Republiek ten onder te gaan. Eén dwarsliggende stad of provincie kon de besluitvorming op nationaal niveau verlammen. Dat ging zo niet langer, vond de regent Simon van Slingelandt. Hij maakte een hervormingsplan, dat in Den Haag menigeen in de gordijnen joeg. Lang had Nederland er niet zo beroerd voor...

Lees meer
Loginmenu afsluiten