Home Onwrikbaar geloof in de rede

Onwrikbaar geloof in de rede

  • Gepubliceerd op: 01 sep 2010
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Rob Hartmans

De uitspraak ‘Geld maakt niet gelukkig’ wordt vooral gebezigd door mensen die in ieder geval over voldoende inkomen beschikken om het leven te leiden dat ze willen leiden. Wat vanzelfsprekend is, laat zich gemakkelijk relativeren. Iets dergelijks geldt voor de waarden die worden geassocieerd met de Verlichting, zoals vrijheid van gedachte én meningsuiting, democratie, tolerantie, seksuele en raciale gelijkheid, en het idee van de rechtsstaat.

Lange tijd was het in intellectuele kringen bon ton om het belang van de Verlichting te relativeren. In navolging van Horkheimer en Adorno werd graag gewezen op de zogenoemde ‘dialectiek van de Verlichting’. Die zou ertoe hebben geleid dat wat begon als een enorme geestelijke bevrijding, resulteerde in een samenleving waarin totalitaire ideologieën opkwamen en gruwelen als Auschwitz en de Goelag mogelijk waren. Ook zou iedereen moeten erkennen dat andere culturen er andere waarden op na mochten houden. Er was geen reden om het door de Verlichting beïnvloede westerse denken superieur te achten.

Bovendien lieten sommige historici zien dat juist rabiate vijanden van de Verlichting hadden gewezen op de gebreken ervan als een overspannen geloof in de ratio, onbegrip voor de religieuze verlangens van veel mensen en een misplaatst universalisme. De interessantste Verlichtingsdenkers waren dan ook degenen geweest die oog hadden gehad voor de beperkingen van de ratio en vraagtekens hadden geplaatst bij het ongeremde vooruitgangsdenken.

Lange tijd leken de Verlichtingswaarden te overheersen, al kwamen er geleidelijk scheuren in. Maar de echte omslag kwam in 2001. Toen maakten de aanslagen van 11 september duidelijk dat er nog altijd mensen waren die van die Verlichtingswaarden niets wilden weten. Eerder dat jaar publiceerde Jonathan Israel zijn vuistdikke, onwaarschijnlijk erudiete Radical Enlightenment, in 2005 vertaald als Radicale Verlichting. Israel is een Britse historicus die eerder een kolossaal standaardwerk over de Nederlandse Republiek schreef. Radicale Verlichting was vooral interessant omdat Israel het bekende beeld dat Frankrijk de Verlichting in de achttiende eeuw domineerde omverkegelde. Hij stelde dat de Verlichting in de tweede helft van de zeventiende eeuw in Nederland was ontketend door Spinoza en diens volgelingen. Door het plotselinge debat over de al dan niet vermeende gevaren van de islam werd Radicale Verlichting tevens de Bijbel van radicale atheïsten en critici van het cultuurrelativisme.

Door dit debat werd het tweede deel van Israels geplande trilogie over de Verlichting nog polemischer van toon. Enlightenment Contested verscheen in de herfst van 2006 en is nu vertaald als Verlichting onder vuur. In dit eveneens vuistdikke boek gaat Israel uitgebreid in op de reacties die het radicale Verlichtingsdenken teweegbracht. Volgens Israel stond in de Verlichting één vraag centraal: moeten we ons denken en handelen uitsluitend baseren op de rede, of zijn rede en geloof, of de traditie in het algemeen, beide van belang?

Radicale Verlichters als Spinoza, Bayle, Diderot en Holbach stonden op het eerste standpunt. Wat niet alleen in filosofisch opzicht, maar ook op het gebied van het denken over politiek en maatschappij revolutionaire consequenties had. Uiteraard werden deze denkbeelden fel bestreden door de kerkelijke en wereldlijke autoriteiten, die hierin werden gesteund door auteurs die vasthielden aan de katholieke of protestantse dogmata. Naast deze Contraverlichting, die het geloof boven de rede plaatste, was er een intellectuele beweging die Israel de Gematigde Verlichting noemt. Denkers als Locke, Leibniz, Malebranche, Voltaire, Montesquieu, Hume, Newton en Kant waren eropuit rede en geloof te verzoenen.

Bovendien waren zij in politiek opzicht vaak conservatief en wensten zij de geprivilegieerde positie van de aristocratie te handhaven. Volgens Israel waren hun denkbeelden intellectueel inconsistent. Daardoor waren zij een veel gemakkelijker prooi voor de aanvallen van de Contraverlichting dan de Radicale Verlichters, wier denken volgens hem absoluut superieur was.

Evenals Israels andere boeken is Verlichting onder vuur gebaseerd op een verpletterende berg godsdienstige, filosofische en politieke boeken en pamfletten uit veel verschillende talen. De lezer maakt kennis met een grote reeks intellectuele controverses en leert over tal van bekende, maar ook heel veel minder bekende denkers en verbreiders, zoals Jacobus Johannes Capitein, een zwarte predikant in de Afrikaanse kolonie Elmina die de slavernij op principiële gronden verdedigde. Het spectrum aan ideeën en debatten dat Israel beschrijft is zo omvangrijk dat het, ondanks de heldere en soepele stijl, menige lezer zal gaan duizelen. Wie het boek echter uitleest, weet ineens heel veel meer over wellicht de interessantste periode uit de westerse cultuurgeschiedenis.

Toch zijn er inmiddels al heel wat bezwaren tegen Israels interpretatie van de Verlichting aangevoerd. Het belangrijkste bezwaar is wellicht het waterdichte schot dat hij opricht tussen de Radicale en de Gematigde Verlichting, waarbij hij stelt dat alle zogenoemde ‘kernwaarden’ van onze moderne samenleving door de Radicale Verlichters zijn geformuleerd. De grote denkers uit de Gematigde Verlichting worden op deze wijze door hem gereduceerd tot lieden die vergeefs doodlopende zijpaden hebben bewandeld. Hoewel hij toegeeft dat ze in de achttiende eeuw meer invloed hadden dan zijn radicale helden, is hun denken volgens hem uiteindelijk van nul en generlei waarde gebleken. Dit doet een beetje denken aan wat wel de Whig interpretation of history wordt genoemd. Omdat de geschiedenis zo is gelopen, moest zij wel zo lopen – omdat dit nu onze waarden zijn, moesten het wel onze waarden worden.

Dat Israel van mening is dat alleen de ratio telt en dat religie flauwekul is, is natuurlijk zijn goed recht. Wie echter op deze wijze de geschiedenis te lijf gaat, en geen oog heeft voor het feit dat de ontwikkeling van het westerse denken heel lang in godsdienstige termen werd gedefinieerd, en dat dit christelijke denken dus blijkbaar relevant is geweest, lijkt ondanks al zijn kennis van de primaire bronnen meer op een ideoloog dan op een historicus. Dat neemt niet weg dat de lezer die deze ideologische ruis voor lief neemt zichzelf met Verlichting onder vuur een ware Fundgrube aan kennis cadeau doet.

Jonathan I. Israel
Verlichting onder vuur. Filosofie, moderniteit en emancipatie, 1670-1752
1184 p. Uitgeverij Van Wijnen, € 89,50

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Columnist Philip Dröge
Columnist Philip Dröge
Column

MTV zomaar verdwenen? Ik word oud

Het was maar een televisiezender. En ook nog eentje waarvoor je met je afstandsbediening naar de driedubbele cijfers moest doorklikken. Ergens tussen Baby TV en Euronews, in dat digitale niemandsland, hield MTV Music stand. Ballingschap is een groot woord, maar toch: niemand kwam er meer, in die slechte buurt. Ik ook niet. Waarom zou ik?...

Lees meer
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Artikel

Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem

Door bestuurlijke chaos dreigde de Nederlandse Republiek ten onder te gaan. Eén dwarsliggende stad of provincie kon de besluitvorming op nationaal niveau verlammen. Dat ging zo niet langer, vond de regent Simon van Slingelandt. Hij maakte een hervormingsplan, dat in Den Haag menigeen in de gordijnen joeg. Lang had Nederland er niet zo beroerd voor...

Lees meer
Loginmenu afsluiten