Home Onderzoek: Strijd tegen losse arbeid

Onderzoek: Strijd tegen losse arbeid

  • Gepubliceerd op: 27 mrt 2012
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Rob Hartmans

‘Flexibilisering van de arbeid’ is een economisch mantra, die onophoudelijk wordt herhaald en waarvan een bezwerende werking uitgaat. Werkgevers willen arbeidskrachten kunnen oproepen en naar huis kunnen sturen wanneer het hun uitkomt, en er dient alleen betaald te worden als er ook echt gewerkt wordt. Het risico van het onregelmatige aanbod van werk moet zo veel mogelijk worden afgewenteld op de werknemer.



Wat dit betreft was de negentiende eeuw een ‘gouden tijdperk’, aangezien ‘losse arbeid’ toen de norm was en ondernemers geen last hadden van arbeidscontracten en sociale verzekeringen. Vooral onder druk van de arbeidersbeweging kwam daar verandering in. Een sector waar losse arbeid echter lang bleef bestaan was het havenbedrijf.

Zeeschepen kwamen niet binnen volgens een vaste dienstregeling, zodat er in de haven het ene moment niets te doen was, terwijl er even later handen tekort waren. Aanvankelijk hingen havenarbeiders vooral rond bij kroegen, waar ze wachtten tot een ‘besteker’ of scheepsaannemer mannen nodig had om voor een reder een boot te lossen. Niet zelden was deze besteker ook eigenaar van de kroeg, die zijn beste klanten aan werk hielp. In de ogen van de nette burgerij waren de havenarbeiders ruig, onaangepast, asociaal en opstandig volk. Als het erg druk was, waren ze niet te beroerd het werk neer te leggen totdat ze een hoger loon hadden bedongen.

Voor de autoriteiten vormden zij dus een ordeprobleem, de werkgevers wilden meer controle en de opkomende vakbonden streefden naar betere arbeidsvoorwaarden. In zijn proefschrift Opstandig volk beschrijft Hans Boot (1937) hoe in de Amsterdamse haven vanaf 1890 is geprobeerd de losse arbeid terug te dringen. De in dat jaar gehouden parlementaire enquête naar arbeidsomstandigheden in fabrieken en de transportsector had schrijnende misstanden aan het licht gebracht, en de commissie drong aan op het vormen van een ‘uitleenorganisatie’.

Deze zou nog lang op zich laten wachten. De in 1917 gestichte Havenreserve was vooral een steunregeling, waardoor werkloze havenarbeiders ingezet konden worden voor het lossen van de schaarse schepen die tijdens de oorlog Amsterdam aandeden. Ook de twee jaar later opgerichte Havenarbeidsreserve maakte geen einde aan de losse arbeid. Wel werd in de HAR een deel van de losse arbeiders ondergebracht, die ook tijdens de ‘leegloop’, als er geen schepen waren, gedeeltelijk doorbetaald kregen.

Tijdens de Duitse bezetting werd gewerkt aan de totstandkoming van een organisatie waarbij havenarbeiders in dienst zouden komen, en die hun een vast basisinkomen plus toeslag voor geleverd werk en een ouderdomsvoorziening moest bezorgen. De belangrijkste motivering hiervoor was disciplinering van het roerige havenvolk. Op 8 mei 1945, de dag dat Duitsland capituleerde, werd de Stichting Samenwerkende Havenbedrijven (SHB) opgericht.

Hoewel er nog geregeld arbeidsconflicten uitbraken, werd de sociale onrust sterk teruggedrongen en konden de werkgevers beschikken over een betrouwbaar arbeidsleger. Hierdoor werd het economisch belang van Amsterdam als geheel gediend. Dit was de overheid zoveel waard dat zij voortaan de ‘leegloop’ financierde.

Door veranderingen in het havenbedrijf en een herlevend economisch liberalisme kwam de SHB onder druk te staan en drongen werkgevers aan op grotere flexibiliteit. Het bedrijf werd ingekrompen, waardoor het nog moeilijker werd de pieken op te vangen. In de jaren negentig werd de SHB opgeheven. Nieuwe organisaties kregen steeds meer het karakter van uitzendbureaus. De ‘arbeidspool’ die op zeker moment werd geleid door vakbondsbestuurders, moest zelfs mensen ontslaan, zodat er opnieuw werd gestaakt.

Daarnaast zijn commerciële uitzendbureaus en illegale koppelbazen steeds belangrijker geworden, zodat aan het begin van de eenentwintigste eeuw een situatie is ontstaan die sterker doet denken aan de negentiende eeuw dan aan de decennia na de Tweede Wereldoorlog.
Hoewel het werk in de haven tegenwoordig veel minder arbeidsintensief is dan vroeger, en voor specialistisch werk vaste krachten in dienst zijn, is de losse arbeid weer helemaal terug. Dit ten koste van de solidariteit en de beschavende invloed die uitging van de oude arbeidspool.

Hans Boot
Opstandig volk. Neergang en terugkeer van losse havenarbeid
Uitgeverij Solidariteit, 558 p. € 20,00

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Recensie

Charley Toorop had succes in het werk, maar pech in de liefde

Charley Toorop kreeg volop erkenning als kunstenaar, maar in haar privéleven was het tobben. Zo blijkt uit de biografie door Wessel Krul.  De portretten van Charley Toorop (1891-1955) zijn meteen herkenbaar: de afgebeelde personen hebben gebeitelde koppen, grote ogen en iets gekwelds. Er zit een onderstroom van agressie in. Toen Toorop begin twintigste eeuw begon te exposeren veroorzaakte haar werk opschudding. Critici vonden het ‘mannelijk’, maar...

Lees meer
Columnist Philip Dröge
Columnist Philip Dröge
Column

MTV zomaar verdwenen? Ik word oud

Het was maar een televisiezender. En ook nog eentje waarvoor je met je afstandsbediening naar de driedubbele cijfers moest doorklikken. Ergens tussen Baby TV en Euronews, in dat digitale niemandsland, hield MTV Music stand. Ballingschap is een groot woord, maar toch: niemand kwam er meer, in die slechte buurt. Ik ook niet. Waarom zou ik?...

Lees meer
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Loginmenu afsluiten