Home Nationale oerrebel

Nationale oerrebel

  • Gepubliceerd op: 14 apr 2004
  • Update 29 mrt 2023
  • Auteur:
    Anton van Hooff

Bij ons is Civilis de nationale oerheld; Portugal gaat prat op Viriathus en Roemenië op Decebalus. Zo heeft bijna elk Europees land een leider die het de Romeinen militair moeilijk heeft gemaakt en aldus de nationale eer heeft gered. In Frankrijk is de honneur bewaard door Vercingetorix. Toen Caesar meende Gallië in zijn geheel gepacificeerd te hebben, ontketende deze jongeman uit de Auvergne in 52 v.Chr. een massale opstand, die de Romeinse veldheer ternauwernood wist neer te slaan.

Fik Meijer, hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, belooft ons in de inleiding het verhaal van zowel de ‘oude’ als de ‘nieuwe’ B de nationale held B Vercingetorix te vertellen. Diens naam valt echter pas weer op bladzijde 39. Daarvóór schetst Meijer de geografie van Gallië, de eerdere confrontaties tussen Galliërs en Romeinen, de figuur van Caesar en de aard van zijn verslag over de veroveringstochten in Gallië, De bello Gallico.

Daarna vertraagt de camera en bekijken we door de lens die Caesar voorzet in De bello Gallico de krijgsoperaties van 52, die hun climax vinden in de belegering van Alesia. Daar geeft Vercingetorix zich aan Caesar over – de Asterix-liefhebbers zien voor hun geestesoog nu het plaatje waarop Vercingetorix zijn wapens niet aan de voeten van Caesar legt, maar ze erbovenop gooit.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Pas na driekwart van het boek wordt op de post-antieke mythe ingegaan. Aanvankelijk heeft Vercingetorix geen rol in de ontwikkeling van de Franse identiteit; daarin speelt Clovis de hoofdrol. Hij wordt pas ontdekt in de renaissance, wat overigens minder vreemd is dan Meijer denkt: ook de andere nationale oerrebellen worden dan opgedolven uit de antieke boeken. Pas in de negentiende eeuw kan men spreken van een cultus, vooral door toedoen van Napoleon III, die Alesia liet opgraven.

Na de vernedering van 1871 stileert de Derde Republiek (1870-1914) Vercingetorix tot een held van het gewone volk. In en na de Tweede Wereldoorlog hebben zowel Pétain als de gaullisten hem gebruikt. De leider van het Vichy-bewind deed dat om na het recente ‘Alesia’ – de nederlaag tegen Duitsland – te pleiten voor het werken aan een nieuwe Europese vrede; de gaullisten om vast te stellen dat het Germaanse gevaar door de vereende inspanningen van de beschaafde naties wederom was afgewend.

De bladzijden waarin dit ideologische gejongleer wordt beschreven, behoren tot de interessantste van dit boekje, dat als geheel weinig geestelijk genoegen biedt. Waarom stelt Vercingetorix teleur? In de eerste plaats leunt de auteur bij het vertellen van de mythe te duidelijk op secundaire literatuur. Daardoor moeten we het nogal eens doen met globale opmerkingen, bijvoorbeeld dat de aandacht voor Vercingetorix tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog ‘moet’ zijn verflauwd. De lange aanloop bevat menige onbevredigende en zelfs aanvechtbare mededeling. Waarom verwijt Meijer Caesar dat hij de persoon van Vercingetorix niet uit de verf laat komen? Hij stelt dat dit jaloezie moet zijn geweest. Maar in het koele politiek-militaire rapport Commentarii de bello Gallico past het eenvoudig niet een karakterportret van een vijand te schilderen. En is het voltrekken van het doodvonnis aan Vercingetorix na zes jaar wachten een ‘hoogtepunt van Romeins sadisme’?

Als nu het maal smakelijk werd opgedist, zou het te verteren zijn, maar Meijer is geen groot stilist. Zijn taal is vol clichés, contaminaties, pleonasmen en hele en halve missers. Kun je faam ‘in een standbeeld vereeuwigen’? Wat is de ‘opwaardering van Vercingetorix’? Is een ‘afschrikwekkende waarschuwing’ erger dan afschrikking of waarschuwing? Soms wordt ‘een overwinning verspreid’ in plaats van het bericht daarvan. Enfin, de potloodkrabbels in mijn recensie-exemplaar getuigen van geestelijke kwellingen, die ik toeschrijf aan haast van de auteur en aan een slapende redacteur. Maar niet aan sadisme.

Anton van Hooff is hoofddocent klassieke geschiedenis aan de Universiteit Nijmegen.

Nieuwste berichten

De Letse Bijenkorf in Zedelgem
De Letse Bijenkorf in Zedelgem
Artikel

Omstreden monument voor Letse krijgsgevangenen bracht een Vlaams dorp in verlegenheid

Het moest een neutraal symbool zijn voor vrijheid. Toch leidde een bescheiden monument voor Letse krijgsgevangenen in een Vlaams dorp tot internationale ophef. Wat maakt deze Letse Bijenkorf voor Vrijheid controversieel? Een van de grootste oorlogsbegraafplaatsen van Letland ligt in het plaatsje Lestene in Kurzeme. Hier rusten 1362 oorlogsslachtoffers van het Lets Legioen, dat tijdens...

Lees meer
‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’
‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’
Interview

‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’

Amerika en Israël zeggen dat Iran absoluut geen kernwapen mag krijgen, omdat de ayatollahs die onmiddellijk op Jeruzalem zullen afvuren als onderdeel van hun religieuze strijd. Is die angst terecht? Heeft het Iraanse regime een irrationele vernietigingsdrang? Arabist Maurits Berger (Universiteit Leiden) pleit voor een minder religieuze kijk. ‘Iran moet gezien worden voor wat het...

Lees meer
FvD-voorman Thierry Baudet houdt een toespraak bij een protest van Farmers Defence Force
FvD-voorman Thierry Baudet houdt een toespraak bij een protest van Farmers Defence Force
Artikel

FvD en extreem-rechts zijn Siamese tweelingen, ook al beweert Lidewij de Vos anders

Dat Forum voor Democratie zes kandidaten met een extreem-rechtse achtergrond verkiesbaar stelt op 18 maart, is geen bedrijfsongeval. Partijoprichter Thierry Baudet put al jaren uit fascistisch gedachtegoed, stelt historicus Robin te Slaa. De FvD ligt onder vuur sinds de onthulling door de Volkskrant op 3 februari, dat zes kandidaten van de partij voor de komende...

Lees meer
De moord op Theodora van der Kouwen en Leentje Beeloo. Afbeelding op de voorpagina van Geïllustreerd Politie-Nieuws
De moord op Theodora van der Kouwen en Leentje Beeloo. Afbeelding op de voorpagina van Geïllustreerd Politie-Nieuws
Historische sensatie

‘Iedereen kon met een hamer op de kop van Jut slaan’

Historicus Paul van der Steen schreef een boek over een geruchtmakende negentiende-eeuwse roofmoord. ‘Veel mensen waren boos omdat Hendrik Jut niet de doodstraf kreeg.’ Kent u de historische sensatie, zoals door Johan Huizinga omschreven?  ‘Zoiets overkwam mij toen ik tijdens mijn research naar de roofmoord op de Haagse weduwe Theodora van der Kouwen en haar dienstmeid Leentje Beeloo in 1872 op de oorspronkelijke plattegrond van de plaats delict stuitte. Twee weerloze vrouwen die op een decembernacht thuis bruut werden overvallen, de kranten...

Lees meer
Loginmenu afsluiten