Home Modern en meedogenloos

Modern en meedogenloos

  • Gepubliceerd op: 20 juni 2007
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Anton van Hooff

Al er een hemel voor classici is, dan bestaat die uit de bibliotheek van alle verloren boeken uit de Oudheid. Hoe vaak verzuchten we immers niet: ‘Helaas hebben wij van deze schrijver niets meer over dan … ?’ Zo’n slecht overgeleverde auteur is Polybios (ca. 200-120 v.Chr.). Ongeveer eenderde rest er van zijn Historiai, de gangbare antieke betiteling van eigentijdse geschiedenis.



Zoals Europa de wereldheerschappij in de twintigste eeuw moest afstaan aan de Verenigde Staten van Noord-Amerika, zo verloor de Griekse wereld zijn dominantie in de 53 jaar tussen 220, de aanloop van de Tweede Punische Oorlog, en 168, toen de Romeinse legioenen tijdens de Slag bij Pydna de Macedonische falanx versloegen. In die periode raakten de ontwikkelingen in de hele toenmalige bewoonde wereld, de oikoumenè, definitief met elkaar verweven. Daarom, zo zegt Polybios, deed alleen een ‘oecumenische’ geschiedschrijving recht aan de werkelijkheid van zijn tijd. De titel Wereldgeschiedenis 264-145 v.Chr. die Wolther Kassies aan zijn vertaling heeft gegeven, is dan ook een geslaagde vondst.

Pedanterie
Polybios had uitzicht op een mooie politiek-militaire carrière in de Achaeïsche Bond, een soort Europese Unie op de Peloponnesos, tot de schaduw van Rome over hem en de bondstaat viel. Hij behoorde tot de duizend gijzelaars die Rome in 167 opeiste als bestraffing voor de terughoudendheid die de oude bondgenoot in de jongste oorlog tegen Macedonië had betoond. Gelukkig kan een mislukt politicus nog altijd historicus worden. En zo maakte Polybios van de nood een deugd. Zoals Europeanen die in de Verenigde Staten leven Amerika willen uitleggen aan de Oude Wereld, zo heeft Polybios zijn tijdgenoten het geheim van Romes succes willen verklaren.

Hij vond in Rome aansluiting bij vooraanstaande families, waarvan enkele konden bogen op overwinnaars in de Tweede en Derde Punische Oorlog (149-146). Daardoor kon hij vooraanstaande historische actoren ondervragen, of in ieder geval mensen die nog met veteranen hadden gesproken. Alleen bij deze manier van informatie verzamelen kon men spreken van historiai, navorsingen. Ongewoon voor een antiek historicus is dat Polybios memoires, archieven en inscripties (bijvoorbeeld die van Hannibal) heeft geraadpleegd en soms letterlijk citeert.

Maar niet alleen die zorgvuldige documentatie maakt hem tot de modernste historicus uit de Oudheid. Polybios heeft een enorme drang om uit te leggen. Hoe kon het dat Rome in een luttele 53 jaar de supermacht in het Middellandse-Zeegebied werd? Polybios verklaart dat fenomeen in boek 6 uit Romes unieke politieke bestel, dat een gelukkig mengsel vormde van monarchale, aristocratische en democratische elementen. Daardoor hadden alle geledingen van de samenleving belang bij de machtsuitbreiding.

Bovendien speelde religie – anders dan in de Oude Wereld van Griekenland – een dominante rol in het openbare leven. Daar moesten de Grieken niet misprijzend over doen, vindt Polybios. Het was juist heel slim van Romes politieke elite dat zij de tucht er met ‘godsvrees’ bij de massa in hield. Waar Marx godsdienst ontmaskert als opium van het volk, beveelt Polybios zijn lezers aan het volk een flinke dosis opium te geven.

Polybios richt zich namelijk tot de politiek-militair actieven, de pragmatikoi. Zij moesten uit zijn werk bruikbare lessen trekken. De pragmatikè historia, zoals Polybios zijn eigen vorm van geschiedschrijving aanduidt, stelde leiders in staat de ervaring van het verleden tot de hunne te maken. Ze konden profiteren van de successen, maar ook van de pijnlijke mislukkingen van voorgangers.

Telkens weer steekt schoolmeester Polybios zijn vinger op om de lezer te wijzen op een les die hij uit onwijs of slim gedrag van een leider kan trekken. Een verstandig generaal als Hannibal waagde zich persoonlijk nooit aan riskante operaties. Een reeks ambitieuze Romeinse leiders daarentegen moest onverantwoorde risico’s met een smadelijke dood bekopen. Beroepslegers mochten misschien wel meer kwaliteit hebben, maar volkslegers verdienden de voorkeur, omdat zij hart voor de eigen zaak hadden.

Meedogenloos – en modern – is Polybios in zijn kritiek op vakgenoten. Ze schreven tragedies in plaats van waarheidsgetrouwe geschiedenis. Of wat zij als geschiedschrijving verkochten was niet meer dan triviaal geklets in een kapperszaak.

In zijn pedanterie heeft Polybios veel weg van Loe de Jong, maar in zijn amorele benadering van de geschiedenis is hij de antieke Machiavelli. Hij beoordeelt historische spelers louter op hun inzicht en moed. Daarbij is hij zich er terdege van bewust dat een leider lang niet alles in de hand heeft, maar steeds binnen de speelruimte van gegeven omstandigheden opereert. Veel dingen zijn nu eenmaal toeval, tychè.

Fijne neus
Kassies’ vertaling doet volkomen recht aan het origineel. In jeugdig enthousiasme heb ik Polybios ooit helemaal in het Grieks gelezen. Daarom kan ik getuigen dat de schoonheid van Polybios niet in zijn taal zit, maar in zijn denken. Het moeizame proza is dat van ambtenaren of oude Duitse geleerden. Het geeft maar weinig esthetisch genoegen. Polybios was zich er zelf ook van bewust dat zijn tekst niet zo leesbaar was. Maar het ging hem niet om de vorm, maar om de inhoud.

Terecht heeft Kassies lange Griekse zinnen doorgeknipt. Hij vervalt niet in het leutige proza waartoe sommige vertalers hun toevlucht nemen in hun drang het gymnasiaans te vermijden. Kassies’ Nederlands is in alle opzichten stijlvol. Deze verdietste Polybios is gewoon leesbaarder dan het origineel – in vertaling komen de bijzondere kwaliteiten van Polybios eigenlijk beter tot hun recht.

De uitgever verdient veel respect voor de moed om een complete vertaling te publiceren. Voor het eerst sinds eeuwen – en waarschijnlijk voor het laatst – is er een Nederlandse Polybios, en ik hoop dat er een intellectuele elite is die zijn kans grijpt om kennis te maken met dit bijzondere werk. Mijn advies is overigens het selectief te lezen. Het geoorlog in Griekenland en het Midden-Oosten is alleen interessant voor ingewijden. Maar een waar genoegen zijn de inleidingen op de boeken en de uitweidingen, de niet malse oorvijgen aan collega’s, de beschrijving van Hannibals operaties en natuurlijk boek 6, waarin Polybios Romes succes uit zijn instellingen verklaart – en niet, zoals andere antieke schrijvers, uit de gunst van de goden of de Romeinse deugdzaamheid.

De kans dat het verdwenen werk van Polybius ooit boven water komt is nihil, maar dat is niet zo heel erg. Onze hoogleraar Grieks placht olijk op te merken: ‘Gelukkig hebben wij van de Grieken niet alles over.’ Het selectieproces waardoor het merendeel van de antieke geschriften verloren is gegaan, was niet willekeurig. Oudheid en Middeleeuwen hebben een fijne neus gehad voor wat blijvende waarde bezat.

Ik heb mijn laatste geloof in een bibliotheek van verloren boeken opgegeven. Het ware geluk bestaat in het lezen en genieten van wat we nog wel aan klassieks hebben. Zo’n klassiek werk is de overgebleven Polybios, die dankzij de kolossale inspanning van Kassies en de uitgeverij nu in een voortreffelijke vertaling voorhanden is.

Anton van Hooff is docent klassieke cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Nijmegen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.