Home Martin Sommer: Een kleine oorlog

Martin Sommer: Een kleine oorlog

Martin Sommer

Historicus en journalist

Gepubliceerd op: 22 april 2015

Update 10 maart 2021

Tussen de boeken van mijn vader vond ik een bruine envelop. Er zat een formuliertje in, beschreven met een ouderwetse typmachine: ‘Drager dezes heeft toestemming om zich op straat in Alkmaar te begeven.’ Getekend: de burgemeester, op 12 mei 1940. Dat was de dag dat de oorlog voor mijn vader begon. Hij was zeventien en zat op de mulo, de mavo van toen.

 

Mijn vader weet tegenwoordig ternauwernood nog iets. Hij weet niet dat hij vijf minuten geleden een taartje heeft gegeten, niet waar zijn kamer is in het verzorgingstehuis. Ja, hij weet nog wie ik ben. Als je binnenkomt in de zitkamer, waar hij met een stuk of vijf dames om de tafel zit, de dames kwebbelend en hij mokkend met zijn krant, dan klaart zijn gezicht helemaal op.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al voor €4,99 per maand.

Ik had het briefje meegenomen, en hij begon meteen te praten. Hij wist er alles van. Ze kregen het uitgedeeld op school en moesten naar het station van Alkmaar. Per trein kwamen vluchtelingen, uit het oosten, waar ze waren geëvacueerd. De schoolkinderen moesten ze naar adressen brengen waar ze zolang konden blijven. Hij had het niet eerder verteld. En verder? We halen het fotoboek erbij. Niet veel van de oorlog. Mijn oom was nog getrouwd met m’n tante, zo te zien niet in het wit, maar in het bruin. Geen politiek bruin, maar omdat het geld op was.

 

 

Opa zat een beetje in het verzet

 

Verder weinig foto’s – geen wonder. Foto’s maak je als er wat te vieren valt. Eén afbeelding van zijn vader, mijn opa. Met drie andere mannen staan ze voor de twee kasteeltorens van het Alkmaarse huis van bewaring. Alle vier een pet op en hoog water, en tot mijn verrassing wist mijn vader de namen feilloos.

Opa was hoofdcipier en droeg een uniform met glimmende knopen. Hij had voor de oorlog een snor gehad, maar toen iemand ‘Hitler-snorretje’ zei, had hij het subiet afgeschoren. Opa zat een beetje in het verzet. Er zou een overval komen op ‘de lik’, waar verzetsstrijders vastzaten. Opa had een kaartje getekend van de gevangenis en aangegeven in welke cellen ze zaten.

Hij was doodnerveus, weet mijn vader nog. En? De overval ging niet door, tot zijn enorme opluchting. Dat was het verzet. Het was een kleine wereld en een kleine oorlog. Een jaar later moest mijn vader wel naar Hamburg. Arbeitseinsatz. Daarvan is de schokkendste foto.

Niet groter dan een flink luciferdoosje, met vergeelde kartelranden. Ik herken zijn gezicht, een knul van achttien met nog wat babyvet op de gladde wangen. Met een feestmuts en naast hem een onbekende man en een vrouw, ook voorzien van vrolijke hoedjes. Sylvesterabend, zegt vader. Zo heet in Duitsland Oud en Nieuw. Aan de muur, tussen de man en de vrouw in, hangt een portret. Hitler.

 

Aan de muur, tussen de man en de vrouw in, hant een portret. Hitler.

 

Hij zal wel bij bijna iedereen gehangen hebben. Toch is het een schok, in combinatie met die feestmutsen. Het was de banaliteit van het kwaad, zou je kunnen zeggen. Ook midden in de oorlog werd er Oud en Nieuw gevierd. Wat m’n vader al vaker had verteld, was dat hij het goed had in Hamburg. Hij was bij die mensen ingekwartierd.

Ik geloof dat hij schroeven moest aandraaien van duikboten die op een werf werden

gebouwd daar. Altijd genoeg te eten. Later is hij ausgebombt, zoals hij het zelf noemt. Toen heeft hij gewoon de trein terug genomen, naar Alkmaar. Wonderlijk, ik heb nooit het idee gehad dat zoiets kon.

Thuis is hij bij zijn eigen moeder ondergedoken. Net als zijn drie broers. De zussen – daarvan waren er drie – moesten hout sprokkelen in het bos bij Heiloo. De jongens maakten er daarna op het binnenplaatsje kachelhout van. Als er Duitsers de straat in kwamen, kropen de jongens in de woonkamer onder de plankenvloer. Ik heb het luik nog wel gezien; daarvoor rolde m’n tante, die in het huis was blijven wonen, het tapijt opzij. Als kind vond ik dat enorm spannend, weet ik nog. Mijn vader, die had wat meegemaakt.

Nu denk ik dat nog steeds. Je had voor de oorlog en na de oorlog. Hij heeft altijd over ‘moffen’ gesproken, maar op een anti-Duitse houding heb ik hem nooit betrapt. Tot op de dag van vandaag gebruikt hij af en toe Duitse woorden of uitdrukkingen. Ook nu hij niets meer weet, roept hij als iets hem aangrijpt: ‘Ach du Liebe.’ Een bescheiden oorlog, toch beslissend voor zijn leven.

Nieuwste berichten

Vanuit een reddingssloep kijken bezoekers naar beelden van de Titanic.
Vanuit een reddingssloep kijken bezoekers naar beelden van de Titanic.
Recensie

Nieuwe Titanic-tentoonstelling draait vooral om spektakel

De rondreizende tentoonstelling Titanic: An Immersive Voyage is nu te zien in de Jaarbeurs van Utrecht. Het internationale entertainment bedrijf achter de tentoonstelling belooft met ‘innovatieve technologieën’ het verhaal van de scheepsramp tot leven te wekken. De makers hebben daarbij meer oog voor sensatie dan geschiedenis. Het eerste wat bezoekers bij binnenkomst zien is een...

Lees meer
Gesloten afdelingen van de East Birmingham Hospital tijdens de pokkenuitbraak in 1978.
Gesloten afdelingen van de East Birmingham Hospital tijdens de pokkenuitbraak in 1978.
Artikel

Hoe konden de pokken uit een Engels lab ontsnappen?

Een lek in een laboratorium veroorzaakte in 1983 een MKZ-uitbraak, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Vijf jaar eerder ontsnapte er een veel dodelijker virus uit een lab. De WHO stond op het punt om de pokken uitgeroeid te verklaren, toen de ziekte plotseling opdook in de Engelse stad Birmingham. Het kostte de wereld 300...

Lees meer
Sudeten-Duitsers dansen in Brno, 24 mei 2026.
Sudeten-Duitsers dansen in Brno, 24 mei 2026.
Artikel

Rechtse populisten jutten het Tsjechische publiek op tegen Sudeten-Duitsers

Sudeten-Duitsers hielden op 24 en 25 mei hun jaarlijkse festival in Tsjechië. De rechts-populistische premier Andrej Babiš noemde hun aanwezigheid een ‘provocatie’. Maar een jonge generatie Tsjechen is klaar voor verzoening met de Duitstaligen die na de Tweede Wereldoorlog met bruut geweld werden verdreven. Meeting Brno, een Tsjechisch burgerinitiatief in de tweede stad van het...

Lees meer
Een gouvernante geeft les bij een Victoriaanse familie. Schilderij door Rebecca Solomon, 1851.
Een gouvernante geeft les bij een Victoriaanse familie. Schilderij door Rebecca Solomon, 1851.
Interview

Thuisonderwijs was ooit een statussymbool

De regels rond thuisonderwijs worden strenger: ‘levensbeschouwelijke bezwaren’ zijn geen geldige reden meer om kinderen van school te houden. Het verbod op thuisonderwijs stamt uit 1969, maar volgens hoogleraar Johannes Westberg was het op dat moment een marginaal verschijnsel. ‘De negentiende-eeuwse gouvernante was al zo goed als uitgestorven.’ Hoe zag thuisonderwijs eruit in de negentiende...

Lees meer
Loginmenu afsluiten