Home Lessen uit het verleden: ‘Wederopbouw deed woningbouwverenigingen kraken’

Lessen uit het verleden: ‘Wederopbouw deed woningbouwverenigingen kraken’

  • Gepubliceerd op: 27 mrt 2012
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Bas Kromhout

Er komt een parlementaire enquête naar het functioneren van woningbouwcorporaties. Aanleiding zijn de perikelen bij Vestia, dat veel geld heeft verloren aan financiële derivaten. Cultuurpsycholoog en publicist Jos van der Lans, schrijver van Het rode geluk. Een geschiedenis van de Algemene Woningbouw Vereniging (2008), pleit voor een herwaardering van de uitgangspunten van de voormalige woningbouwverenigingen.


‘De ontstaansgeschiedenis van de corporaties gaat terug naar het begin van de twintigste eeuw. Om de verpaupering in arbeidersbuurten tegen te gaan werd in 1901 de Woningwet aangenomen. Het rijk stelde via de gemeenten goedkope leningen ter beschikking aan woningbouwverenigingen, zodat zij betaalbare nieuwe woningen konden bouwen voor mensen met een kleine beurs.

De verenigingen kwamen voort uit beroepsgroepen en maatschappelijke zuilen. In het bestuur zaten bewogen notabelen en geschoolde arbeiders. Dit waren vrijwilligers; hooguit waren er een penningmeester-secretaris en een paar opzichters en huurbodes in dienst. De leden waren de huurders. Zij betaalden contributie en vormden bewonerscommissies. Omdat de leden met elkaar de vereniging droegen, moest elke cent die werd uitgegeven worden verantwoord.

Dit systeem van corporaties was een typisch Nederlands voorbeeld van particulier initiatief, mogelijk gemaakt door de staat. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werden in veel steden verouderde woningen gesloopt en vervangen door nieuwe woonblokken. Maar tijdens de Wederopbouw bleek deze praktijk te kleinschalig om effectief de woningnood te bestrijden. Er waren grotere prestaties nodig. De overheid begon met het financieren van heel nieuwe wijken, die werden verkaveld en verdeeld onder de corporaties. De verenigingen namen noodgedwongen steeds meer professionals in dienst, die langzaam vervreemdden van de leden.

Bovendien konden woningzoekenden zich niet meer inschrijven bij een corporatie, maar kwamen ze op een gemeentelijke wachtlijst terecht. Een katholieke corporatie kreeg daardoor bijvoorbeeld protestantse huurders toegewezen, die geen lid waren. Daardoor begon het verenigingskarakter te kraken. Het oorspronkelijke systeem werd uitgehold en corporaties begonnen steeds meer te lijken op verhuurbedrijven.

Deze verandering zette door in de jaren zeventig en tachtig, toen de overheid besloot tot ingrijpende stadsvernieuwing. Eind jaren tachtig kwam daar de bouw van Vinexwijken bij, waarvoor de overheid veel geld in het vooruitzicht stelde. Tegelijkertijd hadden corporaties vele miljarden schuld bij de overheid. Men heeft toen besloten beide zaken tegen elkaar af te strepen en de corporaties te verzelfstandigen.

De overheid was niet langer de goedgezinde bank van de corporaties, waardoor ze werden overgeleverd aan de financiële markten. Ze gingen sociale woningbouw financieren door elders geld te maken. Daarvoor moesten ze risico’s nemen. Steeds meer bestuurders begonnen zich te spiegelen aan de grote wereld van het vastgoed. Op zichzelf is dat niet zo erg, maar in een aantal gevallen liep het uit de hand. Al in 1994 ging een aantal corporaties in het oosten van het land met rentederivaten voor 100 miljoen het schip in. Dat was een signaal, waarvan men had kunnen leren. Dat is niet gebeurd.

De verenigingen werden in de jaren negentig massaal vervangen door stichtingen, terwijl het toezicht door de overheid niet goed op orde was. Een van de problemen van de verzelfstandiging was dat de corporaties het beheer hadden over zo’n 4 miljoen woningen. Dat is een gigantische publieke erfenis, waarmee men op een verantwoorde wijze had moeten omspringen. De parlementaire enquête zal daarom niet alleen moeten gaan over de problemen bij Vestia, maar in bredere zin moeten onderzoeken onder welke condities de verzelfstandiging van alle corporaties tot stand is gekomen en welke weeffouten zijn gemaakt.

Er is een mentaliteitsomslag nodig bij de corporatiebesturen. De oude filosofie dat elk dubbeltje dat ze beheren niet van henzelf is maar van hun huurders, is totaal verdwenen. De calvinistische voorzichtigheid die hoort bij het authentieke Nederlandse corporatiemodel, daar mag wel iets van terugkeren.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Recensie

Charley Toorop had succes in het werk, maar pech in de liefde

Charley Toorop kreeg volop erkenning als kunstenaar, maar in haar privéleven was het tobben. Zo blijkt uit de biografie door Wessel Krul.  De portretten van Charley Toorop (1891-1955) zijn meteen herkenbaar: de afgebeelde personen hebben gebeitelde koppen, grote ogen en iets gekwelds. Er zit een onderstroom van agressie in. Toen Toorop begin twintigste eeuw begon te exposeren veroorzaakte haar werk opschudding. Critici vonden het ‘mannelijk’, maar...

Lees meer
Columnist Philip Dröge
Columnist Philip Dröge
Column

MTV zomaar verdwenen? Ik word oud

Het was maar een televisiezender. En ook nog eentje waarvoor je met je afstandsbediening naar de driedubbele cijfers moest doorklikken. Ergens tussen Baby TV en Euronews, in dat digitale niemandsland, hield MTV Music stand. Ballingschap is een groot woord, maar toch: niemand kwam er meer, in die slechte buurt. Ik ook niet. Waarom zou ik?...

Lees meer
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Loginmenu afsluiten