Emeritus hoogleraar strafrecht en criminologie Cyrille Fijnaut, auteur van De geschiedenis van de Nederlandse politie, heeft ernstige bedenkingen. ‘De minister heeft het over honderd grotere steunpunten en driehonderd kleinere politiepunten. Het is nog onduidelijk welke taken deze politiepostjes gaan uitvoeren, of ze permanent bemand zullen zijn, of ze bijvoorbeeld door speciale politieschilden of politielampen herkenbaar worden. Ik voorzie vooral een lokale verrommeling van het nationale politiekorps.
De mogelijkheid om digitaal aangifte te doen wordt als argument gebruikt om politiebureaus te sluiten. Maar of mensen even makkelijk online aangifte doen als in levenden lijve, of digitale aangiftes net zo zorgvuldig en compleet zijn als aangiften die een agent heeft opgetekend, is onbekend.
Het doet me denken aan de jaren vijftig, toen werd betoogd dat politieagenten dankzij de mobilofoon flexibel inzetbaar waren, en dat speciale wijk- en postbureaus in veel gevallen niet meer nodig waren, omdat de meldkamer de politie-inzet wel kon coördineren. Vervolgens heeft men in de jaren zeventig de wijkteams opnieuw uitgevonden om de politie maatschappelijk weer meer te laten integreren.
Laten we wel wezen: de aanstaande hervorming, waarbij we toegaan naar een digitale politie, is ten eerste ingegeven door de bezuinigingen. Met het sluiten van politiebureaus bespaart de overheid 75 miljoen op de exploitatielasten van het vastgoed.
Ik betreur het dat Opstelten doorgaat op de lijn die is ingezet in de jaren negentig. Het politiebestel met 150 korpsen gemeentepolitie en het Korps Rijkspolitie werd in 1993 vervangen door een stelsel van 25 regionale korpsen en een Korps Landelijke Politiediensten. Het staatkundig en operationeel belangrijke uitgangspunt dat elke gemeente in beginsel recht heeft op een eigen eenheid van de politie, werd hiermee losgelaten.
Dat gemeenten niet langer gegarandeerd een eigen politie-eenheid hebben die lokaal is ingebed, vond ik toen al een verslechtering, een soort ontworteling van de Nederlandse politie op lokaal niveau.
De stelselwijziging was destijds ook deels het gevolg van bezuinigingen. In de financieel magere jaren tachtig startte onder premier Ruud Lubbers een discussie hoe het goedkoper kon. Al waren er zeker ook andere argumenten om de politie niet langer gemeentelijk, maar regionaal te organiseren: de misdaad overschreed steeds vaker de gemeentegrenzen.
In 1980 telde Nederland ongeveer duizend herkenbare politiebureaus. Dat zullen er in 2020 nog maar een kleine zeshonderd zijn, waarvan een groot deel niet meer als politiebureau herkenbaar is.
Dit is staatkundig en operationeel een verkeerde ontwikkeling. Terwijl de verantwoordelijkheid van burgemeesters om de orde en veiligheid te handhaven is toegenomen, beschikken veel gemeenten niet langer over een eigen politie-eenheid wier leiding en medewerkers zijn geworteld in het plaatselijke bestuur en de lokale samenleving. Het is effectiever en efficiënter als agenten een gemeente echt goed kennen; dan kunnen ze preventief en repressief, samen met gemeentebestuur, justitie en hulpverlening, adequaat plaatselijke problemen aanpakken.
Hoe de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) akkoord heeft kunnen gaan met deze ingrijpende herinrichting van de nationale politie, is mij een raadsel. Dat Opstelten en de politieleiding beweren dat er weliswaar veel politiebureaus zullen sluiten, maar dat er daarom juist meer blauw op straat aanwezig is, beschouw ik als kretologie.’
Alies Pegtel is historicus en journalist.
LESSEN: ‘Steeds minder gemeenten hebben eigen politiekorps’
Nieuwste berichten
De mythe van de puinheldin
Met haar blote handen ruimde Helga Velden samen met duizenden andere vrouwen het puin van de Duitse straten. Deze zogenoemde Trümmerfrauen worden gezien als ‘heldinnen van de wederopbouw’. Zelf dacht Velden daar heel anders over. Helga Velden is achttien jaar als ze vlak na de oorlog aan het werk gaat in Tiergarten, het grote park...
Spreken over daders in de Tweede Wereldoorlog, wat levert dat op?
Wat gebeurt er als je over de Tweede Wereldoorlog vertelt vanuit het perspectief van de daders? Welke inzichten levert dat op – wetenschappelijk, educatief en voor de cultuur van herdenken? Hierover spreken onder anderen auteur Auke Kok (Mussert: Reis naar het kwaad) en hoogleraar internationale misdrijven Alette Smeulers (Angstaanjagend normaal) tijdens een themabijeenkomst op 26...
Zó anders zijn we niet gaan opvoeden
Vaders en moeders van nu worden vaak omschreven als ‘curlingouders’: ze vegen alle moeilijkheden bij hun kinderen vandaan. Oudere generaties voedden hun kinderen veel strenger op, is de heersende gedachte. Maar nieuw onderzoek nuanceert dat beeld. De voor het proefschrift geïnterviewde Harm, geboren in 1936, beweert dat toen hij jong was kinderen nog respect hadden...
Het onbewezen Dachau-verleden van Willem Wilbrink
Willem Wilbrink is een stokoude man die regelmatig in de media en bij oorlogsherdenkingen wordt uitgenodigd als oud-kampgevangene en verzetsheld. Volgens eigen zeggen heeft hij in het concentratiekamp Dachau veertig mensen het leven gered. Hans Vogelzang wilde meer weten over dit bijzondere verhaal en ging op zoek naar ondersteunend bewijs in kampmemoires en archieven. Maar...