• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 5/2000

    ‘Leopold III zeker vermoord als hij koning was gebleven’

    Reginald de Schryver over de Belgische koningskwestie

    Door: Lisette Konings

    Mocht Leopold III terugkeren als Koning der Belgen of niet? Deze koningskwestie heeft België na de Tweede Wereldoorlog jaren verscheurd. Om een burgeroorlog te voorkomen drong minister August de Schryver aan op troonsafstand. Een gesprek met zijn zoon Reginald de Schryver.

    Vijftig jaar geleden stond België aan de rand van een burgeroorlog. Op 22 juli 1950 keerde koning Leopold III terug uit zijn ballingschap in Zwitserland. Vijf jaar lang had hij het land niet in gemogen, vanwege zijn houding tijdens de oorlog. Niet iedereen was blij met zijn terugkomst. Vooral communisten en socialisten hadden een hekel aan hem. Ze organiseerden stakingen en demonstraties en pleegden aanslagen op spoorbanen en elektrische leidingen. In Grâce-Berleur bij Luik schoot de Rijkswacht drie arbeiders neer.

    Reginald de Schryver, historicus en zoon van August de Schryver, in de Tweede Wereldoorlog minister van Economische Zaken van de Christelijke Volkspartij (CVP), proefde als tiener de revolutionaire sfeer in het land. ‘Die anti- Leopoldisten hadden Leopold zeker vermoord als hij koning was gebleven.’

    Waarom wilde een groot deel van de bevolking hem niet meer als koning?
    ‘Dat kwam door zijn houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was in België de koning niet alleen staatshoofd, maar ook opperbevelhebber van het leger. Volgens de grondwet kan een koning geen politieke daden stellen of een eigen politiek voeren. Alleen de ministers zijn verantwoordelijk. De koning moet dus gedekt zijn door een of meer ministers.

    Nadat de Duitsers in 1940 België binnenvielen, is Leopold rechtstreeks naar het hoofdkwartier van het leger gegaan. Hij was dan wel opperbevelhebber, maar hij had daarvoor eerst de goedkeuring van het parlement moeten hebben. De ministerraad wees hem erop dat hij in de eerste plaats staatshoofd was en dat een staatshoofd niet het risico mocht lopen krijgsgevangene te worden. Eerste minister Pierlot wilde dat de koning zich bij de regering zou voegen. Leopold weigerde dat. Hij wilde het lot van het leger delen. Daardoor kwam het tot een breuk tussen ministers en koning.’

    Wat gebeurde er met de opperbevelhebber tijdens de oorlog?
    ‘Na achttien dagen strijd heeft hij gecapituleerd en werd hij krijgsgevangene van de Duitsers. Ik kan me nog flarden van een gesprek herinneren tussen mijn vader en de kasteelheer in Frankrijk, bij wie wij tijdelijk verbleven na onze vlucht uit België. Mijn vader was enorm boos. Volgens hem had de koning een dwaasheid begaan door te capituleren.
     

    De Franse premier Reynaud noemde Leopold III een verrader

    De Franse premier Reynaud noemde Leopold III een verrader. Ook de leden van het parlement die naar Frankrijk waren gevlucht, keurden de houding van de koning af. Maar de bevolking was op dat moment de koning dankbaar. De angst en ellende van de Eerste Wereldoorlog stond de Belgen nog helder voor de geest. Ze waren blij dat Leopold een bloedbad had voorkomen.’

    Waarom veranderde de houding van het volk ten opzichte van de koning?
    ‘Na de capitulatie was Leopold een Duitse gevangene in zijn eigen kasteel in Laken. Hij wilde en kon niemand spreken, ook geen leden van de regering. Maar in 1941 trouwde hij wel met Liliane Baels, zijn tweede vrouw. En nota bene eerst in de kerk, terwijl je in België eerst voor de wet moet trouwen. Dat wekte irritatie op. Na de oorlog is ook bekend geworden dat hij om een gesprek met Hitler had gevraagd. Een gesprek met de vijand!

    In Berchtesgaden sprak hij in 1940 met de Führer over de toekomst en onafhankelijkheid van België. Verder heeft hij in januari van 1944 een politiek testament geschreven. Vanaf het begin van de oorlog geloofde de vorst dat er een compromisvrede met “goede Duitsers” zou komen, waarbij de Belgische neutraliteit hersteld kon worden. Ook de regering hoopte op zo’n compromisvrede. Maar zij begreep in 1941 dat zoiets onmogelijk was en vertrok uiteindelijk naar Engeland. Leopold III heeft altijd geloofd in deze vrede, zo bleek uit het politiek testament.

    Die koppigheid is niet goed geweest voor zijn reputatie. In zijn politiek testament bracht hij ook geen hulde aan de geallieerden of het verzet en hij sprak ook niet zijn solidariteit uit met de regering in Londen.’

    België werd in september 1944 bevrijd. Waar was de koning?
    ‘Dat wisten we in België ook niet. Na D-day op 6 juni 1944 was de koning met zijn familie door de Duitsers weggevoerd. Eerst naar Hirschstein bij Dresden en later naar Strobl in Oostenrijk. Hij verkeerde dus in de “onmogelijkheid om te regeren”. Daarom werd prins Karel, de broer van Leopold III, verkozen tot regent. Begin mei 1945 werd Leopold bevrijd.

    Hij wilde terugkeren naar België, maar de ministers vonden dat geen goed idee

    Hij wilde meteen terugkeren naar België, maar de ministers vonden dat geen goed idee. Vandaar dat hij naar Pregny in Zwitserland reisde. In België was na september 1944 de koningskwestie begonnen: het conflict over de vraag of Leopold III als koning terug mocht keren. Een meerderheid van het parlement vond van niet. Leopold meende toen dat het volk maar moest beslissen in deze kwestie.’

    Wie steunden de koning en wie waren tegen zijn terugkeer?
    ‘Koning Leopold III genoot de steun van de katholieken, die vooral in Vlaanderen zaten. De meesten van hen hadden tijdens de oorlog een afwachtende houding aangenomen en zagen in de houding van de koning een rechtvaardiging van hun eigen optreden. Zij waren blij dat er niet onnodig bloed was vergoten. De socialisten en communisten uit de Waalse industriegebieden hadden genoeg van de koning.

    Zij verweten hem het conflict met de regering, ze vonden het maar niks dat hij had gesproken met Hitler en dat hij ervan uitging dat de Duitsers zouden winnen. Ook hadden ze zich geërgerd aan het huwelijk met Liliane Baels. Onder de liberalen waren de meningen verdeeld. Ik was voor de koning, bijna als vanzelfsprekend. Maar ik weet nog wel dat twee broers van mij juist tegen zijn terugkeer waren. Waarom weet ik niet, misschien omdat je als puber niet hetzelfde wilt zeggen als je omgeving. Tja, zelfs binnen een gezin was er verdeeldheid.’

    Wanneer kwam er een volksraadpleging?
    ‘Pas in 1950. Op 12 maart. Pas toen was er een meerderheid in het parlement die voor een volksraadpleging was. Ik baalde ervan dat ik die dag met “roepingsretraite” moest: in een klooster nadenken over je toekomst. Gelukkig had een klasgenoot een radio bij zich en tijdens het ontbijt de volgende morgen werden de uitslagen bekendgemaakt. Maar het is toch jammer dat ik die dag niet van dichtbij heb meegemaakt.’

    Wat was de uitslag?
    ‘Landelijk gezien was bijna 58 procent voor de terugkeer van de koning. Geografisch waren de verschillen heel groot. In het katholieke Vlaanderen stemde 72 procent voor, in Brussel maar 48 procent en in Wallonië zelfs maar 42 procent. Het parlement heeft uiteindelijk op 20 juli zijn goedkeuring gegeven aan de terugkeer. Twee dagen later kwam de koning aan in België, op het militaire vliegveld van Evere.
     

    Het parlement heeft uiteindelijk goedkeuring gegeven aan de terugkeer

    Hij ging meteen naar zijn paleis in Laken. Er waren veel manifestaties en in Sint-Niklaas, waar ik toen was, werd de hele dag de toespraak van de koning herhaald. Met het Verbond van Royalisten ben ik nog naar het paleis in Laken gegaan. We stonden voor het hek en in de verte kon je de koning zien zwaaien. Het voorplein lag vol met bloemen.’

    Nu was alles opgelost?
    ‘Absoluut niet. In Wallonië kwam een revolutionaire beweging van socialisten en communisten op gang. Zij weigerden Leopold III als koning te erkennen. Vanwege zijn houding in de oorlog. Vooral in het zuiden van het land braken stakingen uit en er werden aanslagen gepleegd op spoorbanen, elektrische leidingen en spoorweginstallaties. In Luik lag de boel helemaal plat. De stakingen sloegen over naar Vlaanderen:onder andere naar de havens van Gent en Antwerpen. Tussen anti-Leopoldisten en de Rijkswacht kwam het regelmatig tot botsingen.

    Op 30 juli werden in Grâce-Berleur, vlakbij Luik, drie arbeiders doodgeschoten door de Rijkswacht. Dat heeft waarschijnlijk voor Leopold de doorslag gegeven. Hij wilde niet dat er vanwege hem bloed werd vergoten. In de nacht van 31 juli op 1 augustus besloot hij afstand te doen van de troon en het koningschap aan zijn oudste zoon Boudewijn over te laten.
     

    Leopold wilde niet dat er vanwege hem bloed werd vergoten

    Zijn privésecretaris had in diezelfde nacht nog geprobeerd een nieuwe regering te vormen onder leiding van Pholien, een christen-democraat uit Wallonië. Maar dat mislukte. Voor de koningsgezinden was de troonsafstand natuurlijk een vreselijke tegenslag. Bij de volksraadpleging hadden zij gewonnen en toch dolven zij het onderspit.’

    ‘De Christelijke Volkspartij (CVP) heeft, denk ik, de monarchie gered door aan te dringen op de troonsafstand van Leopold. Als CVP-minister heeft mijn vader de koning gevraagd af te treden om de crisis binnen de perken te houden. Dat is hem niet in dank afgenomen. Fanatieke Leopoldisten hebben bij ons huis in Gent daarom de ruiten ingegooid. En mijn studentenkamer in Namen werd helemaal overhoopgehaald toen enkele koningsgezinde Walen ontdekten wie ik was.’

    Hoe heeft Boudewijn het conflict opgelost?
    ‘Hij was twintig toen hij koninklijke prins werd, een term die gebruikt werd omdat hij nog niet meerderjarig was. In 1951 werd hij koning. Die jongen had geen normale opleiding genoten. Zijn moeder was gestorven toen hij vijf was, hij was krijgsgevangene tijdens de oorlog en vlak daarna verbleef hij met zijn vader in Pregny. Hij was niet echt voorbereid op zo’n taak.

    Boudewijn stelde zich op als koning van álle Belgen

    In het begin was Boudewijn heel stuurs; er kon nauwelijks een glimlach af. Hij hield zich sterk op de achtergrond. Na verloop van tijd werd hij toch gewaardeerd door zowel links als rechts, omdat hij zich opstelde als de koning van álle Belgen. Hij heeft nooit partij gekozen. De koningskwestie heeft nog doorgespeeld tot de verkiezingen in 1954, waarbij de CVP verloor. Daarna is de kwestie min of meer vergeten.

    Na zijn troonsafstand heeft Leopold III zich teruggetrokken en zich niet meer met politiek bemoeid. Hij is veel gaan reizen en heeft een aantal mooie documentaires gemaakt. Verder is hij in vergetelheid geraakt. Ik was ook pijnlijk verrast toen er tijdens zijn begrafenis in Brussel in 1983 zo weinig mensen op straat waren. Hij is echt in stilte gestorven.’

    Is de tweedeling tussen Wallonië en Vlaanderen door de koningskwestie verscherpt?
    ‘De koningskwestie heeft deze tegenstelling voor het eerst aan het licht gebracht en natuurlijk wat verscherpt. De katholieke Vlamingen waren gefrustreerd over de afloop. De religieuze factor is nu nagenoeg verdwenen uit de politiek, maar de tegenstelling Vlaanderen-Wallonië is er nog steeds.’

    Wat vindt u nu van de monarchie?
    ‘Principieel gezien ben ik republikein. Het koningshuis is een ouderwetse instelling. Een gekozen staatshoofd is veel democratischer. Maar in België vervult het koningshuis wel een rol: het houdt het land bij elkaar. Zowel Walen als Vlamingen hebben zich verzoend met het koningshuis.’