Home Een dorp

Een dorp

  • Gepubliceerd op: 20 jun 2007
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Jan Dirk Snel

Ook op de voorzijde van de vijfde band van de Geschiedenis van Amsterdam prijkt een plaatje van de Dam. Maar de luchtfoto die jarenlang in de aankondigingen te zien was, blijkt vervangen te zijn.


Op het oorspronkelijke ontwerp stond een tamelijk recente kleurenfoto waarop het hele plein en een ruim deel van de omgeving te zien waren, vanaf een positie net achter het voormalige stadhuis. Op het definitieve omslag prijkt echter een vanuit de hoogte genomen zwart-witfoto van het Nationaal Monument op de Dam uit 1963. Er zitten en liggen nogal wat mensen op de trappen rond de gedenkzuil: aan de formele kleding te zien vooral kantoormensen die in de pauze van de zon genieten.

Het is een mooie foto, maar hij is typerend voor de opzet van het boek: het overzicht is weg. Net als op de foto zoomen de auteurs op tal van onderwerpen fraai in, maar wat er aan bod komt en op welk moment, daar kom je als lezer niet uit. Er zit niets anders op dan je gewillig mee te laten voeren aan de hand van de vertellers, die zonder aankondiging of uitleg van alles na en door elkaar aan de orde stellen. Nu alle vijf banden van de Geschiedenis van Amsterdam voor ons liggen, kunnen we concluderen dat alleen de redacteuren van de tweede en derde band – samen deel II geheten -, over de jaren tussen 1578 en 1813, erin geslaagd zijn een stevige grip op de stof te krijgen. Maar terwijl het deel over de Middeleeuwen wel zeer breed en volledig was, is dit laatste deel veel willekeuriger en impressionistischer.

De foto prent ons nog iets in: de Amsterdamse twintigste eeuw bevat een diepe cesuur: de vijf jaren tussen 1940 en 1945. Over de Nederlandse geschiedenis kun je misschien nog betogen dat de bezettingsjaren in veel opzichten geen grote maatschappelijke of politieke wijziging betekenden, maar juist vertragend werkten op de structurele modernisering die de twintigste eeuw wel moest brengen. Met betrekking tot een stad waarvan het overgrote deel van de Joodse inwoners – zo’n tiende van de bevolking – werd gedeporteerd en uitgemoord, kun je een dergelijke laconieke benadering echter niet volhouden. De oorlogsjaren worden in dit boek door Guus van Meershoek afzonderlijk beschreven; Piet de Rooy vertelt over de jaren ervoor, terwijl Doeko Bosscher de naoorlogse jaren voor zijn rekening neemt.

De keuze voor een ouderwetse zwart-witfoto is misschien ook wel typerend voor de traditionele, evenementiële geschiedschrijving die in het boek wordt toegepast. Het is wellicht niet toevallig dat in de hoofdstukken van Piet de Rooy vooral een krant, het Algemeen Handelsblad, het meest frequent lijkt te figureren in de noten. Bosscher beschrijft allerlei gebeurtenissen – de roerige jaren van Provo en later de krakersrellen, bijvoorbeeld – uitvoerig en met zichtbaar genoegen. Maar een systematische, fysieke en thematische rondgang door de stad zoals Jan Wagenaar die al in de achttiende eeuw gaf, ontbreekt. Structurele ontwikkelingen worden hooguit terloops in vertellende stukken aan de orde gesteld.

Amsterdam is in de twintigste eeuw vooral een kleine stad gebleven. Aan het eind van de eeuw waren er bijna 750.000 inwoners – nog geen derde meer dan een eeuw eerder. Toch breidde de stad enorm uit en veranderde hij van karakter. Piet de Rooy eindigt het boek met een fraaie rondblik vanaf het terras van café Scheltema aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Wat de bezoeker van die schenkgelegenheid op een steenworp afstand van het centrum van de hoofdstad van de natie echter het meest zal opvallen, is de ongelooflijke rust: zo stil kan het daar een kleine halve eeuw geleden, toen de drukpersen van de grote nationale kranten er denderden en de vrachtwagens af- en aanreden, niet geweest zijn. Zo weinig verkeer was er zelfs honderd jaar geleden niet. Dit laatste deel besteedt veel aandacht aan onrust en verzet, maar al dat gedoe heeft geleid tot een ordelijke en overzichtelijke stad, die de rust uitstraalt van een dorp.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel leest u historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Nu de eerste maand voor maar 1,99.

Nieuwste berichten

Nederlanders van de Groenlandse Compagnie zijn bezig met de walvisvaart
Nederlanders van de Groenlandse Compagnie zijn bezig met de walvisvaart
Interview

Nederland stuurde jaarlijks vijftig schepen naar Groenland, tot woede van Denemarken

In de achttiende eeuw joegen Nederlandse walvisvaarders en masse in de wateren van Groenland. Volgens neerlandicus Hans Beelen, gespecialiseerd in Arctische reisbeschrijvingen, zorgde deze Nederlandse aanwezigheid vaak voor spanningen met de Deense kolonisatoren. Dit artikel krijgt u van ons cadeau Wilt u ook toegang tot HN Actueel? Hiermee leest u dagelijks geschiedenisverhalen met een actuele...

Lees meer
Politieke cartoon over Amerikaans imperialisme na de Spaans-Amerikaanse oorlog
Politieke cartoon over Amerikaans imperialisme na de Spaans-Amerikaanse oorlog
Artikel

Imperialisme is de Verenigde Staten eerder slecht bevallen

Donald Trump is dol op de negentiende eeuw. Van president McKinley tot president Monroe en van de corruptie van de Gilded Age tot het Manifest Destiny. Met zijn acties in Venezuela en dreigementen aan Groenland voegt hij daar nu onversneden imperialisme aan toe: het overnemen van landen om ze voor eigen gewin uit te buiten....

Lees meer
Nucleaire explosie in Nevada tijdens tests van de VS
Nucleaire explosie in Nevada tijdens tests van de VS
Artikel

Nucleaire ballonnen boven Europa? Dit wonderlijke wapen werd bijna werkelijkheid

In de jaren vijftig onderzocht het Amerikaanse leger of het kernbommen kon afgooien met een luchtballon. Die waren goedkoop en konden onopgemerkt richting vijandelijk gebied zweven. Toch zagen wetenschappers vooral risico’s: bij slecht weer kon een nucleaire ballon de verkeerde kant op waaien. De Fransen waren in de achttiende eeuw de eersten die luchtballonnen inzetten...

Lees meer
Manstein aan het front in 1942
Manstein aan het front in 1942
Recensie

Hitler bedacht zelf het aanvalsplan tegen Frankrijk, blijkt uit dagboek van generaal

Militair historicus Roman Töppel heeft zes jaar van zijn leven gegeven om de oorlogsdagboeken en brieven van generaal Erich von Manstein door te spitten en vrijwel integraal uit te geven. Het eerste van drie delen is uitgebracht en beslaat de periode 1939 tot voorjaar 1941. Alleen al het lezen was een titanenklus, want Mansteins handschrift...

Lees meer
Loginmenu afsluiten