Home Doe-het-zelfdemocratie

Doe-het-zelfdemocratie

  • Gepubliceerd op: 30 mei 2011
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Jan Dirk Snel

Toen ik het fraaie boek van Anton van Hooff over ‘de eerste democratie’ – het antieke Athene van de vijfde en vierde eeuw voor Christus dus – in handen kreeg, was ik net begonnen in een ander werk: The Origins of Political Order. From Prehuman Times to the French Revolution van Francis Fukuyama. Zoals de ondertitel al aangeeft, behandelt de befaamde Amerikaanse politicoloog zo ongeveer de gehele geschiedenis van de mensheid in zijn verhaal over de ontwikkeling van politieke instituties.

Dat China, India en het Ottomaanse Rijk uitvoerig aan de orde komen, hoeft niet te verbazen. Opvallender is wat Fukuyama niet behandelt. Sinds Hegel zijn we gewend om de wereldgeschiedenis van oost naar west te doorlopen, maar tot voor kort had toch niemand de oude Grieken en Romeinen durven over te slaan. De Amerikaan dus wel.

De regeringsvorm in het oude Athene en de Romeinse Republiek kun je beter omschrijven als ‘klassiek republicanisme’ dan als ‘democratie’, meent Fukuyama. Slechts een beperkt aantal burgers mocht meedoen, er waren scherpe klassentegenstellingen en velen – slaven – waren uitgesloten. Dit waren geen ‘liberale, maar in hoge mate communitaire staten’, die de privacy en de autonomie van hun burgers niet respecteerden, stelt Fukuyama. Oei!

Dat overslaan van Athene, daar zou Anton van Hooff nog wel mee kunnen leven, vermoed ik. ‘Er is geen enkele democratie die Athene als directe inspiratie heeft gebruikt,’ schrijft hij. Wat de Atheners onder volksregering verstonden, was iets geheel anders dan wat daar in moderne tijden voor doorgaat. Atheners kenden het begrip ‘vertegenwoordiging’ niet; zij deden het zelf, besturen. Elke werkdag traden zo’n 3200 mannen aan om allerlei ambten te vervullen. Vijfhonderd van hen zaten in de Raad; anderen namen plaats in jury’s bij processen of vervulden andere functies. En op veertig dagen per jaar kwamen zo’n 6000 mannen bijeen in de Volksvergadering.

De 30.000 mannen die volledige burgerrechten hadden, vormden ongeveer 15 procent van de bevolking, schrijft Van Hooff. Hij schat Athene – dat was een behoorlijk gebied, veel groter dan de stad – dus op ongeveer 200.000 inwoners. Vrouwen mochten inderdaad niet meedoen, slaven ook niet. Fukuyama herhaalt slechts het vaste verwijt. Van Hooff erkent dat wel, maar het weldadige aan zijn boek is dat hij wil laten zien hoe het directe kantonale bestuur van die toch nog steeds behoorlijk omvangrijke groep wel verliep. Atheners definieerden democratie ook altijd als de regering van velen, niet van allen.

Feit blijft dat Athene voor een uitgebreide bovenlaag een redelijk egalitaire samenleving was. Isonomia, gelijkwettigheid, daar gingen ze prat op. Juristen en ambtenaren in onze zin kwamen in het verhaal nauwelijks voor. In die zin pakten de Atheners, die trouwens graag lootten in plaats van stemden, het bestuur in feite minder hiërarchisch en gespecialiseerd aan dan wij doen. Zij beseften goed dat het wezen van volksheerschappij bestond in de begrenzing van macht. Vandaar dat functies vaak slechts voor een jaar golden.

Tegen het centralistische geweld van de Macedoniërs Philippos en diens zoon Alexander kon men uiteindelijk niet op. Misschien zou je ook kunnen zeggen dat de Atheners met veel organisatorisch vernuft de gelijkheid uit traditionele tribale samenlevingen nog een tijdje kunstmatig wisten te rekken.

Van Hooff schrijft buitengewoon prettig. Persoonlijke opmerkingen en vergelijkingen met hedendaagse verschijnselen schuwt hij niet. Zo wordt het een levendig verhaal. Van Hooffs verhandeling gaat niet alleen over de organisatie van de Atheense politiek, maar over het hele maatschappelijke leven, dus ook over kunst, literatuur, toneel en religieuze festivals. Van gelijkheid en democratie worden mensen beschaafder, betoogt Van Hooff. Voor debat en spot was er veel ruimte.

Toch waren er grenzen. Socrates, die zich gedroeg als een elitaire dwarsligger en nogal wat foute discipelen had, werd veroordeeld omdat hij zich in religieus opzicht asociaal gedroeg: hij nam de goden van de gemeenschap niet in acht. In die zin geeft Van Hooff Fukuyama indirect een beetje gelijk. De gemeenschap eiste wel dat men meedeed.

Antoon van Hooff
Athene. Het leven van de eerste democratie
271 p. Ambo, 24,95 euro

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Columnist Philip Dröge
Columnist Philip Dröge
Column

MTV zomaar verdwenen? Ik word oud

Het was maar een televisiezender. En ook nog eentje waarvoor je met je afstandsbediening naar de driedubbele cijfers moest doorklikken. Ergens tussen Baby TV en Euronews, in dat digitale niemandsland, hield MTV Music stand. Ballingschap is een groot woord, maar toch: niemand kwam er meer, in die slechte buurt. Ik ook niet. Waarom zou ik?...

Lees meer
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Artikel

Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem

Door bestuurlijke chaos dreigde de Nederlandse Republiek ten onder te gaan. Eén dwarsliggende stad of provincie kon de besluitvorming op nationaal niveau verlammen. Dat ging zo niet langer, vond de regent Simon van Slingelandt. Hij maakte een hervormingsplan, dat in Den Haag menigeen in de gordijnen joeg. Lang had Nederland er niet zo beroerd voor...

Lees meer
Loginmenu afsluiten