Home De mysterieuze verdwijning van Michael Rockefeller

De mysterieuze verdwijning van Michael Rockefeller

De mysterieuze verdwijning van Michael Rockefeller

Bas Roetman

Historicus en journalist

Gepubliceerd op: 11 november 2015

Update 12 april 2023

De Amerikaanse miljardairszoon Michael Rockefeller verdween op 19 november 1961 in de Arafurazee bij Nieuw-Guinea. Zijn lichaam werd nooit teruggevonden. Al gauw ging het gerucht dat hij slachtoffer was geworden van een rituele slachting door kannibalen. Journalist Carl Hoffman zocht uit wat er werkelijk met Rockefeller gebeurde. In zijn boek Wreed paradijs vertelt hij het verhaal van de Asmat: over koppensnellers, kannibalisme en kolonialisme.

Michael Rockefeller wilde die novemberochtend zwemmend de kust bereiken, omdat zijn boot was omgeslagen en stuurloos ronddobberde. Het betrof de oever van het grondgebied van de Asmat, een volk dat eeuwenlang zonder enig contact met de buitenwereld geleefd had.

Zoon van Nelson Rockefeller

Rockefeller was 23 jaar oud toen hij naar Nieuw-Guinea reisde. Hij was de zoon van Nelson Rockefeller, gouverneur van New York en toekomstig vice-president van de Verenigde Staten. Rockefeller senior had in 1957 het Museum of Primitive Art in New York geopend, dat talloze kunstobjecten van ‘primitieve’ culturen over de hele wereld herbergde. Michael deelde zijn vaders fascinatie voor het exotische en trok naar de Asmat-regio om daar objecten te verzamelen.

‘Primitief’ was destijds een gangbare term om inheemse volkeren te beschrijven die niet de technologische ontwikkelingen en modernisering van ‘het westen’ hadden doorgemaakt.

"Het woord primitief is eigenlijk zelf heel primitief. Het doet de Asmat geen recht en heeft een neerbuigende bijklank"

Journalist Carl Hoffman (1960), die een aantal maanden bij de Asmat verbleef, is blij dat deze benaming nu achterhaald is: “Hun cultuur is heel complex, misschien niet in technologisch opzicht, maar zeker op het gebied van sociale organisatie, kosmologie en mythologie. Het woord primitief is eigenlijk zelf heel primitief. Het doet de Asmat geen recht en het heeft een neerbuigende bijklank.”

Hoffman hoorde het verhaal van Rockefeller voor het eerst tijdens een verblijf in Jakarta in de jaren tachtig, en het heeft hem nooit meer losgelaten.

In 1961 was het koppensnellen van de Asmat door de Nederlandse koloniale overheid verboden. De Nederlandse regering wilde Nieuw-Guinea graag behouden en ze moesten de internationale gemeenschap duidelijk maken dat ze de kolonie onder controle hadden. Ondanks het verbod bleef de drang naar koppensnellen bestaan, ook in 1961.

Koppensnellen en het heilige hoofd

Koppensnellen was volgens Hoffman belangrijk vanwege de heilige eigenschappen die de Asmat aan het hoofd toedichtten: “Het hoofd is als een vrucht in de natuur, daar bevindt zich de essentie, datgene wat ons mens maakt. Bij bepaalde initiatierites wordt het hoofd bij het kruis van de geïnitieerde gelegd,  om de kracht van het hoofd te absorberen.”

Ongeveer een maand na Rockefellers verdwijning kreeg missionaris Hubertus von Peij een groep mannen uit het dorp Otsjanep op bezoek. Ze vertelden dat ze in zee iets hadden zien bewegen. Eerst dachten ze dat het een krokodil was, maar het bleek een blanke man te zijn. De mannen wisten niet wat ze met hem aan moesten. Uiteindelijk had een van de mannen de blanke man met een speer in zijn ribben gestoken. Later doodden ze hem en maakten ze een vuur. De botten van de man hadden ze onderling verdeeld.

Eerst dachten ze dat ze een krokodil hadden zien bewegen in zee, maar het bleek een blanke man te zijn

Dat de blanke Michael Rockefeller moest zijn geweest leed voor Von Peij geen twijfel. Hij rapporteerde het voorval aan zijn superieuren, maar kreeg van hen het bevel zich stil te houden. Nederland moest immers niet in een kwaad daglicht komen te staan, net nu minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns de Verenigde Staten ervan wilde overtuigen dat het beschavingsoffensief in Nieuw-Guinea goed op weg was. De officiële verklaring bleef dat Rockefeller was verdronken. De zaak verdween in de doofpot.

Volgens Hoffman hebben de Asmat Rockefeller vermoord om de balans te herstellen, nadat de Nederlanders een aantal Asmat hadden omgebracht. Een groep Nederlandse soldaten onder leiding van Max Lapré had in 1957 een bloedbad aangericht in Otsjanep, bij een strafexpeditie voor de onderlinge moordpartijen van de Asmat.

Geesten van voorouders

Het onderlinge doden was voor de Asmat een manier om de geesten tevreden te stellen. De blanken waren voor de Asmat geesten van hun voorouders. Dat deze voorouders nu zelf hadden gemoord was niet te bevatten. Een nieuw evenwicht kon alleen bereikt worden door Michael Rockefeller te doden. Hoewel Hoffman niet definitief kan bewijzen dat zijn versie van het verhaal de juiste is, wijst alles volgens hem in die richting.

De Asmat doodden Rockefeller niet alleen, volgens Hoffman aten ze hem ook op. Het eten van andere mensen is voor ons ondenkbaar, maar Hoffman legt uit waarom mensen eten voor de Asmat heel normaal was: “Kannibalisme is in vele opzichten de ultieme expressie van leven. Al het leven komt voort uit het eten van ander leven. Het eten van andere mensen mag dan voor ons een groot taboe zijn, voor de Asmat is het juist een uiting van leven, dat zonder de dood niet kan bestaan.”

Ondanks het kannibalisme lijken de Asmat volgens Hoffman meer op ‘de westerse mens’ dan we denken: “De mythologie en gebruiken van de Asmat, het christendom, de islam, het hindoeïsme – allemaal zijn het verschillende uitdrukkingen van dezelfde impulsen. Alle geloven gaan over hoe om te gaan met de grote, emotionele gebeurtenissen in het leven, zoals geboorte, volwassenheid, vaderschap of moederschap, ouderdom en de dood. De Asmat lijken heel ver van ons af te staan, maar ze staan ook voor deze levensvragen. Die vragen zijn onderdeel van ons mens-zijn.”

Meer lezen? Hoffmans boek Wreed paradijs. Koppensnellers, kolonialisme en de mysterieuze verdwijning van Michael Rockefeller is te koop in onze webshop.


Carl Hoffman bij de Asmat in Nieuw-Guinea

Nieuwste berichten

Het Joegoslaviëtribunaal heeft de historische waarheid niet achterhaald
Het Joegoslaviëtribunaal heeft de historische waarheid niet achterhaald
Onderzoek

Het Joegoslaviëtribunaal heeft de historische waarheid niet achterhaald

Enkel de waarheid zou als winnaar uit de strijd mogen komen. Met die ambitie begon het Joegoslaviëtribunaal (ICTV) in 1993 aan zijn taak. Maar het is er niet in geslaagd de historische waarheid over de Joegoslaviëoorlogen eenduidig te schetsen. Dat concludeert historicus en journalist Petar Finci in zijn proefschrift, dat hij op 23 september verdedigde...

Lees meer
Amerikaanse artsen gebruikten zwarte kinderen om inentingsmateriaal te kweken
Amerikaanse artsen gebruikten zwarte kinderen om inentingsmateriaal te kweken
Artikel

Amerikaanse artsen gebruikten zwarte kinderen om inentingsmateriaal te kweken

Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog entten witte artsen zwarte mensen in met het pokkenvirus, om nieuwe entstof te kweken voor de soldaten aan het front. Vaak gebruikten zij vrouwen en kinderen in slavernij. Die hadden zelf geen enkele keuze en moesten de risicovolle behandeling gedwongen ondergaan. De oorlog tussen de noordelijke en de zuidelijke staten van...

Lees meer
De Bronzen Soldaat (Estisch: Pronkssõdur) in Tallinn is een omstreden Sovjet-oorlogsmonument uit de Tweede Wereldoorlog.
De Bronzen Soldaat (Estisch: Pronkssõdur) in Tallinn is een omstreden Sovjet-oorlogsmonument uit de Tweede Wereldoorlog.
Artikel

Russische cyberaanval legde Estland negentien jaar geleden al grotendeels plat

Europese inlichtingendiensten waarschuwen dat Rusland ‘binnen enkele maanden’ de NAVO wil testen door hybride aanvallen uit te voeren. Dat zou niet voor het eerst zijn. Al in 2007 kreeg Estland te maken met Russische cyberaanvallen en nepnieuws, die de samenleving tijdelijk ontwrichtten. Het begon allemaal vanwege een standbeeld. In een stil hoekje van de militaire...

Lees meer
‘Een bekentenis door marteling was ook in de Middeleeuwen onvoldoende’
‘Een bekentenis door marteling was ook in de Middeleeuwen onvoldoende’
Interview

‘Een bekentenis door marteling was ook in de Middeleeuwen onvoldoende’

De berechting van de ‘architect van de 9/11-aanslagen’ loopt vertraging op, nu de rechtbank heeft bepaald dat zijn door marteling afgedwongen bekentenis geen geldig bewijs is. Het proces tegen Khalid Sheikh Mohammed is verdaagd tot 5 juni 2028. Middeleeuwse rechters in Europa twijfelden beduidend minder aan verklaringen die ‘onder tortuur’ waren afgelegd. Maar ze stelden...

Lees meer
Loginmenu afsluiten