Home De man die New York verbouwde

De man die New York verbouwde

  • Gepubliceerd op: 16 augustus 2021
  • Laatste update 23 aug 2021
  • Auteur:
    Jan Martin
  • 13 minuten leestijd
De man die New York verbouwde

Tussen de jaren twintig en zestig groeide New York uit tot een enorme metropool. De stad legde honderden parken aan, bouwde kilometers aan snelwegen en verbond stadsdelen met elkaar door gigantische bruggen. Dit was grotendeels de verdienste van één man: Robert Moses. De invloed van de planoloog op de grootste stad van Amerika is nog altijd zichtbaar, maar vanwege zijn racistische ideeën is hij niet onomstreden.

Robert Moses werd in 1888 geboren als zoon van Duits-Joodse immigranten: Emanuel en Bella Moses. Toen hij negen jaar oud was, verhuisde zijn familie van Connecticut naar New York. Na zijn studie politicologie werd hij ambtenaar in The Big Apple.

Moses had grootse plannen voor de stad. Een vriendin beschreef hoe hij haar tijdens een boottocht vertelde over de mogelijkheden die hij zag. Een zeilclub hier, een tennispark daar, Moses zag het allemaal voor zich. New York was op dat moment echter in handen van een corrupte Democratische partijorganisatie: Tammany Hall. Wie op de Tammany Hall-kandidaten stemde, of diensten aan de partijmachine verleende, kon op een baan binnen de ambtenarij van New York rekenen. De idealistische Robert Moses sloot zich aanvankelijk aan bij een commissie van hervormers die de corrupte stand van zaken probeerde te bestrijden, maar zonder succes. Hij schreef tientallen voorstellen voor het stroomlijnen van de stadsadministratie, maar zijn werk werd steevast genegeerd.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Robert Moses bij een maquette van de Battery Bridge, 1939.

Het was de eerste keer dat Moses in aanraking kwam met de machtsorganen van New York. Hij zag dat machthebbers bereid waren om de regels naar hun hand te zetten om hun zin te krijgen, en dat zijn idealisme niet genoeg was om verandering teweeg te brengen. Om zijn plannen voor New York te verwezenlijken, moest hij de knop omzetten en zich mengen in de machtsstructuur van New York. Hij besloot zijn steun te verlenen aan Al Smith, een Democraat die banden had met Tammany Hall. Met Smith als mentor leerde Moses wetten te schrijven en via de juiste kanalen in te zetten. Het duurde niet lang voordat hij de kans kreeg om die kennis toe te passen.

Long Island

In 1924 beloonde Smith, die inmiddels gouverneur van New York was geworden, Moses door hem het hoofd van de nieuwe Long Island State Park Commission te maken. Daarmee was Moses verantwoordelijk voor alle parken in New York. Het was geen gewichtige positie, maar hij zag zijn kans schoon om zijn stempel op New York te drukken.

In de jaren twintig waren er namelijk grote veranderingen gaande in Amerika. De toenemende welvaart en opkomst van de auto betekenden dat Amerikanen steeds meer vrije tijd kregen. In New York trokken inwoners met de auto naar openbare parken om te zwemmen en te picknicken. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De stad werd weliswaar omringd door natuur, maar die gebieden waren vaak ontoegankelijk voor inwoners uit het centrum. De rijkste families op Long Island, waaronder de Rockefellers, de Kahns, de Morgans en de Carnegies, weerden stedelingen zelfs actief van het eiland. De families voelden er weinig voor om hun grond te delen met het grauw van New York en torpedeerden iedere poging om Long Island openbaar terrein te maken.

Moses zag zijn kans schoon om zijn stempel op New York te drukken

Toch kreeg Moses het voor elkaar om parken en openbare stranden aan te leggen op het eiland. Met juridische trucs lukte het hem om grond van de Long Island-elite in beslag te nemen. De manier waarop hij dat deed was eigenlijk illegaal, maar de planoloog ging meteen aan de slag met het bebouwen van Long Island en vertraagde de rechtszaken die tegen hem werden aangespannen. Ondertussen zette hij zijn tegenstanders weg als een out of touch-elite die de parken van de New Yorkers wilden afpakken. Toen de rechters uiteindelijk een oordeel moesten vellen, werden ze geconfronteerd met een fait accompli: de grond die Moses illegaal in beslag had genomen was tijdens de rechtszaak volgebouwd met snelwegen en parkgebouwen. Als de rechters Moses zouden dwingen om het land terug te geven en de infrastructuur af te breken, zou dat betekenen dat de overheid voor niets miljoenen had uitgegeven. Daarnaast zouden de bewoners van New York woedend zijn over het afpakken van hun parken.

Triborough Bridge

Moses was niet alleen verantwoordelijk voor het bestaande parkennetwerk op Long Island, hij gebruikte zijn nieuwe positie ook om nieuwe parken en speelpleinen te bouwen binnen New York City. Hij zorgde er bovendien voor dat een collectie rottende krotten met kreupele dieren in Central Park werd omgetoverd tot de Central Park Zoo, die op de openingsdag meer dan 30.000 bezoekers trok.

Intussen zette de opkomst van de auto het wegennetwerk van New York onder druk. Het probleem verergerde door het feit dat drie belangrijke stadsdelen  − Manhattan, The Bronx en Queens − van elkaar werden gescheiden door de Harlem River en de East River. Wie van het ene stadsdeel naar het andere wilde reizen, moest ver omrijden. Er waren weliswaar bruggen die de stadsdelen met elkaar verbonden, maar deze waren niet groot genoeg om het groeiende verkeer te faciliteren. Door de files duurde het bijvoorbeeld 43 minuten om de 360 meter lange Queensborough bridge met de auto over te steken. De bouw van Moses’ Triborough bridge, nu bekend als de Robert F. Kennedybrug, moest dit probleem oplossen door alle drie de stadsdelen met elkaar te verbinden.

De ingenieurs en ontwerpers van New York begonnen in 1926 met de bouw van de brug, maar het project verzandde al snel door problemen met het verkrijgen van bouwgrond binnen New York. Bovendien vond in 1929  de beurscrash plaats die de Great Depression inleidde. De stad had al snel geen geld meer om de brug te betalen.

De Triborough Bridges, later de Robert F. Kennedy Bridge.

Om dit op te lossen, maakte burgemeester Fiorello La Guardia Moses in 1934 het hoofd van de nieuwe Triborough Bridge Authority, die de bouw van de Triborough en andere bruggen in New York moest financieren. Deze organisatie zou later de Triborough Bridge and Tunnel Authority (TBTA) heten, nadat het ook verantwoordelijk werd voor de tunnels van New York. Amerikaanse overheden creëerden vaker speciale organisaties die de bouw van een brug of tunnel moesten financieren door obligaties te verkopen. Deze obligaties zouden terugbetaald worden door het heffen van tol op de nieuwe brug of tunnel. Zodra alles betaald was, hief de organisatie zichzelf en de tol weer op. Het bestuur van New York verwachtte dat dit ook zou gelden voor de TBTA.

Moses realiseerde zich echter al snel dat hij met de TBTA een goudmijn in handen had. Na het afronden van de brug maakten tienduizenden New Yorkers er iedere dag gebruik van, en ieder van hen betaalde tien cent om over te steken. De winst was veel groter dan de planners hadden verwacht, en Moses was van plan om dat geld in nieuwe bouwprojecten te steken. Van de overheid mocht Moses de opbrengst slechts gebruiken om de obligaties terug te kopen, zodat de TBTA zichzelf daarna kon opheffen. Hij vond er een sluwe oplossing voor.

Moses zorgde voor een addertje onder het gras bij het opstellen van de bevoegdheden van de TBTA. Hij gaf de organisatie de mogelijkheid om nieuwe obligaties uit te geven. Steeds wanneer zijn obligaties bijna afliepen, trok hij ze in en gaf hij nieuwe uit. Zodoende was de TBTA nooit klaar met afbetalen, en hoefde de organisatie zichzelf nooit op te heffen. Moses overtuigde de overheid er bovendien van dat de TBTA verantwoordelijk moest worden voor het wegennetwerk rondom Triborough Bridge. Het gaf hem de mogelijkheid om overal in New York aan de slag te gaan, zonder toestemming van het stadsbestuur. De TBTA was technisch gezien onderworpen aan de overheid van New York, maar in de praktijk was het een organisatie geworden met een eigen inkomstenstroom en een carte blanche om New York te verbouwen.

Succes met een luchtje

Tijdens zijn carrière zou Moses uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor dertien bruggen, 669 kilometer aan snelwegen, 658 speelpleinen en meer dan 100.000 woningen. Naast de New York Central Park Zoo bouwde hij ook het Lincoln Center for the Performing Arts en het hoofdkwartier van de Verenigde Naties. Hij besteedde miljarden aan zijn projecten. Zijn medeplanologen bewonderden Moses zeer, niet alleen omdat hij zoveel belangrijke en iconische gebouwen had gebouwd, maar ook omdat niets hem in de weg leek te staan. Moses had het bureaucratisch moeras omzeild waarin zoveel van zijn collega’s verstrikt waren geraakt en had zijn stempel op New York gedrukt.

Maar Moses had ook een donkere kant. De planoloog was niet alleen bereid om mazen in de wet te gebruiken, hij bedreef ook vriendjespolitiek. Als een van zijn rijke contacten geen snelweg over zijn landgoed wilde hebben, dan was Moses bereid om de weg enkele kilometers te verleggen, zodat de weg in plaats daarvan over de akker van een boer zou gaan. Zo verzekerde hij zich van de steun van rijke families voor zijn andere projecten.

Moses weerde arme New Yorkers van zijn favoriete stranden door de bruggen zo laag te bouwen dat bussen er niet onderdoor konden rijden

Als iemand zijn plannen wilde dwarsbomen, veranderde Moses bovendien in een bullebak. Zelfs zijn medewerkers, die hem bewonderden, waren bang voor zijn woedeaanvallen en durfden zijn plannen niet aan te passen. Binnen New York werden hele wijken vernietigd om ruimte te maken voor zijn snelwegen. Moses reageerde daar onverschillig op: ‘Ik hef mijn glas op de bouwer die getto’s kan ontruimen zonder de inwoners te verplaatsen, net zoals ik de chef eer die omeletten kan bakken zonder eieren te breken.’

Zijn fascinatie met snelwegen ging bovendien ten koste van het openbaar vervoer in en rondom de stad. Hij blokkeerde plannen om de metro van New York uit te breiden en weerde arme New Yorkers van zijn favoriete stranden door de bruggen zo laag te bouwen dat bussen er niet onderdoor konden rijden. Volgens een ingenieur in dienst van Moses, Sidney M. Shapiro, was zijn baas ook erg discriminerend tegenover zwarte mensen. Via een systeem van ‘flagging’ werden bussen met Afro-Amerikanen naar verafgelegen stranden geleid in plaats van zijn geliefde Jones Beach. Een onderzoek van de president komt overeen met deze bewering. Een assistent van Roosevelt schreef: ‘Bob Moses wil grote groepen zwarte Amerikanen ontmoedigen om te picknicken op Jones Beach, en probeert ze naar de parken te herleiden.’ Maar toen de president Moses hierop aansprak, ontkende Moses alles zo fel dat Roosevelt gedwongen was om het onderzoek te vergeten.

De val

Moses’ visie voor New York kreeg vanaf de jaren zestig steeds meer kritiek. Zijn snelwegen dwongen duizenden families om hun huizen en wijken te verlaten. Een van Moses’ grootste tegenstanders was de activist Jane Jacobs. Het verschil tussen de twee was groot. Moses was het hoofd van een machtige organisatie, Jacobs slechts een journalist bij een blad voor architecten. Toch wist ze een stokje te steken voor zijn plannen voor een snelweg door haar wijk, die tweeduizend families zou dwingen om te verhuizen en een geliefd park in Greenwich Village zou vernietigen.

Jacobs gebruikte haar mediatraining om een brede coalitie van buurtbewoners te smeden en Moses tegen te spreken. Ze kreeg het zelfs voor elkaar om first lady Eleanor Roosevelt aan haar kant te krijgen en schreef  een protestlied met Bob Dylan: Listen Robert Moses. De planoloog zag zich gedwongen om zijn project steeds opnieuw uit te stellen en aan te passen.

Jane Jacobs.

De nieuwe snelweg werd zo onpopulair, dat de burgemeester van New York zich in 1969 gedwongen zag om de plannen te schrappen. Jacobs vertelde later in een interview hoe Moses zijn woede tijdens een persconferentie liet blijken: ‘[Moses] stond daar met zijn handen op het hek, woedend door onze brutaliteit. Ik denk dat hij zich realiseerde dat zijn plan in gevaar was, omdat hij zei: “Er is niemand tegen dit plan – NIEMAND, NIEMAND, NIEMAND dan een groepje… een groepje MOEDERS!” En toen stampte hij uit de kamer.’

Het was de eerste keer dat buurtbewoners de plannen van de machtige Bob Moses dwarsboomden. Maar zijn echte val werd pas ingezet toen Nelson Rockefeller de gouverneur van New York werd. Rockefellers voorgangers hadden geprobeerd om de macht van Moses in te perken, maar zonder succes. Als de planoloog zijn zin niet kreeg, dreigde hij ontslag te nemen uit al zijn functies. Een gouverneur kon zich dit niet veroorloven, omdat Moses zich onmisbaar had gemaakt voor het functioneren van de overheid.

Dat trucje werkte echter niet bij Rockefeller. In 1962 wilde de gouverneur de 71-jarige Moses vervangen als voorzitter van de State Council of Parks, een van de vele functies die hij bekleedde. Moses was niet bereid om af te treden en dreigde dat hij ook op zou stappen bij de Long Island State Park Commission. Dat pakte verkeerd voor hem uit. Rockefeller accepteerde zijn ontslag van beide posities.

Daarmee was de kous nog niet af voor Rockefeller. In 1968 stond Moses nog steeds aan het hoofd van de TBTA. De gouverneur stelde voor om de organisatie samen te voegen met de Metropolitan Commuter Transit Authority. Hij overtuigde Moses om zijn positie als voorzitter van de TBTA op te geven, met de belofte dat hij een adviseur zou worden bij de nieuwe organisatie. Maar zodra de fusie compleet was, weigerde Rockefeller om Moses om advies te vragen. Zo bracht de voormalige machtigste man van New York de laatste jaren van zijn leven niet door met bouwen, maar met zwemmen. Hij overleed in 1981, op 92-jarige leeftijd.

Nalatenschap

Moses’ nalatenschap is controversieel. Hoewel hij verantwoordelijk was voor veel parken en speelpleinen in New York, wordt hij vooral herinnerd als de man die de wijken van arme New Yorkers vernietigde voor zijn snelwegen en om zijn pogingen om zwarte Amerikanen te weren uit zijn stranden en parken. Moses was zo berucht, dat hij het onderwerp werd van meerdere protestliedjes, waaronder The Ballad of Robert Moses van cabaretier John Forster en Robert Moses was a racist van punkband Sick of it all. Bulldozer: The Ballad of Robert Moses (niet te verwarren met het nummer van Forster) is een musical van Peter Galperin die gaat over zijn transformatie van een idealist naar een corrupte machthebber.

Toch wordt Moses ook nog steeds bewonderd door moderne planologen, die hun ideeën vaak in rook op zien gaan door wetgeving en bureaucratische moeilijkheden. Met ontzag en jaloezie kijken zij naar de succesvolle bouwer uit New York, the man who got things done.

 

Meer weten

The Power Broker: Robert Moses and the Fall of New York (1975) door Robert A. Caro is een kritische biografie van Robert Moses. Het boek heeft een grote rol gespeeld in de beeldvorming rond zijn persoon en nalatenschap.

 

Vete met Roosevelt

Toen Franklin D. Roosevelt gouverneur van New York was, had hij het meermaals aan de stok met Moses. Tijdens zijn presidentschap zinde Roosevelt op wraak. Hij zou de grote infrastructuurprojecten van New York pas financieren als burgemeester Fiorello La Guardia de planoloog ontsloeg uit het bestuur van de TBA. Het was erg frustrerend voor de burgemeester, die Moses juist bij zijn administratie had betrokken om een grotere kans te maken op geld van de New Deal. Een vertrouweling herinnert zich hoe La Guardia klaagde: ‘Jesus Christ, Jesus Christ! Seven million people in the city and I had to pick the one Roosevelt can’t stand!’ Gelukkig voor de burgemeester werd het − door toedoen van Moses − bekend dat de president zich bemoeide met het bestuur van New York. De woede van de New Yorkers dwong Roosevelt om zijn vendetta op te schorten.

 

Central Park Zoo

Moses zou de steun van zijn mentor, Al Smith, nooit vergeten. Nadat Smith met pensioen ging, bezocht de oud-gouverneur graag de Central Park Zoo. Hij betreurde het dat er zo slecht voor de dieren werd gezorgd en dat de kooien zo gammel waren dat er een reële kans was dat de grote dieren de tralies konden openbreken. Om dit te voorkomen, kregen wachters de opdracht om dieren neer te schieten als ze agressief werden. Als een gunst voor zijn mentor besloot Moses om de dierentuin volledig te verbouwen. Tijdens de openingsceremonie kreeg Smith de eer om de dierentuin te openen en beloonde Moses hem met een sleutel, zodat Smith op elk tijdstip de Zoo kon bezoeken.