Home De kronkelige dynamiek van de Europese eenwording

De kronkelige dynamiek van de Europese eenwording

  • Gepubliceerd op: 30 jun 2009
  • Update 02 mei 2023
  • Auteur:
    Bastiaan Bommelje

Dit is een boek waarbij na 531 soms fascinerende, soms quasidiepzinnige, soms informatieve maar altijd verboze pagina’s één vraag blijft knagen: But is it history? Daarop valt niet eenvoudig antwoord te geven. De passage naar Europa is het proefschrift waarop de 36-jarige historicus en filosoof Luuk van Middelaar op 13 mei jl. in Amsterdam promoveerde, maar hoewel het werk menige noot en een uitgebreide becommentarieerde bibliografie bevat, heeft het in veel opzichten meer van een flamboyante literaire meesterproef dan van een argumentatief geschiedkundig betoog.

Wellicht is niet anders te verwachten van een auteur die de ambitie heeft vanuit een ‘woordloze intuïtie’ een ‘ander verhaal’ over Europa te vertellen, een verhaal dat ‘de stroom van de geschiedenis wil doen voelen’ en ‘wil helpen de woorden te doen kantelen’. Vanuit dit perspectief is het geen verrassing dat De passage naar Europa meer neigt naar Michel Foucaults impressionistische ‘archeologie van het weten’ dan naar historische analyse.

Net zoals bij Van Middelaars eerdere succesboek, Politicide, zijn in 1999 gepubliceerde en met diverse prijzen gelauwerde doctoraalscriptie over ‘de moord op de politiek in de Franse filosofie’, is het resultaat in veel opzichten origineel. Maar net als bij Politicide ligt ook bij De passage naar Europa de literair-wijsgerige oriëntatie behalve aan de kracht ook ten grondslag aan de zwakte van het betoog.

Van Middelaar – thans columnist bij NRC Handelsblad, voorheen tekstschrijver van eurocommissaris Frits Bolkestein en van VVD-fractieleider Jozias van Aartsen – schrijft zeer gemakkelijk en af en toe ronduit wervelend. Het probleem is echter dat hij zich ook buitengewoon gemakkelijk laat meeslepen door zijn eigen woordenspel. Dit maakt het lezen van De passage naar Europa een interessant avontuur – tot op zekere hoogte, want net als bij veel Franse wijsgeren en bij geschiedfilosofen in het algemeen geldt ook hier dat beeldspraken geen vervanging zijn van de geschiedenis, en dat geloof in de eigen metaforen een hachelijk alternatief is voor argumentatie over het verleden.

Tussensfeer
Van Middelaar beschrijft in zijn boek zestig jaar Europese samenwerking, maar dan anders. Hij zoekt een manier om aan de hand van de ontwikkeling van begrippen, juridische termen en politieke symbolen de kronkelige dynamiek van coöperatie en eenwording te schetsen. Daarbij gaat het hem in het geheel niet om de materiële feitelijkheden (hij wijdt geen woord of cijfer aan Europa als economische grootmacht), maar des te meer om het al dan niet sluipende opborrelen en vastleggen van noties als ‘unie’ of ‘eenheid’.

Op overtuigende wijze betoogt Van Middelaar dat de samenwerking altijd vorm heeft gekregen (en nog steeds krijgt) in het grijze gebied tussen ‘federalisme’ en ‘intergouvernementalisme’. Hij noemt deze zone ‘de tussensfeer’ Dat is een mooie en beeldende term voor de Europese werkelijkheid, die de afgelopen zes decennia niet de door de federalisten verhoopte Verenigde Staten van Europa heeft gebracht, maar toch ook niet tot het door de intergouvernementalisten verhoopte losse verband van autonome natiestaten heeft geleid.

Van Middelaar laat goed zien dat noch de ‘binnensfeer’ van de gemeenschappelijk instituties, noch de ‘buitensfeer’ van de zelfstandige staten de Europese werkelijkheid bepaalt. Die werkelijkheid wordt gevormd in de mistige ‘tussensfeer’ waarin de staatshoofden en regeringsleiders in de Europese Raad min of meer op de tast een gezamenlijkheid hebben ontwikkeld. Door de bereidheid in de ongedefinieerde ‘tussensfeer’ rond de vergadertafel te blijven zoeken naar gemeenschappelijke standpunten worden machtsconflicten en nationale belangen in toom gehouden. Niet voor niets noemt Van Middelaar het eerste deel van zijn boek, waarin hij deze ongrijpbare maar succesvolle grijszone beschrijft, ‘Het geheim van de tafel’.

In het tweede deel van zijn werk (‘Lotswisselingen’) komen de wederwaardigheden van Europa op het mondiale toneel aan de orde. Hierin belicht Van Middelaar hoe externe ontwikkelingen, van de Korea-oorlog in de jaren vijftig tot de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989, de Europese samenwerking hebben beïnvloed. Daarbij beklemtoont hij dat een werkelijk gezamenlijke buitenlandse en defensiepolitiek pas afgedwongen werd door het einde van de Koude Oorlog, toen de veiligheidsparaplu van de Verenigde Staten plots verouderd leek.

In het derde deel (‘De zoektocht naar publiek’) tracht Van Middelaar het vraagstuk te ontrafelen waarom zoveel Europeanen ‘Brussel’ niet ervaren als een wezenlijk deel van hun politiek-culturele identiteit. Het probleem hier is, zo stelt hij, dat de inwoners van de oude wereld er niet in slagen een stabiele collectieve zelfrepresentatie te vormen. Men beseft wel dat men ‘Europeaan’ is wanneer men in Amerika of Azië verblijft, maar niet wanneer men in Europa zelf is. Dan blijkt dit ‘wij-gevoel’ niet meer dan ‘een flard die snel wegvalt tegen een oogverblindende diversiteit aan talen, naties, staten’.

Wij-gevoel
In de korte conclusie van het boek (en elders) laat Van Middelaar tamelijk duidelijk blijken dat hij hunkert naar een opbloei van het Europese ‘wij-gevoel’. Zijn optimisme schuimt bijna van de pagina’s als hij pleit voor een verdere uitbreiding van de Europese Unie. Pas als de Europese Unie is voltooid tot een omvang van ongeveer veertig leden, schrijft hij, kunnen de Europese burgers werkelijk zeggen: ‘Wij zijn Europeanen.’ In een wereld zonder grenzen zal dat ‘wij-gevoel’ voor ‘houvast’ en blijkbaar ook voor geluk, politieke stabiliteit en sociale welvaart zorgen.

Gek genoeg maakt Van Middelaar nauwelijks woorden vuil aan de euroscepsis die het Europese electoraat de afgelopen jaren in een behoorlijke greep heeft gekregen. Bezwaarlijker is misschien dat in De passage naar Europa evenmin veel aandacht is voor eurosceptische geschiedschrijvers. Meest in het oog springend is daarbij dat Van Middelaar op geen enkele wijze – afgezien van twee bijzinnetjes in het nawerk – in discussie treedt met het werk van Tony Judt, de gezaghebbende Amerikaanse Europa-deskundige, die in zijn A Grand Illusion? An Essay on Europe uit 1996 (helemaal niet genoemd) en Postwar. A History of Europe since 1945 uit 2005 een veel minder zonnige kijk op de legitimering en op de ‘Gründungsmythe’ van het naoorlogse Europa biedt.

Een ander zonderling aspect van dit boek is de geringe aandacht voor de Tweede Wereldoorlog als oorsprong van de eenwording. De naakte angst voor hongersnood, sociale revoltes en politieke chaos op een nasmeulend continent was tussen 1945 en 1950 ten minste een even grote drijfveer voor ‘de passage naar Europa’ als hooggestemde idealen of juridische goochelarij met termen als ‘unie’ en ‘samenwerking’.

Dit boek valt uiteen in twee delen. De hoofdtekst is als proeve van een literair essay – ja, als uitvoerige politieke column geslaagd. Het nawerk – de becommentarieerde bibliografie (een gewone literatuurlijst ontbreekt) – is als proeve van helder geschiedkundig onderzoek minder overtuigend. Wat hier ontbreekt, is het uitgangspunt dat het doel van geschiedschrijving ligt in het beantwoorden van vragen. Hoewel dit boek een rijke oogst aan fraaie zinnen en ook wel aan aardige gedachten biedt, lijdt het aan een gebrek aan scherpe vragen, en derhalve ook aan een gebrek aan scherpe antwoorden. De passage naar Europa lijkt bovenal op een worsteling tussen de filosoof en de historicus Van Middelaar – en lang niet altijd heeft de historicus gewonnen, helaas.

Luuk van Middelaar De passage naar Europa. Geschiedenis van een begin
531 p. Historische Uitgeverij, € 35,00

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Artikel

Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem

Door bestuurlijke chaos dreigde de Nederlandse Republiek ten onder te gaan. Eén dwarsliggende stad of provincie kon de besluitvorming op nationaal niveau verlammen. Dat ging zo niet langer, vond de regent Simon van Slingelandt. Hij maakte een hervormingsplan, dat in Den Haag menigeen in de gordijnen joeg. Lang had Nederland er niet zo beroerd voor...

Lees meer
Filmposter The Testament of Ann Lee
Filmposter The Testament of Ann Lee
Recensie

The Testament of Ann Lee: utopiste met een afkeer van seks

Een vrouw als sekteleider komt niet vaak voor. Maar het lukte de Britse Ann Lee om een groep volgelingen te laten geloven dat in haar de wederkomst van Jezus schuilging. The Testament of Ann Lee toont haar als een utopische idealist.  Een religieuze beweging die seks verbiedt? Niet handig, al is het maar omdat nieuwe zieltjes nodig zijn, maar voor Ann Lee (1736-1784) is seks de wortel van het kwaad. In haar geboorteplaats Manchester...

Lees meer
Bill Clinton tijdens zijn inauguratie in 1993
Bill Clinton tijdens zijn inauguratie in 1993
Artikel

Na de Lewinsky-affaire ontbeerde Bill Clinton elk moreel gezag

Oud-president Bill Clinton en zijn vrouw Hillary getuigen in een onderzoek naar de zakenman en veroordeelde pedoseksueel Jeffrey Epstein. Dat Bill met hem omging, wekt geen verbazing: hij hield van luxe en mooie vrouwen. Zijn erotische avonturen kostten hem tijdens zijn tweede termijn zelfs bijna de kop. Ooit was Bill Clinton de hoop van een...

Lees meer
Loginmenu afsluiten