Westad maakt korte metten met de mythe dat de Koude Oorlog een periode van stabiliteit was. Niet alleen was het risico van een kernoorlog op Europese bodem decennialang niet ondenkbeeldig en tot ver in de jaren tachtig nog als ‘doemgedachte’ aanwezig in de mentaliteit van veel Europeanen, ook werd er wel degelijk gevochten. Al was dat vooral in de derde wereld: Afrika, Azië, Zuid- en Midden-Amerika. De Koude Oorlog was een bloederige oorlog, toont Westad. Het is dus absurd om nostalgisch terug te verlangen naar die ‘stabiele’ periode waarin Oost en West elkaar in een gijzelgreep hielden, zoals soms gebeurt in reactie op de chaos die is ontstaan door het islamitisch terrorisme.
Maar hoe zinnig deze pas op de plaats ook is, dat is niet wat Westad aan de Koude Oorlog-geschiedschrijving toevoegt. Verrassend is dat hij de Koude Oorlog eind negentiende eeuw al laat beginnen, met twee machtsblokken die tegenover elkaar stonden, de Verenigde Staten en tsaristisch Rusland. Bij de eerste kwam het isolationisme ertussen, bij de tweede de revolutie. Maar die bipolariteit bleef bestaan en laaide op na de Tweede Wereldoorlog. Westad maakt inzichtelijk waarom ook na de val van het communisme en de herrijzenis van Rusland onder Poetin als supermacht de spanning blijft bestaan tussen de Verenigde Staten en Rusland. Even speculatief, maar minder overtuigend is Westads opvatting dat de Koude Oorlog in zekere zin niet voorbij is, omdat we in het Westen na het wegvallen van de Sovjet-Unie de gevolgen van die oorlog nog moeten verduren. Westad noemt onder meer de afbrokkeling van de verzorgingsstaat, de opkomst van het populisme (ten gevolge van de open-grenzenpolitiek), de economieën die draaien op geleend geld en het ontstaan van China als economische supermacht. Dat is ongeveer alle ellende waarmee we momenteel zitten.
Jeroen Vullings is biograaf en criticus.
De Koude Oorlog. Een wereldgeschiedenis
Odd Arne Westad, vertaling Annemie de Vries, Ineke van den Elskamp en Joost Mulder
752 p. Het Spectrum, € 49,99
