Home COLUMN: Annejet van der Zijl – Stuivertje wisselen

COLUMN: Annejet van der Zijl – Stuivertje wisselen

  • Gepubliceerd op: 25 september 2014
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Annejet van der Zijl

Het haalde zelfs het journaal: er zou zich roofkunst bevinden in de collectie van Paleis Het Loo. Sterker nog: ‘Juliana kocht roofservies’, zoals De Telegraaf kopte. Bij nadere beschouwing bleek het allemaal minder spectaculair. Het ging om zes ontbijtbordjes, die ooit – decennia voor Juliana ze kocht – ‘mogelijk’ deel hadden uitgemaakt van een collectie die een Joods-Duitse familie in 1934 gedwongen had moeten veilen.
 


     Desalniettemin gaat er een mooi en vooral een bijzonder mens schuil achter de krantenkoppen. En dat is Herbert Gutmann, een charismatische bankier die samen met zijn vrouw, de aristocratische en zeer arische Daisy von Frankenberg und Ludwigsdorf, gedurende de Goldene Zwanziger Jahre een van de knapste en populairste koppels van Berlijn vormde. Het landhuis dat hij in Potsdam liet bouwen en de Herbertshof noemde, groeide in die jaren uit tot een internationaal befaamd trefpunt van politici, royalty, atleten, wetenschappers en kunstenaars.

     Maar de Herbertshof herbergde ook minder belangrijke gasten. Zoals een zekere Aschwin von Lippe Biesterfeld, de 15-jarige zoon van een verarmde prins uit het verre Posen. In 1929 namen de gastvrije Gutmanns hem onder hun hoede, omdat zijn ouders tijdelijk niet voor hem konden zorgen vanwege de slechte gezondheidstoestand van zijn oudere broer Bernhard. En dus bracht Aschwin een hele zomer door op het prachtige buiten aan de Wannsee, samen met Gutmanns zonen en dochter en de talloze neefjes en nichtjes die er ook rondliepen. Ze hadden een eigen motorboot, een gymnastieklokaal, tennisbanen, paarden en allerlei andere huisdieren. Maar het meest genoot de zachtzinnige en artistiek aangelegde Aschwin van de schitterende oriëntaalse kunstverzamelingen van zijn gastheer.

     Herbert Gutmann, die in zijn jonge jaren in het Verre Oosten had gewoond en gewerkt, had zijn schatten tentoongesteld in speciaal daarvoor ontworpen ruimtes. Ongetwijfeld leidde zijn enthousiasme ertoe dat zijn logé – die ook na die zomer al dan niet samen met zijn broer nog zeer geregeld langskwam – later sinologie zou gaan studeren en een mooie carrière zou maken als hoofd van de Chinese afdeling van het Metropolitan Museum in New York.
 

Was het leedvermaak over het lot van de rijke Jood?

     Maar dat was na de oorlog, toen de nationaal-socialisten die in 1933 aan de macht kwamen allang korte metten hadden gemaakt met het idyllische bestaan dat de Joodse bankier had opgebouwd. Begin jaren dertig werden hem zijn maatschappelijke functies ontnomen, vervolgens volgde zijn ontslag uit de directie van de Dresner Bank en de gedwongen veiling van zijn verzamelingen. In 1933 moesten de Gutmanns ook de Herbertshof opgeven.

     Maar het wrangst was misschien wel dat hun oudste zoon, die zich niet in het minst Joods voelde en zoals bijna alle Duitse jongeren popelde om een rol te gaan spelen in Hitlers nieuwe Duitsland, uit de plaatselijke afdeling van de nationaal-socialistisch angehauchte Stahlhelm werd gezet.

     Eind jaren dertig vluchtte het echtpaar Gutmann, inmiddels totaal verarmd, naar Londen. Na eerst nog enkele jaren zijn zolen versleten te hebben bij pogingen een baan te vinden, stierf Herbert Herbert in 1942. Ondanks alles, zoals zijn vrouw schreef, ‘opgewekt tot het einde aan toe’. Het lijkt er niet op dat hij contact gezocht heeft met die andere geboren Duitser in de Britse hoofdstad: prins Bernhard, ooit door hem zo gastvrij ontvangen aan de Wannsee, nu een in weelde badende prins der Nederlanden in ballingschap.

     Natuurlijk, het kan toeval zijn dat Juliana de bordjes met Nederlandse taferelen die ooit op de Herbertshof hadden thuisgehoord later kocht. Ter gelegenheid van haar huwelijksjubileum, zoals haar dochter Beatrix in 1988 verklaarde tijdens een televisie-interview met Hella Haasse. Het kan ook zijn – meer een scenario voor de fervente Bernhard-haters – dat hij ze haar liet kopen uit leedvermaak over het lot van de rijke Jood van wiens goedgunstigheid zijn familie ooit afhankelijk was geweest. Maar zelf denk ik liever dat hij ze wilde hebben omdat hij goede herinneringen koesterde aan de Herbertshof en de man met wie hij op zo’n merkwaardige wijze stuivertje gewisseld had op het Rad van Fortuin.
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.