Deva
Aan meer dingen uit haar hippietijd hield ze een leven lang vast. Zo heeft Deva het altijd zonder koelkast gedaan. Zuivel, zeker yoghurt en kwark, bleef in de kelder onder haar boerderijtje op het Drentse platteland minstens een paar dagen goed. Groente ook, hoewel ze die meestal vers uit haar moestuin haalde. Deva was vegetariër, dus met bedervend vlees had ze niet te maken. En bier of witte wijn? Zoon Giten: ‘De kelder had in de zomer zijn beperkingen, maar eigenlijk ging het wel.’Deva hield vast aan dingen uit haar hippietijd, zo heeft zij het altijd zonder koelkast gedaanHet zou mij niet verbazen wanneer met het overlijden van Deva het percentage Nederlanders met koelkast op 100 procent is gekomen. Of misschien is het toch nog 99,9999 procent, omdat ergens in de Achterhoek of op het Noord-Hollandse platteland een bejaarde ‘nestblijver’ de kelder onder zijn ouderlijk huis ook koel genoeg vindt. Hoe dan ook, voor de meeste inwoners van Nederland is anno 2016 een leven zonder koelkast ondenkbaar. Toch was nog geen zestig jaar geleden een koelkast een grote zeldzaamheid en bezat in 1957 slechts 3 procent van alle Nederlandse gezinnen er een.
In 1957 had 3 procent een koelkast, in 1972 88 procentWanneer Loucky (1943) dit cijfer hoort, zegt ze: ‘Nu begrijp ik hoe uitzonderlijk het was om destijds een ijskast te krijgen en waarom mijn moeder toen zo blij was.’ Het precieze jaartal herinnert ze zich niet meer, maar het was ergens begin jaren vijftig dat mannen bij hun flat in Amsterdam-Zuid een grote witte koelkast naar boven brachten en die in een nis in het halletje zetten. ‘Ik voelde dat er iets bijzonders te gebeuren stond, er hing die dag een sfeer van blije verwachting in huis. Daarna heb ik mijn moeder ook nooit meer zo opgewonden gezien als toen die ijskast bij ons thuis werd afgeleverd.’
IJskast
In de jaren vijftig waren Nederlanders met een koelkast welgesteld. Die groep had (en heeft) het over een ijskast, relict uit de tijd dat hun (groot)ouders een kast hadden waarin de bewaarruimte werd gekoeld met in de winter gewonnen staven ijs. Toen koelkasten langzaam maar zeker een uit de Verenigde Staten overwaaiend massaproduct werden, waren het machines die op koelvloeistoffen werkten - onder andere op het inmiddels vanwege het gevaar voor de ozonlaag verboden freon. Wie thuis pas in de jaren zestig een koelkast kreeg, heeft het dan ook bijna altijd over een koelkast. En dat geldt voor de meeste Nederlanders: had Ha in 1962 al 19 procent een koelkast, in 1972 was er in bijna elk huishouden (88 procent) eentje te vinden.
