• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 10/2017

    COLUMN Annegreet van Bergen: de stoep vegen

    Een blinkend schone stoep

    Nederlandse vrouwen staan er al eeuwen om bekend dat zij hun stoep uitvoerig boenen. De verklaring luidt steevast dat properheid een calvinistisch trekje is. Maar volgens Annegreet van Bergen klopt daar niets van.

    Wanneer ik een tijd heb zitten schrijven, wil ik daarna graag mijn hoofd leegmaken. Heel geschikt daarvoor zijn klusjes die je kunt doen ‘met het verstand op nul en de blik op oneindig’. Gelukkig staan er bij ons in de straat lindebomen. In de vroege zomer verliezen die eerst hun bloesem en daarna laten ze in een gestage stroom hun vruchten vallen. Dat gaat door tot in het najaar, wanneer ze - net als alle andere loofbomen - hun blad verliezen. Kortom, bij ons op de stoep ligt heel vaak lindetroep. Voor mij is het een ideale klus om de stoep voor ons huis aan te vegen. Omdat die lindes ook nog eens een kleverige stof afscheiden die blijft plakken aan de spijlen van ons tuinhek, sta ik soms zelfs met een emmertje sop het hek schoon te boenen.

    Zelf zie ik dat als een vorm van mediteren. Wanneer ik veeg of boen, ben ik helemaal ‘zen’; ik zit volkomen in het hier en nu. Een buurman zag dat anders en plaatste me in een lange Nederlandse traditie. Hij moest denken aan buitenlandse bezoekers die in vroeger tijden in hun reisverslagen altijd melding maakten van de schoongeschrobde stoepjes, blinkende ruiten en aangeveegde straten in Nederland. De buurman begon over de calvinistische inborst die Nederlandse vrouwen eeuwenlang tot deze properheid zou hebben aangezet.

    Volgens mij zit dat anders. Die kennis ontleen ik aan Michael Pye en zijn mooie boek Aan de rand van de wereld – Hoe de Noordzee ons vormde. Daarin vertelt hij dat de Italiaan Antonio de Beatis al in 1517 (toen de in 1509 geboren en in 1564 gestorven Johannes Calvijn nog maar een jochie van acht was) als kapelaan door de Lage Landen reisde en in zijn verslag schreef over deurmatten waarop je je voeten moest vegen en vloeren die met zand bestrooid waren. Toen de Florentijn Ludovico Guicciardini in 1567 Amsterdam bezocht, toen nog een katholieke stad, zag hij daar ‘overal orde en netheid’.

    Volgens Pye heeft de Hollandse properheid alles te maken met de veeteelt die aan het eind van de Middeleeuwen opkwam. Door het gedurig turfsteken waren de veengronden aanvankelijk nergens nog goed voor. Maar gelukkig veranderden de onttakelde veengebieden na verloop van tijd geleidelijk in grasland, waarop boeren koeien konden houden. Indertijd brachten één of twee melkkoeien genoeg boter op om die in de stad te verkopen. Van de vele nieuwe waaggebouwen die er vanaf 1375 in de noordelijke Lage Landen verrezen, waren sommige speciaal voor boter en kaas bestemd. Het was een lucratieve handel. Zuivel was in opkomst, in driekwart van de dorpen was melk het belangrijkste middel van bestaan. Volgens Pye schatte de al eerder genoemde Guicciardini ‘dat de zuivelbranche evenveel geld opbracht als de exotische kruiden die met scheepsladingen tegelijk vanuit Portugal werden aangevoerd naar de Lage Landen’.

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen