Home BOEKEN: ‘Eigen meester, niemands knecht’ – Cees Fasseur

BOEKEN: ‘Eigen meester, niemands knecht’ – Cees Fasseur

  • Gepubliceerd op: 27 november 2014
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Hans Renders

Uit de biografie van Pieter Sjoerds Gerbrandy van Cees Fasseur rijst het beeld op van een mannetje (1,61 meter) dat door zijn drammerige karakter veel weerstand opriep. Niets wees er aanvankelijk op dat deze koppige Fries met zijn martiale snor ooit minister­president zou worden.
 

De bijbelvaste Gerbrandy, lid van de Antirevolutionaire Partij (ARP) studeerde rechten, opende een weinig renderende advocatenpraktijk en irriteerde zijn partijgenoten omdat hij als gedeputeerde in de Provinciale Staten van Friesland soms samenwerkte met de socialisten. In 1930 werd hij hoogleraar aan de VU, maar kwam daar in de problemen vanwege zijn vele bijbaantjes. Midden in dat arbeidsconflict werd hij door CHU-politicus Dirk de Geer gevraagd minister van Justitie worden, vooral omdat geen andere ARP’er in dit kabinet zitting wilde nemen. Van een arbeidsconflict stapte hij over naar een conflict met zijn eigen partij.

In de meidagen van 1940 week de regering uit naar Londen. De Geer bleek een slappeling: het leek alsof zijn belangrijkste zorg was om de nazi’s niet voor het hoofd te stoten. Toen hij ook nog voorstelde om met de bezetter te gaan onderhandelen, greep koningin Wilhelmina in en vroeg aan Gerbrandy het roer over te nemen. Vooraleerst moest hij het wantrouwen tegen Nederland van de Britse premier Churchill wegnemen. Hoewel Gerbrandy slecht Engels sprak, lukte het hem om de eveneens onverzettelijke Churchill voor zich te winnen. ‘Spring is in the air,’ zou Churchill volgens een toen populair grapje tijdens een bezoek van de Nederlandse regeringsleider hebben gezegd, waarop Gerbrandy verbaasd antwoordde: ‘Why should I?’

Gerbrandy dwong respect af vanwege zijn dapperheid. Niet alleen omdat hij tijdens Duitse bombardementen op Londen in pyjama de straat op ging, maar vooral door zijn onverzoenlijke houding tegenover Hitler. Die houding had hij gemeen met Wilhelmina en daarom hadden zij aanvankelijk een uitstekende relatie. Maar dat veranderde al snel toen Wilhelmina begon te filosoferen over hoe het na de oorlog moest. De regering in ballingschap werkte zonder parlement. Volgens Wilhelmina was dat zo slecht nog niet; misschien was er na de bevrijding wel een grotere taak voor haar weggelegd. Terwijl Europa in brand stond, maakte de Nederlandse regering in Londen jarenlang ruzie over de naoorlogse ‘vernieuwing’. Het kabinet was volgens Wilhelmina een ‘oudemannenhuis’ en daarom liet de koningin zich liever bijpraten door de stoere Engelandvaarders. Ze ging buiten haar boekje. Maar Fasseur maakt ook duidelijk dat veel gedoe in het kabinet aan Gerbrandy’s gebrek aan sturing lag. In feite trok hij zich van niemand wat aan, behalve natuurlijk van het Opperwezen. In elke toespraak voor Radio Oranje citeerde hij, tot ergernis van velen, uitgebreid uit de Bijbel. Maar niet minder principieel sprak hij zich ook duidelijk uit over het lot van de Joden. Gerbrandy was een man van onwrikbare opvattingen.

Na lezing van deze onderhoudende biografie wordt duidelijk dat Gerbrandy met al zijn nukkigheden een uitstekende premier is geweest, onder die moeilijke omstandigheden. Maar evenzeer blijkt dat hij in elke andere periode in elke andere functie een brokkenmaker was. Dat was ook het geval na 1945. Op gênante wijze verzette hij zich jarenlang tegen ‘het verlies’ van Indonesië. Nadat de Nederlandse regering in 1949 de onafhankelijkheid van dat land had erkend, stichtte Gerbrandy het oerconservatieve Comité Rijkseenheid, dat zich hiertegen kantte. Er gingen zelfs geruchten dat hij een staatsgreep wilde plegen.

Maar wat Gerbrandy ook deed of zei, hij bleef razend populair bij het grote publiek. Zijn reputatie als oorlogspremier zorgde daarvoor, maar ook zijn onverbloemde opmerkingen in het openbaar. Toen hij na de oorlog nog elf jaar voor de ARP in de Tweede Kamer zat – tegen de zin van de ARP-leiding – zei hij tijdens de behandeling van een wetsvoorstel: ‘Als een Friese boer het niet meer begrijpen kan, is het onzin.’ Een motto in de geest van Fasseur, die op licht ironische toon een prachtige biografie heeft geschreven.
 
Sietske van der Veen interviewde Cees Fasseur, auteur van de biografie Eigen meester, niemands knecht. Het leven van Pieter Sjoerds Gerbrandy. Minister-president in de Tweede Wereldoorlog. U leest het interview op historischnieuwsblad.nl/nederlandse-politiek.

Eigen meester, niemands knecht. Het leven van Pieter Sjoerds Gerbrandy. Minister-president in de Tweede Wereldoorlog
Cees Fasseur
606 p. Balans, € 24,95

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,- Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.