• Afrekenen
  • Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 9/2007

    Bittere kelk

    Jonkheer D.J. de Geer. De teloorgang van een minister-pres

    Door: Johannes Houwink ten Cate

    Met niemand is na de bevrijding zo rancuneus omgegaan als met de pacifistische, ‘gedoopt liberale’ jonkheer dr. Dirk-Jan de Geer (1870-1960), de christelijk-historische consensuspremier die wegens zijn onmiskenbare defaitisme in september 1940 door Wilhemina de laan werd uitgestuurd.



    In Londen was De Geer psychisch volledig ingestort. Het leek wel alsof het niet tot hem doordrong dat er oorlog was. Na zijn ontslag deserteerde de gefortuneerde en kille grand seigneur naar het bezette gebied, omdat hij naar huis wilde. Hij schreef er de irenische brochure ‘De Synthese in den Oorlog’. Zijn opvolger P.J. Gerbrandy vond dit vergelijkbaar met ‘aanpappen met Hitler’.

    Alhoewel het eerste naoorlogse kabinet-Schermerhorn-Drees het gerechtelijk vooronderzoek – een afscheidsgeschenk van Gerbrandy – had laten staken, kwam de regering negen maanden later op dat besluit terug. Henk van Osch, de puntgaaf formulerende biograaf van De Geer schrijft dit toe aan Wilhelmina.

    En dat is plausibel, want Hoogstderzelve distantieerde zich na de bevrijding van allen die in haar ogen hadden gefaald. Zij deelde met graagte ‘de kelk der vernedering’ uit en bleef er vergenoegd naast staan tot die tot ‘op de bodem geledigd’ was. Zo weigerde zij oud-opperbevelhebber H.G. Winkelman zelfs maar te ontvangen. De hoogbejaarde De Geer ‘die met zichzelf in een delicaat evenwicht verkeerde’ moest in 1947 voor de rechtbank verschijnen. Hij verdedigde zichzelf. Zonder een zweem van ironie vergeleek hij zichzelf met Galileï.



    Partieel Eerherstel

    Van Osch, die in een mooi gecomponeerd boek overtuigend toewerkt naar iets als een partieel eerherstel voor De Geer, noemt het vonnis mild. Maar dat was het niet, want de Procureur-Fiscaal had gezegd met een symbolische veroordeling tevreden te zijn.

    De Geer kreeg één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Dit was vreemd, want er was geen vijand meer aan wie De Geer – inmiddels 77 jaar – hulp kon verlenen. Hij mocht geen ambten meer bekleden, en werd de functie Minister van Staat – naar eigen zeggen zijn beroep – ontnomen. Dit was ook vreemd, want de rechtbank zal toch wel geweten hebben dat het geen Koninklijk Besluit kon intrekken. Hij kreeg een boete van fl. 20.000, ongeveer één-zevende van zijn vermogen. In navolging van G.E. Langemeyer, de beste jurist van zijn generatie, noemt Van Osch het aanstootgevend dat De Geer zijn woonplaats Soest niet mocht verlaten. Alsof er vluchtgevaar bestond.

    De Geer kreeg toestemming om met hoger beroep te gaan. Dit keer vergeleek hij zichzelf met Dreyfus en Johan van Oldenbarnevelt, en dreigde hij de boete niet te zullen betalen. Deze vervielen in het tweede vonnis. De Geer als wanbetaler gevangen zetten, ging blijkbaar wat ver. Hij bleef nu Minister van Staat, voorlopig, totdat hij twee weken later alsnog bij KB ontslagen werd.

    Maar Wilhelmina was nog niet tevreden. Zij gaf De Geer in 1950 ‘een schandelijke trap na’, Anderhalf jaar nadat haar dochter was ingehuldigd tekende deze een Koninklijk Besluit, waarin De Geer al zijn onderscheidingen werden ontnomen. Hij werd gemaand zijn Grootkruis van Oranje-Nassau terug te sturen, wat niet lukte omdat hem als gevolg van de oorlog de bijbehorende ordetekens niet waren uitgereikt.

    Als gevolg van deze vernederingen kwam De Geer, die nooit goed tegen kritiek bestand was geweest, ‘in een hel’ ‘waaruit hij zich tevergeefs een uitweg zocht’. De vernedering ‘bleef branden’. Hij zag terug op zijn leven als ‘op een ruïne’. In een eindeloze reeks brochures, artikelen, ingezonden stukken en brieven werkte hij tot vlak voor zijn dood in obsessief aan de eigen rehabitatie. Niemand maalde daarom.

    Het partiële eerherstel voor De Geer, dat eerder werd bepleit door de katholieke politicus L.G. Kortenhorst en door de VVD-senator H. van Riel, is er nu. En het is een groot genoegen om deze prachtige want overtuigende politieke biografie te lezen, die het nivo van een goed proefschrift heeft, vanwege de stijl en de compositie, maar ook vanwege de scherpte van het oordeelsvermogen.