• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 7/2017

    Amerika vóór Columbus, Olmeken, Maya’s en Inca’s

    Vergeten volken

    Door: Rob Hartmans

    Volgens de overlevering was Amerika voor de komst van de Europeanen een leeg continent, met hooguit hier en daar wat primitieve nomaden. In werkelijkheid leefden er vele ontwikkelde volkeren.

     

    Primitieve Sirionó-indianen

    Tussen 1940 en 1942 deed de Amerikaanse antropoloog Allan Holmberg onderzoek naar de Boliviaanse Sirionó-indianen, over wie hij later het klassieke boek Nomads of the Longbow schreef. Volgens hem behoorden deze mensen tot ‘de meest cultureel achtergebleven volkeren ter wereld’. Ze waren arm, leden permanent honger, bezaten geen kleding, geen huisdieren, geen muziekinstrumenten, geen kunst of sieraden, en niets wat de naam ‘religie’ verdiende. Ze konden slechts tot drie tellen, konden geen vuur maken en leefden onder afdakjes van palmbladeren. Volgens Holmberg waren zij het schoolvoorbeeld van ‘de mens in zijn ruwe natuurvorm’. In duizenden jaren tijd hadden ze geen enkele ontwikkeling doorgemaakt en geen noemenswaardige sporen nagelaten in hun omgeving. Pas door het contact met de Europese beschaving zou er iets veranderen in hun primitieve leven.

    Wat Holmberg niet wist, was dat twintig jaar daarvoor de Sirinió-samenleving door pokken en griep was verwoest en er van de meer dan 3000 leden van dit volk minder dan 150 waren overgebleven. Door deze bevolkingsafname van ruim 95 procent binnen één generatie waren ze door een ‘genetische flessenhals’ gegaan: de groep was zo klein geworden dat ze voor de voortplanting afhankelijk waren van directe familieleden, zodat de kans op erfelijke afwijkingen dramatisch steeg. Door deze ramp was hun samenleving ingestort, zodat Holmbergs oordeel wel is vergeleken met de conclusie die aliens hadden kunnen trekken nadat ze hun ruimteschip in het voorjaar van 1945 in Oost-Europa aan de grond hadden gezet en onmiddellijk waren gestuit op een groepje overlevenden uit een concentratiekamp: dit is een samenleving waarin men op blote voeten loopt en altijd honger heeft.

    Holmberg’s vergissing

    In de vakliteratuur wordt dit ‘Holmbergs vergissing’ genoemd: een geval van conclusies trekken op basis van veel te weinig vergelijkingsmateriaal en zonder historisch bewijs. Helemaal terecht is dat niet, want Holmberg was een serieuze wetenschapper. Bovendien was zijn houding representatief voor de wijze waarop heel lang – en door sommigen nog altijd – naar de oorspronkelijke bewoners van de beide Amerika’s wordt gekeken.

    Nog steeds zijn velen geneigd de geschiedenis van het Amerikaanse continent te laten beginnen op 12 oktober 1492, toen Columbus voet aan land zette op Hispaniola of een nabijgelegen Caribisch eiland. Goed, er leefden dan wel al mensen op dit continent, die per abuis ‘indianen’ werden genoemd, maar dat stelde toch weinig voor. Dat waren primitieve volkjes, bestaande uit jager-verzamelaars die een nomadisch bestaan leidden. En ja, er waren in Midden- en Zuid-Amerika dan weliswaar meer ontwikkelde culturen, die steden en tempels hadden gebouwd, maar aangezien die rijken van de Maya’s, de Mexica’s (vroeger Azteken genoemd) en de Inca’s onder de voet konden worden gelopen door een handjevol conquistadores, hadden die wellicht toch ook weinig om het lijf.

    Een leeg continent

    Velen geloven dat de Europeanen vanaf het einde van de vijftiende eeuw arriveerden op een zo goed als leeg continent, waarvan de schaarse bewoners op een ontwikkelingspeil leefden dat veel en veel lager was dan in de Oude Wereld. Deze mythe is bijzonder hardnekkig en is vooral ontstaan door het beeld van de Noord-Amerikaanse indianen die over de prairies zwierven. Op het moment dat Columbus in Amerika arriveerde, woonde echter het overgrote deel van de bewoners van dit continent ten zuiden van de Rio Grande, die tegenwoordig een deel van de grens tussen de VS en Mexico vormt.

    De geschiedenis van de eerste bewoners van het Amerikaanse continent is nog altijd in nevelen gehuld. Lange tijd is aangenomen dat zij zo’n 13.000 jaar geleden, aan het eind van de laatste ijstijd, van Siberië naar Alaska gelopen zijn. Dit was mogelijk doordat het waterpeil van de oceanen 100 meter lager was dan nu en de 88 kilometer brede Beringstraat in feit een landbrug was. Tegelijkertijd was er in het noordwesten van het huidige Canada een ijsvrije doorgang in de immense ijskap, zodat deze Aziatische nomaden naar het zuiden konden trekken. Deze gunstige situatie, waarin Azië en Amerika met elkaar verbonden waren én er een ijsvrije doorgang was, duurde slechts een paar honderd jaar, zodat deze migratie alleen in deze periode mogelijk was en er na die tijd geen invloeden uit Azië meer zijn geweest.

    Oorsprong van de Indianen

    Ondertussen zijn er echter in Chili artefacten gevonden die 33.000 jaar oud zijn, en dus op veel oudere bewoning wijzen. Volgens sommige onderzoekers is het mogelijk dat de eerste bewoners van het continent in boten zijn gearriveerd, terwijl anderen erop wijzen dat ze via Antarctica uit Australië kwamen. In dat geval zouden de indianen, die duidelijk uit Azië komen, relatieve laatkomers zijn geweest, die eerdere bewoners hebben verdrongen. Veel indianen ontkennen dit, omdat ze het gevoel hebben dat hun claim als ‘oorspronkelijke bewoners’ dan minder krachtig wordt en zij de Europeanen weinig kunnen verwijten.

    Belangrijker dan de vraag welke groep nu precies als eerste arriveerde, is het feit dat de voorouders van de indianen Eurazië verlieten voordat de zogenoemde neolithische revolutie begon. Tijdens deze neolithische revolutie, die zo’n 11.000 jaar geleden plaatsvond in het Midden-Oosten, begonnen rondzwervende groepen jager-verzamelaars permanente nederzettingen te bouwen en landbouw te bedrijven. Na verloop van tijd werden het wiel en metalen gebruiksvoorwerpen uitgevonden, en rond 3000 v.Chr. voegden de Soemeriërs hier het schrift aan toe en vormden de eerste grote beschaving.

    Tweede neolithische revolutie

    Geheel onafhankelijk hiervan vond rond 8000 v.Chr. in Midden-Amerika – in het gebied dat zich uitstrekte van Noordoost-Mexico tot Costa Rica – een tweede neolithische revolutie plaats. Ondertussen zijn er echter aanwijzingen dat er in Ecuador, aan de voet van de Andes, al eerder landbouw werd bedreven. En evenals in het Midden-Oosten ontstonden zo’n 7000 jaar na deze neolithische revolutie in Amerika de eerste technologisch complexe beschavingen.

    Olmeken

    De oudste was die van de Olmeken, in de huidige Mexicaanse deelstaten Veracruz en Tabasco, die rond 1500 v.Chr. opkwam. De Olmeken bouwden steden rond tempelheuvels, ontwikkelden twaalf verschillende schriften, legden uitgestrekte handelsnetwerken aan, bepaalden de banen van de planeten en gebruikten een kalender van 365 dagen die veel nauwkeuriger was dan kalenders die in die tijd elders werden gebruikt. Op het gebied van astronomie en wiskunde waren de Olmeken en de Maya’s verreweg superieur aan andere beschavingen – ze gebruikten als eersten de nul.

    De astronomie en wiskunde van de Olmeken en de Maya’s zijn superieur 

    Bovendien kenden ze het wiel. Maar in tegenstelling tot vroege beschavingen in het Midden-Oosten gebruikten ze dit niet voor wagens of hijswerktuigen, maar slechts als kinderspeelgoed. De ondergang van de Olmeekse beschaving vanaf 400 v.Chr. wordt meestal toegeschreven aan ecologische rampen, maar vermoedelijk hebben politieke conflicten en oorlogen een minstens even grote rol gespeeld.

    Maya’s, Zapoteken en Azteken

    Ondertussen waren tal van andere culturen door de Olmeken beïnvloed. Dat gold voor de Maya’s (die vooral na 400 v.Chr. opkwamen) en de Zapoteken (500 v.Chr. tot 1500 n.Chr.), die op hun beurt weer de Mexica’s of Azteken beïnvloedden, die vanaf de veertiende eeuw een bloeiperiode beleefden. De Mexica’s bouwden niet alleen imposante tempels en de op twee na hoogste piramide ter wereld, maar lieten ook filosofische teksten van hoog niveau na.

    Inca’s, het grootste rijk ter wereld

    In Zuid-Amerika was vooral het rijk van de Inca’s buitengewoon indrukwekkend. Het strekte zich over meer dan 8000 kilometer uit langs de westkust van het continent, en was eind vijftiende eeuw het grootste rijk ter wereld – groter dan het China van de Ming-dynastie, het Ottomaanse Rijk of het Russische Rijk van Ivan III. Het wegennet van het Inca-rijk was 40.000 kilometer lang en werd gebruikt om hele bevolkingsgroepen van de ene kant naar de andere te jagen, om zo tot een versmelting van de zeer uiteenlopende religies, culturen en zeden te komen.

    Het Inca-rijk is eind vijftiende eeuw het grootste ter wereld 

    Geld en zelfs markten ontbraken in het Inca-rijk, waarin alles eigendom was van de vorst, de Inca. Dit staatssocialisme leidde niet, zoals in het twintigste-eeuwse Oost-Europa, tot grote voedselschaarste, maar tot forse overschotten. Hoewel het schrift bestond uit koorden waarin knopen waren gelegd, was het bestuur uiterst efficiënt. En bouwkundigen verbazen zich nog altijd over de ongekende nauwkeurigheid waarmee immense tempels en paleizen werden gebouwd.

    Inca’s tegen Pizarro

    Hoe was het mogelijk dat dit Inca-rijk, dat slechts een krappe eeuw bestond, in 1532 werd vernietigd door Francisco Pizarro, met een legertje van maar 168 man en 62 paarden? Vaak zijn die paarden en de wapens van de Spanjaarden genoemd als de doorslaggevende factor. En inderdaad beschikten de Inca’s niet over rijdieren en stalen zwaarden of bronzen kanonnen. Maar op de steile hellingen en wegen die grotendeels uit trappen bestonden, waren paarden niet erg effectief, terwijl de slingers van de Inca’s moorddadige wapens bleken. Hoewel ze zich de eerste keer door Pizarro in de val hadden laten lokken, pasten ze hun tactiek al heel snel aan.

    Ziektes

    De op een na belangrijkste oorzaak van hun ondergang was het feit dat toen de Spanjaarden arriveerden er al jaren een bloedige burgeroorlog om de opvolging van de overleden Inca woedde, zodat het rijk sterk verdeeld was. Maar de verreweg belangrijkste oorzaak waren de besmettelijke ziektes die de Europeanen met zich meebrachten, waarbij vooral de pokken miljoenen slachtoffers hebben gemaakt. Deze ziektes, waartegen de inheemse bevolking niet resistent was, reisden de conquistadores vaak ver vooruit, wat blijkt uit het feit dat het Inca-rijk al een kleine tien jaar voor de komst van Pizarro door een pokkenepidemie werd getroffen.

    Pokken, vlektyfus, griep, difterie en mazelen eisen talloze slachtoffers 

    Epidemieën van uit Europa afkomstige ziektes als pokken, vlektyfus, griep, difterie en mazelen hielden ongenadig huis, en binnen enkele decennia stierf 90 procent van de bevolking. Dit had uiteraard een verwoestend effect op deze beschaving, die totaal ontwricht raakte en nauwelijks nog weerstand kon bieden aan de oprukkende Europeanen. Ook elders op het Amerikaanse continent herhaalde deze tragedie zich. Hele streken raakten ontvolkt, de schaarse overlevenden sloegen vaak op drift, en in grote delen van Zuid-Amerika overwoekerde het snelgroeiende oerwoud de steden en tempels van de hoogontwikkelde beschavingen die daar ooit gefloreerd hadden. Hierdoor ontstond al snel het beeld dat die inheemse culturen weinig hadden voorgesteld.

    Beschavingen komen en gaan

    Een van de argumenten voor de stelling dat de beschavingen in Midden- en Zuid-Amerika inferieur waren aan die van Europa en Azië – hoewel sommige van hun steden op een bepaald moment de grootste ter wereld waren – is dat rijken als die van de Olmeken en de Maya’s reeds lang voor de komst van de Europeanen ten onder gingen. Dit is echter een argument dat getuigt van weinig historische kennis, aangezien ook de Griekse en Romeinse beschaving op zeker moment ten onder ging en Europa een periode doormaakte die we nog niet zo lang geleden de Duistere Middeleeuwen noemden. Beschavingen komen en gaan, en maken plaats voor nieuwe beschavingen, die soms barbaarser lijken, maar zich op den duur vaak veel verder ontwikkelen. In de beide Amerika’s werd dit proces abrupt afgebroken door een combinatie van ecologische veranderingen, politieke strijd, overzeese veroveraars en nieuwe ziektes, die op dit ‘maagdelijk terrein’ ongekend heftig hebben huisgehouden.

    Rob Hartmans is historicus, vertaler en journalist.

    Meer weten:

    1491. De ontdekking van precolumbiaans Amerika (2005) door Charles C. Mann.

    Conquest of the Incas (2003) door John Hemming.

    Zwaarden, paarden en ziektekiemen. Waarom Aziatische en Europese volken de wereld domineren (2008) door Jared Diamond.