Home COLUMN: Annejet van der Zijl

COLUMN: Annejet van der Zijl

  • Gepubliceerd op: 24 apr 2014
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Annejet van der Zijl

Ik weet het: van het verhaal dat ik nu ga vertellen zijn er honderdduizenden, en ze zijn allemaal even droevig. En toch wil ik u nog even laten kennismaken met Betty Springer. Al is het maar omdat ik laatst een cadeautje van haar aangeboden kreeg, in de vorm van een houten vaasje met daarop gebrandschilderde zonnebloemen. ‘Als laatste groet,’ schreef de nicht die het me aanbood. Ik mocht het hebben omdat ze zo blij was dat de maakster ervan, zij het heel kort, voorbijgekomen was in Sonny Boy.

 
Het was bij lange niet de eerste keer dat iemand die ik zijdelings noem in een boek na verschijning ervan alsnog een gezicht en een leven krijgt via brieven en mails van bekenden en familie. Maar Betty is degene die de meeste indruk op me maakte – misschien wel omdat de beschrijvingen van haar me zo aan mezelf deden denken toen ik jong was. Alleen zit ik hier nu fijn boeken te maken, en heeft zij die kans nooit gekregen.

De kale feiten van haar korte bestaan had ik al gevonden in de van leed doordrenkte archieven van het NIOD, het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging en het Joods Museum. Betty Springer: geboren in Amsterdam in 1932. Vader overleden in 1939. Ondergedoken in 1942. Opgepakt in januari 1944 in Den Haag. Vanuit Westerbork samen met haar broertje Dries op transport gezet op 8 augustus 1944. Drie dagen later aangekomen in Auschwitz. Dezelfde dag nog vergast, twaalf jaar oud.

Betty was een onderduikster geweest van de Haagse verzetsgroep rond Kees Chardon, met wie de familie Nods – het eigenlijke onderwerp van mijn boek – samenwerkte. Een zus van Kees had me al iets over haar verteld: ‘reuze begaafd kind, maakte zelf gedichten.’ Een oude dame in Amsterdam-Zuid vulde het beeld later verder aan. Ze had Betty goed gekend. Ze was ‘heel rustig, heel lief en altijd met tekeningen en verhaaltjes in de weer’.
 

 Slaapdronken en bang stotterde ze haar echte naam

Via deze bron hoorde ik hoe Betty in Den Haag terechtgekomen was. Aanvankelijk had ze met haar moeder en broertje ondergedoken gezeten op verschillende adressen in het Gooi, maar nadat de laatste als gevolg van verraad was opgepakt, had haar moeder haar voor de zekerheid naar Den Haag laten gaan. Daar, in het huis van de Chardons aan de Spoorsingel, bracht ze uiteindelijk nog geen vierentwintig uur door. De eerste nacht al werd ze ruw uit haar slaap geschud door mannen in leren jassen die haar vroegen hoe ze heette. Haar gastheer had haar verteld dat ze in zo’n geval ‘Betty Chardon’ moest antwoorden. Ze was echter zo slaapdronken en bang dat ze haar echte naam stotterde.

Dat betekende haar doodvonnis, dat acht maanden later werd voltrokken. Het enige wat je ervan kunt hopen is dat zij en haar broertje, met wie ze in Westerbork herenigd was, tot het einde samen hebben kunnen blijven. Haar moeder overleefde de oorlog wel. Later hertrouwde ze met een man die Auschwitz had overleefd. Tot haar dood nam ze het zichzelf kwalijk dat ze haar kinderen niet op veiliger adressen had weten onder te brengen.

 Het vaasje, een Moederdagcadeautje van Betty uit 1940, kwam vervolgens bij een nicht in Amerika terecht. Deze besloot het aan mij aan te bieden, omdat er verder niemand van de familie meer was om aan haar terug te denken. En omdat, zoals ze schreef, ‘de kleine talentvolle Betty Springer’ met haar vermelding in Sonny Boy toch nog een beetje aan de vergetelheid was ontrukt. Als ik het niet wilde, zou ze het aan het Joods Historisch Museum geven.

Ik heb er lang over nagedacht, maar het cadeau uiteindelijk niet geaccepteerd. Betty’s laatste levensteken hoorde niet bij mij te verstoffen in de boekenkast. Dan liever maar in het museum, waar in elk geval de kans bestaat dat het nog eens aan de wereld wordt getoond, als een herinnering aan al die andere kleine Anne Frankjes wier leven abrupt werd uitgeblazen. Maar elk jaar bij de dodenherdenking denk ik om één minuut voor acht behalve aan mijn ‘eigen’ lijstje mensen ook even aan Betty.
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Mohammed and paul once upon a time in tangier filmposter
Mohammed and paul once upon a time in tangier filmposter
Recensie

Mohammed & Paul: film over westers wangedrag in Tanger

Tanger was vanaf de jaren vijftig tot in de jaren zeventig een vrijhaven voor een westerse culturele elite. Onder hen veel homo’s, omdat in Tanger homoseksualiteit getolereerd werd. Vrijheid blijheid, maar de documentaire Mohammed & Paul: Once Upon a Time in Tangier laat de keerzijde zien.  De ‘mythe van Tanger’ wordt het wel genoemd: de gedachte dat de Marokkaanse stad een hippieparadijs was, waarin iedereen gelukzalig blowend in het paradijs leefde. Documentairemaker Nordin Lasfar, opgegroeid in Nederland als...

Lees meer
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Interview

‘Trucage met foto’s was vermaak, geen manipulatie’

Het internet raakt door AI overspoeld met nepbeelden, maar de fototentoonstelling FAKE! in het Rijksmuseum laat zien dat fotomanipulatie zo oud is als de fotografie zelf. Zo komen er in de collectie beelden van vliegende auto’s en personen met absurd grote hoofden voorbij. Volgens curator en conservator Hans Rooseboom is er wel iets veranderd sinds...

Lees meer
Nederlandse SS-bewaakster
Nederlandse SS-bewaakster
Recensie

Nederlands personeel in concentratiekampen zag zichzelf als slachtoffer

De Nederlandse mannen en vrouwen die in de concentratiekampen werkten hadden dikwijls een problematische achtergrond. Toch waren de meesten geen gestoorde monsters, toont Hans de Vries.  In Amor fati (1946) schrijft Abel Herzberg over wat hij heeft gezien in Bergen-Belsen, het concentratiekamp waar hij met zijn vrouw gevangenzat. Een van de essays gaat over ‘blonde Irmy’, een SS-Aufseherin die door de gevangenen ‘de griet’ wordt genoemd. Een niet al...

Lees meer
Drie regenten van het Leprozenhuis
Drie regenten van het Leprozenhuis
Kopstuk

Door het vetorecht kon één dwarsliggende stad de hele Republiek lamleggen

Hongarije blokkeert EU-hulp aan Oekraïne door zijn veto uit te spreken. De overige lidstaten moeten daardoor op zoek naar een geitenpaadje om hun miljarden toch bij Zelenski te krijgen. In de achttiende eeuw zorgde het vetorecht in de Republiek ook voor bestuurlijke chaos. Begin achttiende eeuw gold in de Republiek op ieder politiek niveau –...

Lees meer
Loginmenu afsluiten