Home LESSEN: ‘Steeds minder gemeenten hebben eigen politiekorps’

LESSEN: ‘Steeds minder gemeenten hebben eigen politiekorps’

  • Gepubliceerd op: 26 jan 2015
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Alies Pegtel

In de komende tien jaar moet ongeveer de helft van alle  politiebureaus dicht. VVD-minister Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft de Tweede Kamer laten weten dat hij via een geleidelijk hervormingsproces tweehonderd politiebureaus gaat sluiten om uit te komen op 167. Daarnaast komen er vierhonderd moderne ‘politiesteunpunten’, mogelijk gehuisvest in gemeentehuizen.

Emeritus hoogleraar strafrecht en criminologie Cyrille Fijnaut, auteur van De geschiedenis van de Nederlandse politie, heeft ernstige bedenkingen. ‘De minister heeft het over honderd grotere steunpunten en driehonderd kleinere politiepunten. Het is nog onduidelijk welke taken deze politiepostjes gaan uitvoeren, of ze permanent bemand zullen zijn, of ze bijvoorbeeld door speciale politieschilden of politielampen herkenbaar worden. Ik voorzie vooral een lokale verrommeling van het nationale politiekorps.

De mogelijkheid om digitaal aangifte te doen wordt als argument gebruikt om politiebureaus te sluiten. Maar of mensen even makkelijk online aangifte doen als in levenden lijve, of digitale aangiftes net zo zorgvuldig en compleet zijn als aangiften die een agent heeft opgetekend, is onbekend.


Het doet me denken aan de jaren vijftig, toen werd betoogd dat politieagenten dankzij de mobilofoon flexibel inzetbaar waren, en dat speciale wijk- en postbureaus in veel gevallen niet meer nodig waren, omdat de meldkamer de politie-inzet wel kon coördineren. Vervolgens heeft men in de jaren zeventig de wijkteams opnieuw uitgevonden om de politie maatschappelijk weer meer te laten integreren.

Laten we wel wezen: de aanstaande hervorming, waarbij we toegaan naar een digitale politie, is ten eerste ingegeven door de bezuinigingen. Met het sluiten van politiebureaus bespaart de overheid 75 miljoen op de exploitatielasten van het vastgoed.

Ik betreur het dat Opstelten doorgaat op de lijn die is ingezet in de jaren negentig. Het politiebestel met 150 korpsen gemeentepolitie en het Korps Rijkspolitie werd in 1993 vervangen door een stelsel van 25 regionale korpsen en een Korps Landelijke Politiediensten. Het staatkundig en operationeel belangrijke uitgangspunt dat elke gemeente in beginsel recht heeft op een eigen eenheid van de politie, werd hiermee losgelaten.

Dat gemeenten niet langer gegarandeerd een eigen politie-eenheid hebben die lokaal is ingebed, vond ik toen al een verslechtering, een soort ontworteling van de Nederlandse politie op lokaal niveau.

De stelselwijziging was destijds ook deels het gevolg van bezuinigingen. In de financieel magere jaren tachtig startte onder premier Ruud Lubbers een discussie hoe het goedkoper kon. Al waren er zeker ook andere argumenten om de politie niet langer gemeentelijk, maar regionaal te organiseren: de misdaad overschreed steeds vaker de gemeentegrenzen.
In 1980 telde Nederland ongeveer duizend herkenbare politiebureaus. Dat zullen er in 2020 nog maar een kleine zeshonderd zijn, waarvan een groot deel niet meer als politiebureau herkenbaar is.

Dit is staatkundig en operationeel een verkeerde ontwikkeling. Terwijl de verantwoordelijkheid van burgemeesters om de orde en veiligheid te handhaven is toegenomen, beschikken veel gemeenten niet langer over een eigen politie-eenheid wier leiding en medewerkers zijn geworteld in het plaatselijke bestuur en de lokale samenleving. Het is effectiever en efficiënter als agenten een gemeente echt goed kennen; dan kunnen ze preventief en repressief, samen met gemeentebestuur, justitie en hulpverlening, adequaat plaatselijke problemen aanpakken.

Hoe de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) akkoord heeft kunnen gaan met deze ingrijpende herinrichting van de nationale politie, is mij een raadsel. Dat Opstelten en de politieleiding beweren dat er weliswaar veel politiebureaus zullen sluiten, maar dat er daarom juist meer blauw op straat aanwezig is, beschouw ik als kretologie.’
 
Alies Pegtel is historicus en journalist.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Nieuwste berichten

Keizer Frans I Stefan en Maria Theresia met hun kinderen. Door Martin van Meytens
Keizer Frans I Stefan en Maria Theresia met hun kinderen. Door Martin van Meytens
Recensie

Maria Theresia gebruikte haar dochters als pionnen

De zeven dochters van Maria Theresia van Oostenrijk hadden weinig te willen. Hun moeder bepaalde hun leven. Veronica Buckley beschrijft hun geprivilegieerde, maar benauwde bestaan. Zo’n 500 jaar vormden de Habsburgers de machtigste dynastie van Europa. Na de dood van Karel V in 1558 groeiden de Spaanse en Oostenrijkse tak uit elkaar, maar het vorstenhuis...

Lees meer
Edith Eger als jonge ballerina.
Edith Eger als jonge ballerina.
Artikel

De traumatherapeut die haar eigen Auschwitzverleden verzweeg

De Hongaars-Amerikaanse psycholoog Edith Eva Eger is op 98-jarige leeftijd overleden. Ze overleefde de Holocaust en werd na de oorlog wereldberoemd als therapeut die anderen van hun trauma’s afhielp. Toch lukte het haar zelf lange tijd niet om de stilte over haar eigen ervaringen te doorbreken. Wanneer concentratiekamp Gunskirchen in mei 1945 eindelijk bevrijd wordt,...

Lees meer
Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Interview

Auke Kok: ‘Mussert had je buurman kunnen zijn’

Hij was eerzuchtig, brutaal en zonder empathie. Maar ook getalenteerd, dapper en eigenlijk best charismatisch. Anton Mussert krijgt van zijn biograaf Auke Kok een menselijk gezicht. ‘Ik heb de indruk dat zijn vader altijd over zijn schouder meekeek.’ Het begon met dozen vol brieven en ander persoonlijk materiaal van Anton Mussert. Ze lagen al jaren...

Lees meer
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Nieuws

Middeleeuwse schakers keken niet naar status

Bij een middeleeuws potje schaak verdween sociale hiërarchie even naar de achtergrond. Eigentijdse manuscripten, schilderijen en schaakstukken laten zien dat schaakspelers van verschillende sociale en culturele achtergronden het op gelijke voet tegen elkaar konden opnemen, betoogt Cambridge-historicus Krisztina Ilko in vaktijdschrift Speculum. Volgens Ilko was schaken een manier om de sociale normen uit te dagen:...

Lees meer
Loginmenu afsluiten