Home BOEKEN: Eric Duivenvoorden – Rebelse jeugd, Niek Pas – Provo!

BOEKEN: Eric Duivenvoorden – Rebelse jeugd, Niek Pas – Provo!

  • Gepubliceerd op: 24 jun 2015
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Jan Dirk Snel

Onder gebrek aan aandacht heeft de criminoloog Wouter Buikhuisen nooit te lijden gehad. Toen hij in januari 1965 promoveerde op Achtergronden van nozemgedrag, stonden de kranten meteen vol van de door hem uitgevonden ‘provo’. Omdat Buikhuisen niet geïnteresseerd was in de ‘haardos’ of de kledingkeuze van de bestudeerde nozems, maar wel in hun ‘onmaatschappelijke’ gedrag, besloot hij ze een zelfbedacht etiket te geven: provo’s. Provo’s, dat waren tamelijk laagopgeleide werkende jongeren met weinig interesses, die zich zo af en toe bij wijze van vrijetijdsbesteding overgaven aan hinderlijk en soms ronduit crimineel gedrag – daar kwam het zo ongeveer op neer.

Een paar maanden later waren provo’s ineens heel andere types. Een groep anarchistisch angehauchte jongvolwassenen, met Amsterdam als centrum, eigende zich de naam toe voor een gestencild schoolkrantje-voor-ouderen dat ze uitgaven: Provo. Deze provo’s waren in het algemeen wel goed opgeleid, of vaak nog bezig met een studie, en ze verveelden zich bepaald niet. Maar hinderlijk waren ze wel. Ze wisten waarom ze provoceerden. Of verbeeldden zich dat althans.

Nu het dit jaar vijftig jaar geleden is dat de Provo-beweging ontstond, wordt er veelvuldig teruggeblikt. En het valt op met hoeveel nostalgie dat veelal gepaard gaat. Wat was het allemaal toch spannend! Kritische zelfreflectie is niet het sterkste punt van de inmiddels bejaarde provo, dat is wel duidelijk.

In Rebelse jeugd probeert Eric Duivenvoorden (1962) de Provo-beweging een voorgeschiedenis van zo’n tien jaar mee te geven. Het is een echt jongensboek geworden, in alle opzichten. Allereerst omdat de jeugdcultuur tot het eind van de jaren zestig nog erg door jongemannen beheerst werd, al diende zich bij de Provo-beweging een lichte kentering aan en mochten enkele jongedames een bescheiden rolletje vervullen. Maar vooral omdat de auteur zo’n jongensboekachtig enthousiasme tentoonspreidt. Zijn schema is simpel. Of het nu om rock–’n–roll, dansen, protesten tegen de Russische inval in Hongarije, vredesacties (juist vaak uit communistische hoek) of happenings op het Amsterdamse Spui gaat, de auteur heeft slechts één invalshoek: de rebelse jeugd die tegen de ‘gevestigde orde’ en de ‘regentenmentaliteit’ haar eigen vrijheid bevecht.

Als leerlingen van het Bisschoppelijk College in Roermond in 1964 demonstreren tegen de verwijdering van een geliefde friettent op het Munsterplein en de ‘gegoede burgerij’ vooral onbegrip toont, meent Duivenvoorden dat het niet bij deze mensen opkwam ‘dat jongeren niet zozeer samenklonteren in de openlucht bij een patattent omdat dat de meest ideale plek is, maar omdat het een van de weinige plekken is waar ze überhaupt samen kunnen komen’. Zou het? Waren er geen sportclubs of andere verenigingen in Roermond? De verklaring lijkt eerder andersom te zijn: de opkomende jeugdcultuur was een gevolg van de explosief stijgende welvaart en de resulterende vrije tijd. De vrijheid kwam vanzelf. En daar hoorden soms ook vormen van invulling bij waar de autoriteiten nog even aan moesten wennen.

Het meest geniale van Provo was misschien wel dat de beweging zichzelf na twee jaar ostentatief ophief, zo zou je kunnen opmaken uit Provo! Mediafenomeen van Niek Pas, een bewerking van zijn dissertatie Imaazje! uit 2003. Het herdenken kon meteen beginnen. Het mediafenomeen werd nu ook direct een historisch icoon. Het opvallendste is niet zozeer de drukdoenerij van een tamelijk klein groepje jongvolwassenen in de net voltooide welvaartsstaat als wel de buitensporige journalistieke en maatschappelijke aandacht voor al hun kleine provocaties.

Duivenvoorden meent dat de rebelse jeugd de weg vrijmaakte voor ‘centrale waarden als zelfbeschikking en individuele vrijheid’. Maar wat deze twee boeken beschrijven, is juist nogal meuteachtig gedrag. De werkelijke structurele veranderingen voltrokken zich op een anoniemer, individueler niveau. Provo was de zichtbare rimpeling.

Rebelse jeugd. Hoe nozems en provo’s Nederland veranderden
Eric Duivenvoorden
303 p. Nieuw Amsterdam, € 22,95
 
Provo! Mediafenomeen 1965-1967
Niek Pas
256 p. Wereldbibliotheek, € 19,95

 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Mohammed and paul once upon a time in tangier filmposter
Mohammed and paul once upon a time in tangier filmposter
Recensie

Mohammed & Paul: film over westers wangedrag in Tanger

Tanger was vanaf de jaren vijftig tot in de jaren zeventig een vrijhaven voor een westerse culturele elite. Onder hen veel homo’s, omdat in Tanger homoseksualiteit getolereerd werd. Vrijheid blijheid, maar de documentaire Mohammed & Paul: Once Upon a Time in Tangier laat de keerzijde zien.  De ‘mythe van Tanger’ wordt het wel genoemd: de gedachte dat de Marokkaanse stad een hippieparadijs was, waarin iedereen gelukzalig blowend in het paradijs leefde. Documentairemaker Nordin Lasfar, opgegroeid in Nederland als...

Lees meer
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Interview

‘Trucage met foto’s was vermaak, geen manipulatie’

Het internet raakt door AI overspoeld met nepbeelden, maar de fototentoonstelling FAKE! in het Rijksmuseum laat zien dat fotomanipulatie zo oud is als de fotografie zelf. Zo komen er in de collectie beelden van vliegende auto’s en personen met absurd grote hoofden voorbij. Volgens curator en conservator Hans Rooseboom is er wel iets veranderd sinds...

Lees meer
Nederlandse SS-bewaakster
Nederlandse SS-bewaakster
Recensie

Nederlands personeel in concentratiekampen zag zichzelf als slachtoffer

De Nederlandse mannen en vrouwen die in de concentratiekampen werkten hadden dikwijls een problematische achtergrond. Toch waren de meesten geen gestoorde monsters, toont Hans de Vries.  In Amor fati (1946) schrijft Abel Herzberg over wat hij heeft gezien in Bergen-Belsen, het concentratiekamp waar hij met zijn vrouw gevangenzat. Een van de essays gaat over ‘blonde Irmy’, een SS-Aufseherin die door de gevangenen ‘de griet’ wordt genoemd. Een niet al...

Lees meer
Drie regenten van het Leprozenhuis
Drie regenten van het Leprozenhuis
Kopstuk

Door het vetorecht kon één dwarsliggende stad de hele Republiek lamleggen

Hongarije blokkeert EU-hulp aan Oekraïne door zijn veto uit te spreken. De overige lidstaten moeten daardoor op zoek naar een geitenpaadje om hun miljarden toch bij Zelenski te krijgen. In de achttiende eeuw zorgde het vetorecht in de Republiek ook voor bestuurlijke chaos. Begin achttiende eeuw gold in de Republiek op ieder politiek niveau –...

Lees meer
Loginmenu afsluiten