De film zal vrijwel geheel in de omgeving van Arnhem worden opgenomen, zo maakt producent Joseph Levine op 22 maart 1975 bekend bij aankomst op Schiphol. ‘’s Werelds meest bekroonde producent’ staat de pers te woord met aan zijn zijde schrijfster Kathryn Morgan Ryan, weduwe van de één jaar eerder overleden auteur Cornelius Ryan, schrijver van A Bridge Too Far. Het ruim 750 pagina’s tellende boek is dan al in 27 talen verschenen; van de Nederlandse uitgave zijn een half miljoen exemplaren verkocht. De producent is een week in Nederland ‘voor een eerste persoonlijke oriëntatie van de plaats waar zich de slag om Arnhem afspeelde’, aldus NRC Handelsblad.
Enkele maanden later maakt Levine bekend dat de opnames toch niet in Arnhem, maar in Deventer zullen plaatsvinden. Hij zegt: ‘Als we de film bij Arnhem, de originele plaats, zouden willen opnemen, zou het sluiten van de brug daar een kleine revolutie teweegbrengen. Deventer is gunstiger, vlakbij een andere brug, die wél voor het verkeer open kan blijven.’ Wel overweegt de producent een studio te bouwen ‘in het invasiegebied van Arnhem, bijvoorbeeld in de omgeving van Oosterbeek’.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Financiële opsteker
Op 10 oktober 1975 varen Levine en regisseur Richard Attenborough op een passagierschip over de IJssel bij Deventer. Tegenover de meevarende pers verklaart de producent de keuze voor Deventer dit keer niet alleen vanuit de verkeerssituatie. ‘We hebben helaas van Arnhem zelf als locatie moeten afzien omdat de nieuwe bebouwing bij de Rijnbrug na de verwoestingen van 1944 niets meer met de oorspronkelijke situatie te maken heeft en bovendien onmogelijk achter decors te verdoezelen is,’ aldus Levine. De parkeerplaats aan weerszijden van de Wilhelminabrug in Deventer biedt wel ruimte voor decorhuizen. De Panoramaflat vlak naast de brug zal buiten beeld worden gehouden.

De Deventer wethouder Klaas Vos (Financiën), die ook aan boord is, verklaart zeer ingenomen te zijn met de keuze voor zijn stad. Vanwege de economische malaise kan de gemeente een financiële opsteker goed gebruiken. In de overeenkomst tussen Levine en de gemeente wordt vastgelegd dat ‘het filmbedrijf personeel zal inhuren en materialen zal kopen in Deventer.’ Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft dan al toestemming gegeven dat de Wilhelminabrug twee keer zes dagen wordt afgesloten voor het verkeer.
Deventer verandert vanaf april 1976 voor een half jaar in Hollywood. De meeste opnamen vinden plaats op andere locaties dan waar de gebeurtenissen zich in september 1944 hebben afgespeeld. Weliswaar wordt er gefilmd op de Waalbrug in Nijmegen, maar de Waaloversteek met stormboten wordt bovenstrooms nagespeeld, in plaats van op de oorspronkelijke locatie, stroomafwaarts.
James Bond-acteur Sean Connery vestigt als generaal-majoor Roy Urquhart zijn hoofdkwartier niet in voormalig hotel Hartenstein in Oosterbeek, maar in het uitgebrande landhuis Het Schol in Twello, aan de overkant van de IJssel tegenover Deventer. In Bronkhorst wordt de oude kerk van Oosterbeek nagebouwd, met grafzerken van papier-maché, evenals het naastgelegen huis van Kate ter Horst. In dit Achterhoekse stadje wordt ook de opmars naar de brug gefilmd, met Anthony Hopkins als luitenant-kolonel John Frost. De studio-opnames worden niet gedaan in de omgeving van Oosterbeek, maar in een leegstaande fabriekshal in Deventer.
Een enkele scène wordt wel opgenomen op een van de voormalige slagvelden: de Ginkelse Heide bij Ede. Daar spelen acteurs en figuranten op twee bloedhete zomerdagen de momenten kort na de eerste luchtlandingen na. Parachutes liggen uitgespreid op de heide, terwijl manschappen zich verzamelen aan de bosrand. In de schaduw van de vleugel van een nagebouwd zweefvliegtuig zit de 74-jarige oud-generaal Urquhart op een klapstoeltje en kijkt toe, hoe zijn personage wordt vertolkt door Sean Connery. De parachutistendropping zelf wordt later met elf originele Dakota’s en actief dienende Britse para’s uitgevoerd op het Speulder- en Houtdorperveld bij Garderen, zo’n 25 kilometer noordelijker. In Arnhem-Noord zien bewoners de toestellen vanaf vliegveld Deelen in formatie overvliegen.
Brug vernoemd naar Frost
In de eerste week van 1977 blikt wethouder Vos van Deventer tevreden terug op de filmopnames in zijn stad, waar zowel de gemeente als het bedrijfsleven en de middenstand van hebben geprofiteerd. Van de zeventig tot tachtig miljoen gulden die ‘de duurste film aller tijden’ heeft gekost, zou vijftien miljoen in Deventer zijn uitgegeven. Horeca en taxibedrijven hebben volop werk gehad aan de filmcrew van zo’n 200 mensen. ‘Van mij mogen ze morgen terugkomen, ik heb een half miljoen meer omgezet,’ verklaart een lokale slager die de catering verzorgde.
Enkele middenstanders klagen juist over inkomstenderving, maar Vos ziet weinig reden tot klagen. ‘Als er nadelige gevolgen zijn, zullen we die komend voorjaar wel merken, negen maanden na de opnamen,’ verklaart de wethouder olijk. ‘Een kennis van mij is huidarts. Hij heeft echt een piekje te verwerken gehad in de afgelopen maanden.’

Aan Arnhem en Oosterbeek is de verfilming van ‘hun’ slag grotendeels voorbijgegaan, ondanks de beloftes. Toch houden ze er wel iets aan over. In november 1977 stellen twee Kamerleden voor om de nieuw te openen Rijnbrug in Arnhem te vernoemen naar luitenant-kolonel Frost, die het commando voerde over de eenheid die de brug enkele dagen in handen wist te houden. Ze wijzen de minister erop ‘dat het een vreemde zaak is dat deze brug, die zo wereldberoemd is geworden en nu als A Bridge Too Far opnieuw in de belangstelling is gekomen, geen naam heeft.’
In Oosterbeek verwelkomt het Airborne Museum, gevestigd in voormalig hotel Hartenstein, een jaar na de opening in juli 1978 al zijn 100.000ste bezoeker. De sterk toegenomen belangstelling voor de Slag om Arnhem en het bijbehorende toerisme valt volgens de VVV grotendeels te verklaren door het succes van A Bridge Too Far.
Met dank aan Hans Timmerman.
Meer weten:
- A Bridge Too Far. Hollywood in Deventer (2026) door René van der Meer.
- Making A Bridge Too Far (2024) door Simon Lewis.