Op het oorspronkelijke ontwerp stond een tamelijk recente kleurenfoto waarop het hele plein en een ruim deel van de omgeving te zien waren, vanaf een positie net achter het voormalige stadhuis. Op het definitieve omslag prijkt echter een vanuit de hoogte genomen zwart-witfoto van het
Het is een mooie foto, maar hij is typerend voor
De foto prent ons nog iets in: de Amsterdamse twintigste eeuw bevat een diepe cesuur: de vijf jaren tussen 1940 en 1945. Over de Nederlandse geschiedenis kun je misschien nog betogen dat de bezettingsjaren in veel opzichten geen grote maatschappelijke of politieke wijziging betekenden, maar juist vertragend werkten op de structurele modernisering die de twintigste eeuw wel moest brengen. Met betrekking tot een stad waarvan het overgrote deel van de Joodse inwoners - zo'n tiende van de bevolking - werd gedeporteerd en uitgemoord, kun je een dergelijke laconieke benadering echter niet volhouden. De oorlogsjaren worden in dit boek door Guus van Meershoek afzonderlijk beschreven; Piet de Rooy vertelt over de jaren ervoor, terwijl Doeko Bosscher de naoorlogse jaren voor zijn rekening neemt.
De keuze voor een ouderwetse zwart-witfoto is misschien ook wel typerend voor de traditionele, evenementiële geschiedschrijving die in het boek wordt toegepast. Het is wellicht niet toevallig dat in
