In
Het ging hier om een geplande actie van het leger.
Oorlog gaat gepaard met ellende, en dat gold zeker ook voor de Opstand tegen Filips II, die nog het best te vergelijken is met een burgeroorlog. Soms waren het de directe oorlogshandelingen die slachtoffers maakten onder de inwoners. Berucht zijn bijvoorbeeld de bloedbaden die troepen van de koning aanrichtten in 1572, nadat ze Zutphen en Naarden hadden veroverd. Over
Maar het meer alledaagse geweld maakte veel meer slachtoffers. Een belangrijke doodsoorzaak was uithongering als gevolg van belegering, plundering, brandstichting en vernietiging van
Op veel gebieden probeerde Oranje de oorlogsschade te beperken. Hij reorganiseerde bijvoorbeeld het leger, om lukrake plunderingen en geweld te voorkomen. En hij bepaalde dat katholieken geen overlast mocht worden bezorgd, om botsingen tussen protestanten en katholieken tegen te gaan. Maar om het lot van boeren maakte hij zich niet druk, want in de zestiende eeuw telde het leven van een gewone boer nu eenmaal nauwelijks mee.
Bloedraad
Minstens even hardvochtig, zo niet veel hardvochtiger, was
Zo'n duizend veroordeelden waren niet op tijd weggegaan. Zij werden geëxecuteerd. Onder hen waren in 1568 ook de katholieke graven Egmond en Horne. Oranje was ontkomen. Na
Tijdens de vroege Opstand waren de watergeuzen een belangrijk wapen in
De geuzen bleken echter moeilijk in de hand te houden. Ze vielen niet alleen de vijand aan, maar plunderden waar ze maar konden. Tijdens de zogenoemde landgangen beroofden en vernielden ze kloosters en katholieke kerken, en plunderden ze hele series dorpen. In juli 1572, bijvoorbeeld, viel een groep geuzenkapiteins het katholieke dorpje Wognum, in
Op zee beperkten ze zich niet tot vijandige schepen. Ook neutrale schepen, gewone vissers en zeelieden hadden te lijden onder hun aanvallen.
In 1571 nam
Losgeld
Oranje moest voortdurend balanceren tussen verschillende belangen. Hij had de geuzen nodig, maar de Hollanders die last van hen hadden ook, al was het maar vanwege al het Hollandse belastinggeld dat naar het leger ging. Vooral
Daar zaten
Hij verhoogde de soldij voor gewone soldaten van vijf naar acht gulden per maand. Onvrede over betalingen was namelijk de belangrijkste oorzaak van muiterijen. De loonsverhoging werd later overigens ongedaan gemaakt door de betaalmaand te verlengen van 30 naar 42 dagen. De Staatse troepen kregen hun soldij wel vaker op tijd dan de troepen van de koning. De grote muiterijen tijdens de Opstand vonden dan ook niet plaats aan de Staatse zijde, maar in de legers van de koning.
Oranje veranderde ook
De maandelijkse verkiezing van de leiders leverde echter steeds weer onrust op en daar wilde Oranje vanaf. Bovendien kon de manier waarop de gekozen leiding van de compagnieën georganiseerd was onderling sterk verschillen, wat de zaak er voor de legertop niet overzichtelijker op maakte. Ook daar moest van Oranje een einde aan komen, net als aan de grote invloed van gewone soldaten op de dagelijkse gang van zaken.
Oranje wilde in de eerste plaats meer discipline en meer grip op de soldaten. Hij had de steun van
Het lijkt erop dat
In 1599 kregen Geldrop en het nabijgelegen Zesgehuchten te maken met een gewelddadige compagnie die er overnachtte. De soldaten sloegen en trapten de dorpelingen, verkrachtten de vrouwen en gijzelden kinderen. Ze eisten losgeld en eten, anders zouden ze de kinderen in brand steken. Eén inwoner werd doodgeschoten terwijl hij voedsel haalde voor de soldaten.
Paardendarmen
Plunderen als aanvulling op de soldij was in deze tijd niet per se verboden - zolang het maar de tegenpartij was die werd geplunderd. En ook de eigen partij was niet altijd veilig. De legerleiding had nu eenmaal niet alles in de gaten. Ondanks
Bovendien waren er nog de plunderingen op bevel van de legerleiding. Hierboven is al kort iets gezegd over het geweld op het Brabantse platteland. Gedurende de jaren 1580 waren Staatse troepen bezig met de systematische vernietiging van oogsten. Elk jaar als het hooi en de rogge bijna geoogst konden worden, werd er zoveel mogelijk vernield. Het vee werd gestolen. Dat boeren hier het slachtoffer van werden, wist iedereen. Blijkbaar beschouwde Oranje het als de prijs die betaald moest worden om
Het vernietigen van de oogsten in de meierij was begonnen door de tegenpartij, onder Alva. 's-Hertogenbosch stond toen nog aan Staatse zijde en daarom probeerden de troepen van de koning de oogsten uit handen van de opstandelingen te houden. Rond
In 1579 ging 's-Hertogenbosch over naar de kant van de koning en vanaf toen waren het Staatse soldaten die het plunderwerk deden, op bevel van Oranje. Voor de boeren maakte dat weinig uit. Oisterwijk werd zeven jaar na de eerste keer opnieuw getroffen, maar nu door de tegenpartij. Deze keer kwamen maar liefst zevenduizend soldaten om beelden in de kerk te vernietigen en het dorp leeg te roven.
Toen de troepen van de koning in 1584 Antwerpen belegerden, werden de plunderacties uitgebreid naar een veel groter gebied. Ook de regio rond Breda en de Langstraat (in
Dat gebeurde ook bij inundaties. In 1574, bijvoorbeeld, staken geuzen dijken door om troepen van de koning die Leiden belegerden te verdrijven. De Leidenaren snakten naar het ontzet, want de honger binnen de muren was verschrikkelijk. Dichter-historicus Pieter Cornelisz Hooft schreef erover: 'Je zag hoe schamele vrouwen, hurkend op mesthopen, met de huik over het hoofd getrokken, zoeken of op sommige beenderen nog vlees zat... Vele jonge kinderen werden met paardendarmen gevoed. Soms gaven ze de geest, terwijl ze aan een lege borst zogen.'
Maar de prijs die het omliggende platteland moest betalen voor de bevrijding was hoog. Een groot deel van het huidige Zuid-Holland kwam onder water te staan, weer met medeweten van Oranje. Oorspronkelijk was het de bedoeling geweest de schade voor
Ook het noordelijk deel van Holland werd geïnundeerd - twee keer zelfs. In 1573 vanwege het beleg van Alkmaar en in 1575 vanwege een invasiepoging van de koninklijke troepen. Het water bleef lang staan; in 1576 zou nog tweederde van Holland onder water hebben gestaan. Het verzet van boeren en andere inwoners van deze gebieden tegen inundatiepogingen is begrijpelijk.
Politici en legerleiders zagen de problemen van de boeren, maar vonden ze niet belangrijk genoeg om hun strategieën aan te passen. Dat gold ook voor
Zover is het nooit gekomen, maar Oranje ontkwam er niet aan zijn handen vuil te maken. Hij liet zich in met de plunderende geuzen en gaf bevel tot
Met dank aan Liesbeth Geevers, promovenda aan
Kader 1
Een smerige oorlog
Pleegde
'De Opstand was een ontzettend smerige oorlog,' zegt Judith Pollmann, hoogleraar in de geschiedenis van de Republiek aan de Universiteit Leiden. 'Hij zeurde maar door, tientallen jaren lang. Daardoor maakte hij erg veel slachtoffers, vooral onder boeren, want die waren heel kwetsbaar en werden door beide partijen afgeperst. Er hoefde maar één compagnie ruiters over hun land heen te rijden om al hun werk van een jaar te vernietigen. Maar of het nou verhelderend is om van genocide te spreken? Volgens mij moet er dan sprake zijn van een vooropgezet plan om een etnische groep uit te roeien. Ik geloof niet dat dat het geval was.'
'De term "genocide" komt in het proefschrift zelf niet voor,' zegt Marjolein 't Hart, copromotor van Adriaenssen. '
Adriaenssen zelf zegt dat hij de genocidevergelijking nooit heeft gemaakt. 'Maar wat er in de meierij gebeurde, tendeerde wel naar genocide,'zegt hij, 'Er was alleen geen sprake van een vooropgezet plan om alle Brabanders te vermoorden. Het doel was het gebied te verwoesten en het te ontruimen. Bij gebrek aan betere termen kun je het best spreken van domicide (het vernietigen van de woon- en leefomgeving), of van holodomor (kunstmatig veroorzaakte hongersnood).'
Kader
Meer informatie
Leo Adriaenssens, Staatsvormend geweld. Overleven aan de frontlinies in
In Krijgsvolk. Militaire professionalisering en het ontstaan van het Staatse leger, 1568-1590 (2006) onderzoekt Erik Swart
Website
Op http://dutchrevolt.leidenuniv.nl is van alles na te zoeken over de Opstand. Met onder meer biografieën van belangrijke personen, lijsten van begrippen en een bibliografie van de Opstand. Niet volledig, maar wel handig.
Tot de verbeelding spreken
