Home ‘In de Dom denk ik aan de storm van 1674’

‘In de Dom denk ik aan de storm van 1674’

  • Gepubliceerd op: 26 jan 2021
  • Update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Alies Pegtel
‘In de Dom denk ik aan de storm van 1674’

In elk nummer vraagt Alies Pegtel een historicus naar zijn of haar historische sensatie. Naar het moment waarop, zoals Johan Huizinga het formuleerde, heden en verleden lijken samen te vallen. Een gevoel dat vaak volstrekt onverwacht kan worden opgewekt door een document, voorwerp, geluid, geur, locatie of inzicht. Deze maand de Britse hoogleraar Jonathan Israel over de schoonheid van het oude Nederland.

Kent u de historische sensatie, zoals door Johan Huizinga omschreven?

‘O zeker, het verleden is voor mij nooit ver weg. Mijn heden overlapt geregeld met het verleden. Al moet ik zeggen dat het me in de Verenigde Staten, waar ik de laatste twintig jaar woon, minder vaak overkomt dan in Europa, waar het verleden tastbaarder aanwezig is in oude gebouwen. Als ik bijvoorbeeld in de Domkerk van Utrecht sta, gaan mijn gedachten onwillekeurig uit naar de verschrikkelijke storm in augustus 1674, die het middenschip van de kerk verwoestte. En ik denk ook aan Baruch Spinoza, die vanwege zijn delicate gezondheid vrijwel nooit reisde, maar wel het door de Fransen bezette Utrecht heeft bezocht. Hij passeerde in 1673 met een speciaal verstrekt paspoort per trekschuit de Waterlinie. Spinoza heeft tijdens zijn Utrechtse bezoek enerverende discussies gevoerd met de Fransen. Dat weten we dankzij de verslagen.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel leest u historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Nu de eerste maand voor maar 1,99.

U vertelt dit zo enthousiast dat het lijkt alsof u er zelf bij bent geweest.

‘Zoals de meeste mensen in de letteren en kunsten ben ik erg gevoelig voor historische sensaties. Zo wandelde ik op mijn negentiende door Haarlem en raakte ik overweldigd door de pracht van de oude binnenstad. Betoverend mooi. In mijn werkkamer op Princeton hangen prenten van oud-Hollandse steden en tegeltjes, maar ze raken in de verdrukking, want bijna alle muren zijn inmiddels bezet door boekenkasten.’

Hebt u altijd geweten dat u historicus zou worden?

‘Halverwege de middelbare school raakte ik op het spoor van de geschiedenis. Dat heb ik te danken aan een uitzonderlijke leraar, een Duitse Jood, die zijn academische carrière had moeten opgeven voor de nazi’s en in de jaren dertig naar Groot-Brittannië was gevlucht. Hij vertelde niet over zijn eigen ervaringen, maar doceerde ons over filosofen als Hegel en Kant, en hoe hun ideeëngoed de geschiedenis heeft vormgegeven. Hij liet ons zien dat de geschiedenis bestaat uit drama’s; een maatschappij kan binnen een paar jaar volledig veranderen door denkbeelden die al langer sluimeren. Van hem leerde ik dat filosofie een reusachtige scheppende kracht is.’

Dat is ook uw uitgangspunt in uw eigen werk over de Verlichting.

‘Ik heb me achteraf gerealiseerd dat wat ik als schooljongen leerde over de revolutionaire kracht van filosofie me de ogen heeft geopend voor de ideeëngeschiedenis als motor achter historische processen. Dit heeft mede de basis gelegd voor mijn latere studies naar de invloed van de verlichtingsdenker Spinoza, de eerste grote filosoof die stelde dat de democratie de beste regeringsvorm is.’

Jonathan Israel.

Hoe kwam u als Brits historicus eigenlijk terecht bij de geschiedenis van de Nederlandse Republiek?

‘Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit van Cambridge. Daar kreeg ik in de jaren zestig college van geweldige professoren, onder wie John Elliott, bij wie ik me specialiseerde in de Spaanse koloniale geschiedenis. Dat ik me in de Nederlandse geschiedenis ben gaan verdiepen, kwam na mijn promotie in Oxford, nadat ik Koen Swart in 1974 leerde kennen, hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Londen. Swart tipte me dat Nederlandse historici voor hun onderzoek naar de Opstand bijna nooit de Spaanse archieven raadpleegden. Daar lag een kans voor mij, als kenner van de Spaanse geschiedenis. In die tijd ontmoette ik ook mijn eerste vrouw, een Nederlandse, met wie ik geregeld haar familie in Den Haag bezocht. Ik leerde gaandeweg Nederlands, maar mijn allereerste onderzoeken waren overwegend gebaseerd op Spaans archiefmateriaal. Veel later heb in het Gemeentearchief van Leiden ook eens een onbekende bron over Spinoza’s levensgeschiedenis ontdekt. Toen maakte mijn hart wel een sprongetje.’

In Nederland is de term ‘Gouden Eeuw’ in onbruik geraakt. Hoe denkt u hierover?

‘Ik ben 75 jaar, ik heb de term mijn hele leven gebruikt, en ben van plan dit te blijven doen. Momenteel wordt benadrukt dat de rijkdom van de Republiek alleen te danken zou zijn geweest aan de koloniale expansie en uitbuiting, maar de Europese scheepvaart, die de Hollanders beheersten, was economisch veel belangrijker. Bovendien was de gemiddelde burger in de Republiek welvarender dan andere Europese burgers. Redenen genoeg om de term “Gouden Eeuw” te blijven gebruiken.’

Alies Pegtel is historicus en journalist.

 

Jonathan Israel

De Britse historicus Jonathan Israel (1946) is hoogleraar moderne Europese geschiedenis aan het Institute for Advanced Study in Princeton. Hij is een van de leidende historici op het gebied van de Verlichting. In Radicale Verlichting (2001) beschrijft hij Nederland als bakermat van de ‘radicale’ Verlichting en daarmee van de moderniteit. De veelvuldig bekroonde Israel is uitermate productief; naast zijn standaardwerk De Republiek, 1477-1806 (1995), dat onlangs uitkwam in een hernieuwde uitgave, verscheen vorig jaar van hem Lopend vuur. Hoe de Amerikaanse Revolutie de wereld in vlam zette, 1775-1848.

 

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 2 - 2021

Nieuwste berichten

Pieter Zeeman (links) met Albert Einstein (midden) en Paul Ehrenfest in het Amsterdams natuurkundig laboratorium
Pieter Zeeman (links) met Albert Einstein (midden) en Paul Ehrenfest in het Amsterdams natuurkundig laboratorium
Historische sensatie

‘Bij de E zat een brief van Einstein – het was alsof de tijd stilstond’

Anne Kox stuitte op het archief van Nobelprijswinnaar Pieter Zeeman. ‘Ik was zo opgewonden, ik kon amper uit mijn woorden komen.’ Kent u de historische sensatie, zoals door Johan Huizinga omschreven? ‘Jazeker. Zo’n sensatie ligt ten grondslag aan de biografie van de natuurkundige Pieter Zeeman, die ik schreef samen met mijn echtgenote Henriëtte Schatz. Het...

Lees meer
Koning Filips V van Spanje benoemt de Engelsman James FitzJames, hertog van Berwick, tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Schilderij door Jean-Auguste-Dominique Ingres, 1818.
Koning Filips V van Spanje benoemt de Engelsman James FitzJames, hertog van Berwick, tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Schilderij door Jean-Auguste-Dominique Ingres, 1818.
Beeldessay

Wie tegenwoordig een lintje krijgt, staat in een eeuwenlange traditie

Vanaf de Middeleeuwen deelden vorsten onderscheidingen uit. Eerst alleen aan de adel, later ook aan het gewone volk.  De oudste ridderordes ontstonden tijdens de kruistochten, vaak tot ongenoegen van de vorsten. De Tempeliers, de Hospitaalridders en de Duitse Orde combineerden een religieuze levenswijze met militaire taken: ze beschermden pelgrims en verdedigden hen in het Heilige Land. Ze waren niet ondergeschikt aan wereldlijke heersers, maar gehoorzaamden alleen aan de...

Lees meer
Minister Wim Schokking bezoekt Den Helder
Minister Wim Schokking bezoekt Den Helder
Artikel

Minister van Oorlog wilde investeren in het leger, maar liet zich piepelen

CHU-minister van Oorlog Wim Schokking wilde in 1950 meer investeren in de krijgsmacht, zoals de legerleiding had voorgesteld. Maar zijn sociaal-democratische collega’s vonden dat zonde van het geld. Zo raakte Schokking vermalen tussen tegengestelde opvattingen en belangen. Dit artikel krijgt u van ons cadeau Wilt u ook toegang tot HN Actueel? Hiermee leest u dagelijks...

Lees meer
Filmposter La Grande Arche
Filmposter La Grande Arche
Artikel

Film over het megalomane bouwproject van Mitterrand

In Nederland onvoorstelbaar, maar niet in Frankrijk: politici die eeuwig willen voortleven in door hen geëntameerde spectaculaire gebouwen. Toch keken de Fransen ervan op toen president François Mitterrand begin jaren tachtig maar liefst Grands Projets aankondigde. Een ervan was een nieuw monument in het zakendistrict La Défense, dat in 1989 de viering van tweehonderd jaar Franse Revolutie glans moest geven.   Een internationale ontwerpwedstrijd leverde ruim vierhonderd voorstellen op. Waaronder dat van een onbekende...

Lees meer
Loginmenu afsluiten