• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    woensdag 11 maart 2020

    Koninklijke excuses belemmeren historisch onderzoek niet

    Gert Oostindie over de excuses aan Indonesië

    Door: Teun Willemse

    Koning Willem-Alexander bood tijdens zijn staatsbezoek aan Indonesië excuses aan voor het Nederlands geweld tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949). De spijtbetuiging komt op een moment dat er in Nederland een onafhankelijk onderzoek loopt naar naoorlogs geweld in Indonesië. Volgens Gert Oostindie, directeur van het KITLV, heeft de spijtbetuiging geen invloed op het onderzoek.

    De koninklijke excuses kwamen voor Oostindie niet als een complete verrassing. De historicus zinspeelde er zelf al op tijdens een conferentie in aanloop naar het staatsbezoek. In kringen van regering en het koninklijk huis werd eerder gesuggereerd dat dit waarschijnlijk niet ging gebeuren.
     
    Een van de redenen die werden aangevoerd om geen excuses te maken was het niet in de weg willen staan van het onderzoek van het NIMH, het Niod en het KITLV naar naoorlogs geweld in Indonesië, dat in 2021 afloopt. Maar de kwestie omtrent de verontschuldiging beïnvloedt het historisch onderzoek niet, aldus Oostindie. ‘Ons onderzoeksteam werkt natuurlijk niet op aanvraag. We doen onafhankelijk onderzoek, en het is aan de regering of zij daar uiteindelijk politieke gevolgen aan verbinden. Er was buiten ons onderzoek al genoeg bekend over de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog om excuses te maken zoals de koning nu doet.’
     
    Inhoudelijk gaat de spijtbetuiging niet verder dan eerdere excuses aan Indonesië. ‘De “ontsporingen van geweld”, de “excessen”, zijn al in 1969 erkend.’ In 2005 sprak Ben Bot, toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, tijdens een bezoek aan Indonesië al uit dat Nederland ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis had gestaan’ tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. ‘Deze excuses zijn dus niet per se nieuw’, aldus Oostindie. De betekenis van de verontschuldiging is vooral symbolisch. ‘Het gaat om het moment (75 jaar na de onafhankelijkheidsverklaring in 1945), de plaats, en vooral dat Willem-Alexander zelf deze woorden spreekt.’

    Indonesië maakt weg vrij voor excuses

    In januari 2020 maakte Rutte nog excuses voor de passieve houding van de Nederlandse overheid tijdens de Jodenvervolging. Passen de koninklijke excuses aan Indonesië in een trend van verontschuldigingen? ‘Je kunt dit zeker in een breder kader plaatsen. De excuses van Rutte voor de houding van de Nederlandse regering tijdens de Jodenvervolging was een spijtbetuiging voor iets wat overheid en samenleving hebben nagelaten te doen. Dan is het logisch dat je ook excuses maakt voor dingen die je wél hebt gedaan; denk ook aan de slavernij.’
     
    Volgens Oostindie hebben de Indonesiërs niet gevraagd om Nederlandse excuses, maar wel ruimte gegeven. ‘Zoals Duitsland niet tegen Nederland kan zeggen: “hou nou eens op over de oorlog”, kan Nederland dat ook niet tegen Indonesië. Andersom kan dat wel. De Indonesische regering maakte een genereus gebaar door tegen Nederland te zeggen vooruit te willen kijken. Die toekomstgerichte blik betekent niet dat ze geen excuses hoeven te horen, maar ze lieten de keuze over zelfreflectie en excuses aan Nederland zelf.’
     

    Kenner van het kolonialisme
    Gert Oostindie (1955) is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden. In 1989 schreef hij een proefschrift over de Surinaamse plantage-economie. Zijn bekendste Nederlandstalige boeken zijn Paradijs overzee (1987), De parels en de kroon (2006), Postkoloniaal Nederland (2010) en Soldaat in Indonesië (2015).
     
    Groot onderzoek
    Het onderzoeksprogramma Dekolonisatie, oorlog en geweld in Indonesië, 1945-1950 is een gezamenlijk project van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD) en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Het wordt betaald door de rijksoverheid. Negen onderzoeksteams bestrijken specifieke deelterreinen en presenteren hun bevindingen in aparte publicaties. Daarna schrijft Gert Oostindie een samenvatting. De resultaten worden verwacht in 2021.