Home De Stelling

De Stelling

Maurice Blessing

Journalist en arabist

Gepubliceerd op: 15 december 2010

Update 7 april 2020

Anton van Hooff:
‘Ik heb nooit iets gezien in de plannen voor een Nationaal Historisch Museum, en niet alleen vanwege de chaotische plannenmakerij. De argumenten van initiatiefnemers Verhagen en Marijnissen – dat er behoefte was aan een plek waar de nationale identiteit werd uitgedragen en becommentarieerd – overtuigden mij van begin af aan niet. Hun initiatief is toch vooral een opportunistische reactie geweest op de golf van retro-nationalisme die ons land sinds Fortuyn overspoelt: een Nationaal Historisch Museum als verwerking van de vreemdelingenvrees. Ze speelden in op de algemene heimwee naar “toen Nederland nog Nederland was”.
En dan de voorgestelde hippe uitwerking. Geen historische voorwerpen maar historische beleving door middel van moderne media. Die technische middelen zijn leuk voor een technisch museum als het NEMO, maar voor een historisch museum? Daar zal ik niet voor naar Arnhem afreizen. Ik kijk dan liever thuis op internet, of koop een dvd.
Mijn studenten en leerlingen worden juist enthousiast als ik ze historische voorwerpen laat zien. Dat kan een eenvoudige spijker zijn uit de Romeinse tijd. Juist zo’n voorwerp kan een historische sensatie teweegbrengen, die je niet via internet bewerkstelligt. Het geld voor het NHM kan dan ook beter gebruikt worden om het wat stoffige Rijksmuseum te moderniseren.’

Ruth Oldenziel:
‘Nederland heeft de meeste musea per hoofd van de bevolking ter wereld. Dit zijn vooral musea in de traditionele zin van het woord: een gebouw met spullen erin. En het Rijksmuseum, dat oorspronkelijk een nationaal historisch museum had moeten worden, richt zich uitsluitend op kunst en hoge cultuur. Ik ben er niet zo rouwig om dat we er niet nóg een dergelijk museumgebouw bij krijgen.
De interesse gaat tegenwoordig eerder uit naar het leven van alledag en naar de vraag of er sprake is van een ‘‘nationale cultuur’’. Het Nationaal Historisch Museum heeft blijk gegeven van een frisse benadering van dit onderwerp. Co-directeur Valentijn Bijvanck wil niet alleen objecten gaan presenteren, maar ook door middel van moderne media de vraag aan de orde stellen wat nu precies onze nationale identiteit is. Dit kan heel goed met een virtueel museum op internet. Laten we ons daarom niet blindstaren op het traditionele idee van een museumgebouw.
Ik vraag me wel af in hoeverre de presentatie in een internationaal kader wordt geplaatst. Veel van onze nationale iconen – denk aan Willem van Oranje en Anne Frank – zijn in “het buitenland” geboren. De vraag of we een nationale cultuur hebben kan alleen al hierom nooit in een puur nationale context worden beantwoord.’

James Kennedy:
‘Ik vind het jammer dat het zo is gelopen. Het Nationaal Historisch Museum had de potentie om de Nederlandse geschiedenis op een geheel nieuwe manier onder de loep te nemen. We missen nog steeds een plek waar Nederlanders zich kunnen bezinnen op het nationale verleden. Het Rijksmuseum voldoet in dit opzicht niet: het legt te sterk de nadruk op kunst. Dat heeft niet alleen te maken met de expertise van dit museum, maar ook met de specifieke inrichtingsmogelijkheden van het gebouw.
Ik moet wel zeggen dat ik de inhoudelijke ideeën voor het NHM te abstract, te postmodern vond. Veel liever had ik gezien dat de directie zich van begin af aan had gericht op concrete politiek-maatschappelijke thema’s. Wat hield de veelbesproken Nederlandse tolerantie in het verleden nu in werkelijkheid in? Dat zou een interessante vraag zijn geweest voor een dergelijk museum.
Nu moet men voor een plan B kiezen. Het meest voor de hand liggend lijkt mij dat de directie een coördinerende rol op zich neemt. De Nederlandse historische musea hebben behoefte aan een dergelijke instantie: hun directies hebben er enkele jaren geleden specifiek om gevraagd. De collecties van de individuele musea zouden elkaar dan op structurele wijze kunnen aanvullen in gezamenlijke tentoonstellingen over de Nederlandse geschiedenis.’

Nieuwste berichten

Pieter Jan Foppesz en zijn gezin
Pieter Jan Foppesz en zijn gezin
Artikel

De gelukkigste kinderen ter wereld

Nederlandse kinderen werden eeuwenlang aan steeds andere pedagogische idealen onderworpen. Soms was het credo orde en tucht, dan weer ongedwongenheid. Wat heeft dat uiteindelijk opgeleverd? In 1530 schilderde Maarten van Heemskerck de Haarlemse koopman en schepen Pieter Jan Foppesz en zijn gezin. Het is een van de oudste gezinsportretten uit de Lage Landen. Pieter Jan...

Lees meer
De Tijdreiziger door Philip Dröge
De Tijdreiziger door Philip Dröge
Interview

‘De tijd trekt zich nergens iets van aan’

In zijn nieuwe boek De Tijdreiziger reist Philip Dröge de wereld over om te onderzoeken hoe complex en cultureel bepaald ons begrip van tijd is. Onderweg ziet hij hoe volken de tijd eeuwenlang verschillend hebben beleefd. ‘Maar als er één ding over is van het kolonialisme, dan is het hoe de hele wereld tot vandaag...

Lees meer
Kees van Kooten (links) en Wim de Bie als Jacobse en Van Es.
Kees van Kooten (links) en Wim de Bie als Jacobse en Van Es.
Recensie

Nagenieten van vele VPRO-programma’s

De VPRO bestaat 100 jaar. Ter gelegenheid daarvan schreef Jan Haasbroek een aanstekelijk overzicht van alle spraakmakende radio- en tv-programma’s. ‘Vandaag spreken wij u over het thema “Halszaak of mestoverschot”. En waarheen? Ach ja, luisteraars, het mestoverschot… Juist, een goede morgen dus…’ Wie in de jaren tachtig naar het VPRO-radioprogramma Het Gebouw luisterde, herkent de...

Lees meer
Oscar Kocken
Oscar Kocken
Interview

Oscar Kocken: ‘Het mooiste aan geschiedenis is dat we dingen niet zeker weten’

Oscar Kocken is op 17 oktober presentator van het Geschiedenis Festival. Als kind was hij ervan overtuigd dat hij historicus of archeoloog zou worden. Het werd uiteindelijk de theaterwereld, maar in podcasts en voorstellingen keert hij geregeld terug naar de geschiedenis. ‘Ik vind het een grote eer,’ zegt Kocken over zijn rol op het Geschiedenis...

Lees meer
Loginmenu afsluiten