Home DE MACHT VAN EROS. LUST, LIEFDE EN MORAAL IN ATHENE door Charles Hupperts

DE MACHT VAN EROS. LUST, LIEFDE EN MORAAL IN ATHENE door Charles Hupperts

  • Gepubliceerd op: 05 jul 2002
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Anton van Hooff

Plato heeft mij nooit iets gedaan. Wat was ik blij met Karl Popper, die in zijn The Open Society and Its Enemies (1946) mijn weerzin tegen Plato legitimeerde: Plato bleek een verfoeilijke antidemocraat te zijn, de eerste in een rij totalitaire denkers, die culmineerde in Marx. En toch blijft het gevoel knagen dat ik iets belangrijks in mijn leven heb gemist. Zou Hupperts met De macht van Eros mij een Platonische liefde bezorgen?

  

Hupperts belooft zijn lezer een unieke ervaring door de openingszin: `Het Symposium van Plato is een meesterwerk, misschien wel hét meesterwerk uit zijn oeuvre en misschien wel hét meesterwerk van de gehele westerse cultuur.’ Het boek valt uiteen in drie onderdelen. In 69 bladzijden behandelt Hupperts de werkelijkheid van de Atheense homoseksualiteit. De vertaling van Plato’s Symposium beslaat de volgende 52 bladzijden. Het grootste deel – 228 pagina’s – wordt gevormd door een analyse van dit filosofisch gelag.

Bij het reconstrueren van de homoseksuele werkelijkheid in Athene kent Hupperts grote waarde toe aan vaasschilderingen. Die corrigeren inderdaad het gangbare beeld dat het alleen maar zou gaan om relaties tussen een oudere lustzoekende minnaar en een knaap – pais – die de avances van die erastes min of meer willig ondergaat. Hupperts retoucheert hiermee het beeld van de antieke gelijkgeslachtige liefde, die te vaak is vergoelijkt als louter van voorbijgaande en pedagogische aard.

Wat Hupperts echter vergeet, is dat vaasschilderingen niet meer dan verbeelding zijn. Zo hebben foto’s in moderne glossy tijdschriften slechts een beperkte documentaire waarde. Kennelijk voldeden de vaasschilders door het uitbeelden van homo-erotische taferelen een tijdlang aan de behoeften van de markt. Later verdwenen deze scènes, zoals in onze dagen een nieuwe preutsheid al te expliciete seksualiteit weer heeft uitgebannen. Zo’n verandering in smaak betekent echter niet een omslag in de seksuele mores, zoals Hupperts beweert als hij schrijft dat de homo-erotische iconografie in de vijfde eeuw een moraliserende vervlakking ondergaat. Hupperts is zich er niet van bewust dat rond dezelfde tijd ook de heteroseksuele erotiek minder expliciet wordt uitgebeeld.

Publieke laster
Natuurlijk was in Athene de pederastie menigmaal een façade voor min of meer bestendige relaties tussen (volwassen) mannen. In deze verhouding voelde men zich ongemakkelijk over de asymmetrie: wie was de actieve partij, wie de passieve? Deze ongewisheid maakte homoseksuele partners tot makkelijk object van publieke laster, zoals Aischines’ rede tegen Timarchos bewijst. Hupperts zoekt daar – weer – te veel achter.

Waarom Hupperts een nieuwe vertaling van het Symposium nodig vond, wordt niet duidelijk: de kwaliteit is zeker niet beter dan die van de bestaande. Hoewel de weergave niet vervalt tot het vaak gesmade `gymnasiaans’, vormt ze een verre van aangename lectuur. En de enkele keer dat Hupperts zich een frivole vertaling veroorlooft, bezondigt hij zich aan een anachronisme. Zo laat hij Aristophanes `te diep in het glaasje’ kijken, terwijl Grieken niet uit glazen dronken maar uit aardewerk en metaal.

Op bladzijde 154 begint dan de analyse van `hét meesterwerk van de gehele westerse cultuur’. De kern van dit betoog zit in de passage die Plato in de mond van de wijze vrouw Diotima legt: uiteindelijk is de (homo-)erotiek een opstap naar de onlichamelijke wijsheid (p. 138). Hupperts laat overtuigend zien dat Plato de verschillende sprekers van deze dialoog, die in feite een reeks monologen is, zo regisseert dat de boodschap van de `Platonische wijsheid-liefde’ er als een climax uit komt.

De schrijver neemt voor deze boodschap echter wel erg veel tijd en tekst. Als plichtsgetrouw recensent moest ik mezelf dwingen het boek tot de achterkaft uit te lezen. De formele stijl, met veel `middels’ en `derhalve’, neemt de lezer ook al niet erg in. Ook het gelijkhebberige doet onaangenaam aan: andere Plato-beschouwers lijden steeds aan onjuiste of verkeerde voorstellingen.

Het spijt me zo weinig positief te kunnen zijn over het goedbedoelde werk van een goede collega. Maar zei Aristoteles al niet ten aanzien van zijn leermeester Plato: `Plato is mij lief, maar de waarheid is mij liever?’

Anton van Hooff is oudhistoricus en verbonden aan de universiteit van Nijmegen

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Nieuwste berichten

Eduard von der Heydt
Eduard von der Heydt
Artikel

De Oranjes logeerden bij een nazi-bankier in Zwitserland

Willem-Alexander en Maxima overnachtten deze week bij Donald Trump. De Oranjes hadden wel vaker omstreden logeerpartijen. Zo verbleven koningin Wilhelmina, prinses Juliana en prins Bernhard graag op een Zwitsers landgoed van Eduard von der Heydt. Hij had een voormalige hippieoord omgebouwd tot een bankkantoor voor de nazi’s.  Als de Duitser Eduard von der Heydt in...

Lees meer
Anne Frank
Anne Frank
Nieuws

Vermoedelijke identiteit ontdekt van tipgever die Joodse notaris onterecht beschuldigde van ‘verraad van Anne Frank’ 

Annes vader Otto Frank ontving in 1957 een anoniem briefje waarop stond dat de onderduikers in het Achterhuis waren verraden door de Joodse notaris Arnold van den Bergh. Op basis van dit briefje herhaalde een Nederlands-Amerikaans ‘Cold Case Team’ in 2022 deze beschuldiging, die echter door historici als ongeloofwaardig en lasterlijk werd verworpen. Wie het...

Lees meer
Pen briefje
Pen briefje
Artikel

Wie schreef het briefje aan Otto Frank?

Eindelijk zou de verrader van Anne Frank gevonden zijn: de Joodse notaris Arnold van den Bergh. Een Nederlands-Amerikaans ‘Cold Case Team’ beweerde dat tenminste in 2022 en een Canadese bestsellerauteur schreef er een boek over. Maar deskundigen zagen onmiddellijk dat het bewijs flinterdun was. Er was alleen een anoniem briefje, rond 1957 aan Annes vader...

Lees meer
Donald Trump doet alsof hij iemand neerschiet tijdens een toespraak in het Witte Huis
Donald Trump doet alsof hij iemand neerschiet tijdens een toespraak in het Witte Huis
Artikel

Moet Trump vrezen voor Artikel 25? Amerikanen roepen om deze lastige afzettingsprocedure uit 1967

Na Trumps dreigementen dat hij ‘een hele beschaving’ zou uitroeien, gingen er zowel links als rechts stemmen op om hem uit zijn ambt te ontzetten met Artikel 25. In 1967 bedachten de VS deze grondwetswijziging om een president af te zetten die door ziekte of geestelijke aftakeling niet meer in staat is zijn ambt te...

Lees meer
Loginmenu afsluiten