De geschiedenis van de RAF werd daardoor ook Nederlandse geschiedenis. Wie de geografie en
Pekelder heeft alles in huis voor een mooie studie over het verschijnsel 'Nederlandse sympathie voor de Rote Armee Fraktion': grondige onderzoekservaring met Nederlands-Duitse betrekkingen (getuige zijn proefschrift over
Al met al geeft het boek wel diverse voorbeelden van zuivere motieven (bezorgdheid over de rechtsstaat) en indrukwekkend mededogen met slachtoffers van staatsoppressie, maar wekt het vooral huiver. Nog het meest opvallend is het gebrek aan consistentie en eenheid onder de linkse 'sympathisanten'. Sommigen van hen zaten nooit verlegen om argumenten om terrorisme goed te praten - al liep de steun voor de RAF na
Heel in de verte wringt er iets in
Aan het begin van zijn onderzoek stelde Pekelder zichzelf twee vragen, die op deze manier gecombineerd eigenlijk van politieke aard zijn: waarom stonden de advocaten in de rij om de in Nederland gearresteerde RAF-leden hulp te bieden, en waarom is dat bij
Sympathie van advocaten en belangenbehartigers voor de underdog, die een gevangene bijna vanzelf is, siert elke rechtsorde. Het probleem was dus niet zozeer dat de RAF-leden steun kregen, als wel dat die steun de bestaande rechtsorde vaak met een schep zout nam. De RAF-sympathisanten namen ervan over wat hun beviel en negeerden de rest. Waar ligt de grens tussen de rechtsstaat van de een en die van de ander? Met een iets doortastender eigen moreel oordeel had Pekelder zijn lezers meer houvast gegeven in die discussie.
Doeko Bosscher is hoogleraar eigentijdse geschiedenis aan
