• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Wel NSDAP’ers, geen “echte nazi’s”

    Mary Fulbrook over haar nieuwe boek

    Veel NSDAP’ers zagen zichzelf na de oorlog als fatsoenlijk en conservatief, en beschouwden alleen de nazitop en de gewelddadige bruinhemden als “echte nazi’s”. Dat concludeert de Britse hoogleraar Duitse geschiedenis Mary Fulbrook in haar nieuwe boek Een kleine stad bij Auschwitz. Hiervoor onderzocht ze welke rol haar peetoom Udo Klausa speelde bij de deportatie van 85.000 Joden uit het Poolse stadje Będzin naar het beruchte vernietigingskamp. ‘Er waren tienduizenden Klausa’s.’

    door Thijs Slegt

    U was eerst van mening dat een historicus geen onderzoek kan doen naar een onderwerp waarbij hij of zij persoonlijk betrokken is. Waardoor bent u van gedachten veranderd?
    ‘Ik moest hier wel een onderzoek naar doen om mijn eigen vragen over Klausa te beantwoorden. Ik had alleen geen boek hoeven te publiceren. Tijdens het onderzoek ben ik gaan schrijven om het complexe verhaal te ontrafelen.’

    ‘Ik ontdekte dat deze geschiedenis niet op zichzelf stond – er waren wel tienduizenden Klausa’s – en ik vond het te belangrijk om niet uit te geven. Het vertelt iets over dit niveau van de Duitse bureaucratie en die was essentieel voor het kunnen plaatsvinden van de Holocaust. Als historicus heb ik de verantwoordelijkheid om dit verhaal te vertellen en de herinnering aan de slachtoffers uit Będzin levend te houden.’

    Klausa zag zichzelf als een fatsoenlijke Duitser en niet als een ‘echte nazi’. Wie waren dat volgens hem?
    ‘Dat is een interessant onderscheid dat veel Duitsers maakten na de oorlog. Ze zagen zichzelf als fatsoenlijke, conservatief-nationalisten, die slechts het beste voor Duitsland wilden. Ze verklaarden dat ze zich bij de NSDAP aansloten om erger te voorkomen door van binnenuit het “tuig” te bestrijden en de besluitvorming te beïnvloeden. De laaggeschoolde, gewelddadige fanatiekelingen uit de lagere klassen beschouwden ze als de “echte nazi’s”.’

    ‘Het komt overeen met de manier waarop West-Duitsers aankeken tegen de schuldvraag na de oorlog. In het West-Duitse strafrecht was er een hele nauwe definitie van de begrippen schuld en moord. Als je een misdaad had begaan of een moord had gepleegd, maar kon aantonen dat je de daad destijds al verwerpelijk vond, dan was je evengoed onschuldig.’

    ‘Het is in mijn ogen een naoorlogse poging om misdaden in de doofpot te stoppen en het past bij de naoorlogse beeldvorming van de nazi’s. De “echte nazi’s” waren een paar zeer wrede sadisten aan de top zoals Hitler, Himmler en Heydrich en de gewelddadige bruinhemden aan de onderkant.’

    Wat voor man was Klausa?
    ‘Hij wilde carrière maken, hij was een conformist en ook een beetje een lafaard. Hij had een dapper moment toen hij naar het front vertrok terwijl hij eigenlijk niet fit genoeg was om te vechten. Zijn ziekteverlof was verlopen, maar dat had hij makkelijk kunnen verlengen. Hij ging liever vechten dan dat hij deel uitmaakte van de deportaties en de germanisering.’

    ‘Zijn versie van het verhaal was echter anders. Hij zegt dat hij zich na het zien van een deportatie direct heeft aangemeld om naar het front te gaan. Uit de brieven van zijn vrouw Alexandra en andere bronnen blijkt dat hij op de dag voor de deportaties al goedgekeurd was. Dat hij min of meer vrijwillig ging, laat zien dat hij niet op zijn gemak was. Hij begreep dat hij met verkeerde dingen bezig was.’

    Klausa was een Landrat, een bestuursambtenaar. Hoe had hij zich vanuit die rol kunnen verzetten tegen het naziregime?
    ‘Hij had helemaal geen ambtenaar hoeven worden. Hij wist dat het een misdadig regime was, dat wist iedereen na de opening van Dachau, de Kristallnacht en het invoeren van de Neurenberger wetten, maar Klausa koos voor zijn carrière. Waarom wilde hij überhaupt Landrat worden?’


    Bestellen

    29,90 Aantal: