Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Voorpublicatie: Nigel Hamilton - Roosevelt vs. Churchill

Door: Nigel Hamilton

Historisch Nieuwsblad 0/2016

Bevelhebbers in oorlog

De Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en de Britse premier Winston Churchill hadden in 1943 grote meningsverschillen. Moesten de geallieerden al in 1944 het Kanaal oversteken om de Duitsers de genadeslag toe te brengen? Of kon dat beter later? En via een andere route? Het liep uit op een titanenstrijd.

Roosevelt vs. Churchill

'Anders dan Churchill bedreef hij democratisch leiderschap. Daardoor kon het misverstand ontstaan dat hij geen eigen opvattingen had. Maar niets is minder waar. Roosevelt had een ijzeren wil.' - Nigel Hamilton  In de lente van 1943 stapt de...

€ 29,99 | Koop nu

In januari 1943 ontmoetten de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en de Britse premier Winston Churchill elkaar in het Marokkaanse Casablanca. Na afloop van deze topontmoeting legde de president de internationale pers uit wat het doel van de bijeenkomst was. In zijn wandelkostuum met stropdas, met zijn lange benen over elkaar, nodigde hij de journalisten uit het zich gemakkelijk te maken. ‘Deze bijeenkomst,’ vertelde Roosevelt, ‘ging over het vervolg op de succesvolle landingsoperaties van vorig jaar november, die definitief vorm kregen na het bezoek van premier Churchill aan Washington in juni. Daarna werd duidelijk dat er nieuwe stappen nodig waren.’ Daarom had hij gezorgd dat Churchill naar Casablanca kwam met zijn stafleden ‘om de vervolgstappen te bespreken. We zijn hier al een week.’

Bij de journalisten sloeg dit in als een bom. Het feit dat de twee leiders van de westerse democratische alliantie een hele week op een recent slagveld konden doorbrengen zonder dat iemand ervanaf wist, was schokkend. Ook omdat nooit eerder een Amerikaanse president in oorlogstijd had gereisd, of zelfs maar tijdens zijn ambtsperiode in een vliegtuig had gezeten. Maar hier zat hij, in het heldere Marokkaanse zonlicht, en sprak hen toe, grotendeels uit het hoofd en persoonlijk. Gedurende de afgelopen tien dagen, zo legde de president uit, was tijdens de gesprekken onderzocht hoe de westerse geallieerden ‘in heel 1943 het initiatief konden behouden’.
 

‘Wij gaan door tot wij de onvoorwaardelijke overgave hebben bereikt van de misdadige krachten’

Bovendien was afgesproken dat ze alle mogelijke materiële steun bleven verlenen aan het Russische offensief. Het doel was de mankracht van Duitsland en zijn satellietstaten te verminderen en door te gaan met de uitputting van Duitse munitievoorraden en ander materieel, die dagelijks in grote hoeveelheden werden verwoest door de Russische legers. Ook zouden ze de heroïsche strijd van China steunen om niet alleen daar, maar in de hele Pacific een einde te maken aan elke Japanse poging om het Verre Oosten te overheersen.

Dit was het punt waarop de president, met een blik op zijn aantekeningen, tot de crux kwam van zijn verklaring in de openlucht. ‘Er is nog een punt,’ zo begon hij. ‘Ik denk dat we het allemaal al eerder in ons hart en in ons hoofd hadden, maar ik geloof niet dat het ooit door de premier en door mijzelf op papier is gezet, en dat is de overtuiging dat de wereld alleen vrede zal kennen door de totale uitschakeling van de Duitse en Japanse oorlogsmacht. Dat komt neer op de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland, Italië en Japan. Alleen dat betekent een redelijke vrijwaring van een toekomstige wereldoorlog. Het betekent niet de vernietiging van de bevolking van deze landen, maar wel de verwoesting van filosofieën die zijn gebaseerd op de verovering en de onderwerping van andere volkeren.’
 

Churchill verrast door uitspraak Roosevelt

De vijftig journalisten in de tuin van Villa Dar es Saada waren verbluft. Dat gold ook voor Churchill. De premier had weliswaar ingestemd met de politiek van onvoorwaardelijke overgave en zelfs aangeraden om die op te nemen in de slotverklaring van de president aan het eind van de conferentie. Maar hij leek zichtbaar verrast door de nadruk die de president erop had gelegd, zoals de Amerikaanse kapitein John L. McCrea zich herinnerde.

Churchill vertelde dat de geallieerden dankbaar konden zijn voor wat er al gebeurd was nu de Verenigde Staten de leiding hadden. ‘Geweldige successen hebben zich voorgedaan. Deze bijeenkomst die de president heeft georganiseerd – en hij weet dat ik vanaf het begin zijn ijverige tweede man ben geweest – heeft het hele strategische aanzien van de oorlog veranderd […] We zijn in vol gevecht en er zullen nog zware slagen volgen.’
 

Roosevelt wil eensgezindheid uitdragen

Daarom vroeg hij de correspondenten aan de mensen thuis ‘het beeld van eensgezindheid, van gedegenheid en integriteit van de politiek leiders’ over te brengen. De geallieerden gingen de oorlog winnen. ‘Zelfs als zich enige vertraging voordoet zijn er een plan en een doel, en zoals de president heeft gezegd, is er de onoverwinnelijke wil dit hoge doel na te streven’, waarna hij even zocht naar een gedenkwaardige uitdrukking, ‘totdat wij de onvoorwaardelijke overgave hebben bereikt van de misdadige krachten die de wereld in beroering en verwoesting hebben gestort.’

Onvoorwaardelijke overgave werd het dus. Het nieuws verspreidde zich snel over de wereld, toen de twee leiders alweer vertrokken waren.
 

Succesvol offensief in Afrika

Tijdens de bijeenkomst in Casablanca had generaal Dwight Eisenhower een tijdschema gepresenteerd voor het verdrijven van de as-troepen uit Noord-Afrika. Dat schema leek te getuigen van een vooruitziende blik toen het geallieerde slotoffensief op 6 mei 1943 van start ging. In een briljante manoeuvre voerden Britse tanks van generaal Bernard Montgomery’s Achtste Leger een schitterende eindspurt uit, waarmee ze binnen 24 uur doorstootten naar de stad Tunis zelf. Daar namen ze op 7 mei de onvoorwaardelijke overgave van alle daar gelegerde astroepen in ontvangst. Infanterie-eenheden en tanks van het Amerikaanse Tweede Legerkorps baanden zich terzelfder tijd met geweld een weg naar beneden uit de bergen in het noordwesten naar de havenstad Bizerte. Onderdeel hiervan was de roemruchte bloederige strijd rond Heuvel 232. De dagen, misschien zelfs uren van de Duitsers leken geteld. Vliegtuigen van de Amerikaanse luchtmacht en de Royal Air Force doken op elk Duits of Italiaans vaartuig dat de Noord-Afrikaanse kust achter zich probeerde te laten, terwijl pogingen van de Luftwaffe om de laatste voorraden in te vliegen onmogelijk werden gemaakt.

Ondertussen maakte de Queen Mary, het schip dat de Britse premier aan boord had, een veilige overtocht over de Atlantische Oceaan. Sterker nog: het schip naderde de oostkust van de Verenigde Staten terwijl het was omgeven door Amerikaanse torpedojagers en vaartuigen. En in de lucht keken Amerikaanse vliegtuigen uit naar U-boten. Het schip kon zijn tocht daardoor zonder incidenten voortzetten.
 

Churchill wil afspraken Casablanca terugdraaien

Voorzien van alle comfort bracht Churchill een toost uit op elk nieuw bericht uit Londen en Algiers. Hij werd niet zozeer dronken van de champagne als wel van pure opwinding over de ophanden zijnde geallieerde overwinning in Tunesië, een wapenfeit dat de overgave van het Zesde Duitse Leger bij Stalingrad spoedig zou overtreffen.

Na jaren van militaire mislukkingen voelde de premier zich enorm levendig en zelfverzekerd, zo bracht zijn staf later in herinnering. Hij was er bijna zeker van dat hij door de kracht van zijn uitbundige persoonlijkheid en de vele stafofficieren en adviseurs die hij bij zich had, in staat zou zijn de afspraken terug te draaien die hij namens zijn land in Casablanca had gemaakt.
 

Eleonor Roosevelt geïrriteerd door komst Churchill

Op het Witte Huis werden de premier en zijn naaste stafleden naar hun kamers gebracht. De First Lady Eleanor Roosevelt was echter nergens te bekennen. Ze was geïrriteerd dat de president Churchill voor onbepaalde tijd had onderbracht in het Witte Huis en ze wist dat haar echtgenoot opzag tegen een confrontatie met de Britse premier. Daarom was ze naar hun huis in New York vertrokken.

Op zijn beurt begon Churchill wat nerveus te worden over zijn missie. Hij had zelfs voorgesteld bij de Britse ambassade op Massachusetts Avenue te logeren. Maar Roosevelt wilde er niet van horen. Hij ging ervan uit dat hij de recalcitrante premier bij wijze van spreken beter achter slot en grendel kon houden in het Witte Huis, waar hij meer kans had weerwerk te bieden tegen de voorstellen die Winston met zijn briljante, maar soms gevaarlijk inventieve brein had bedacht of nog aan het beramen was.
 

‘In zijn memoires deed Churchill of hij ook voorstander was van een Tweede Front in 1944’

Hoewel het in Washington op de ochtend van 12 mei broeierig warm bleef, leek de atmosfeer in het Witte Huis nogal ijzig. Een enorm verschil met de sfeer op de Conferentie van Casablanca. De president ging pas om tien over elf naar zijn bureau, waar hij verschillende bezoekers ontving: het American Legion, de burgemeester van Chicago en Amerikaanse vakbondsleiders. Daarna lunchte hij in zijn Oval Office met zijn adviseur Harry Hopkins, Churchill en lord Max Beaverbrook, de voormalige Britse minister van Munitie, die nu zonder portefeuille aanwezig was omdat hij niet langer zitting had in het Britse kabinet of de regering.

Als er al openlijk gediscussieerd werd tijdens deze lunch op het Witte Huis, dan maakte in elk geval niemand er aantekeningen van. In zijn memoires deed Churchill het voorkomen of hij die middag net als Roosevelt voorstander was van een Tweede Front in het voorjaar van 1944. Dit was onjuist. Want van de bijeenkomst die onmiddellijk na de lunch werd gehouden in het Oval Office werden wel notulen gemaakt en daaruit bleek een kloof tussen de visie van de president en die van de premier over de wereldwijde strategie.
 

Geallieerden verwachten Duitse en Italiaanse overgave

Omdat hem er veel aan gelegen was ten minste de schijn van geallieerde eensgezindheid op te houden, opende de president de bijeenkomst om halfdrie in de middag met een terugblik op het voorbije jaar. Hij herinnerde de generaals eraan hoever ze waren gekomen sinds hun laatste samenzijn in Washington. Het was volgens hem minder dan een jaar geleden dat ze allemaal bijeen waren gekomen in het Witte Huis en de voorbereidingen voor Operatie Torch in gang hadden gezet. Het was gepast dat ze weer bij elkaar kwamen op het moment dat die operatie tot een bevredigend einde kwam.

Geallieerde troepen hadden immers al 'Bizerte ingenomen en Britse troepen hadden zich strijdend een weg gebaand naar Tunis’. Het had enige tijd geduurd, maar Torch had gestaag geleid tot een grote geallieerde overwinning. De definitieve overgave van de Duitse en Italiaanse troepen werd elk moment verwacht; het kon gaan om 150.000 man, misschien zelfs een kwart miljoen. De invasie en daaropvolgende gevechten hadden de geallieerden zo op een betrekkelijk veilige manier de lessen geleerd die ze nodig hadden.
 

Strategie na de val van Sicilië

Over het vervolg waren besluiten genomen tijdens de recente Conferentie van Casablanca, recapituleerde de president: namelijk ‘Operatie Husky’, de invasie van Sicilië, waarvan hij hoopte dat die ‘even voorspoedig zou verlopen’ nu de geallieerden zich opmaakten om in de heldere julimaand ‘de gehele voorraad aan mankracht en munitie in de strijd tegen de vijand te werpen’.

De chefs waren nu in Washington bijeengekomen om te bekijken wat er na de val van Sicilië moest gebeuren. Daarna nodigde Roosevelt premier Churchill uit om zelf ook enkele inleidende opmerkingen te plaatsen.

Het was een heikel moment. Churchills uitvoerige tour d’horizon, die hij in de studeerkamer van de president met zijn karakteristieke retorische flair, geestigheid, cadans en bloemrijke vleierijen te berde bracht, maakte als sprankelend betoog zeker indruk op zijn gehoor. De vrees van de Amerikaanse chefs voor wat de Britten aan het bekokstoven waren, werd er echter volstrekt niet door weggenomen. Integendeel. Terwijl de president de Torch-operatie in het Middellandse Zeegebied in 1943 had gezien als een middel om gevechts- en commando-ervaring op te doen voor een Tweede Front over het Kanaal in 1944, waren de Britten daar niet zo zeker van.
 

‘Voor de Britten stond niet de Duitse nederlaag voorop, maar vrijmaking van de zeeweg naar India’

Sterker nog: ze waren niet echt geïnteresseerd in een spoedige oversteek van het Kanaal, tenzij de Duitsers de ineenstorting nabij waren. Zo waren de Amerikaanse chefs gedwongen aan te horen hoe de premier de triomf van Torch en de aanstaande verovering van Sicilië lyrisch omschreef als middel tot een veel kleurrijker, gewiekster doel: niet de nederlaag van Duitsland stond voorop, maar de verdere vrijmaking van de voor Groot-Brittannië vitale zeeweg naar India en een uitvalsbasis voor expedities in de ‘zachte onderbuik van Europa’, te beginnen met de hardhandige verwijdering van Italië uit de ascoalitie.

De geallieerden moesten volgens Churchill nadat ze Sicilië in handen hadden gekregen Italië binnenvallen en dat land tot overgave dwingen. Daarna konden ze gebruikmaken van het enorme gat dat hierdoor viel in het gebied rond de Adriatische Zee en in de Balkan, waar 25 Italiaanse divisies de Duitsers in Joegoslavië bijstand verleenden.
 

Mogelijkheiden om een operatie over het Kanaal te voorkomen

Zodra Italië wegviel uit het asverband zouden die Italiaanse troepen buiten gevecht worden gesteld, waardoor de Europese ‘onderbuik’ zelfs nog zachter werd. Als de Turken zouden zien hoe daardoor een poort werd geopend naar het zuidelijke vasteland van Europa, konden zij misschien worden overgehaald zich aan te sluiten bij de geallieerden. Of op z’n minst worden aangemoedigd de geallieerden gebruik te laten maken van Turkse stellingen en vliegvelden om het Derde Rijk vanuit het zuiden en zuidoosten aan te vallen. Daardoor zou de noodzaak van een operatie over het Kanaal wegvallen.

Er viel een doodse stilte in het Oval Office. Admiraal William Leahy, voorzitter van de Gecombineerde Chefs van Staven, noteerde in zijn dagboek: ‘De premier sprak uitvoerig over de voordelen van een ineenstorting of overgave van Italië vanwege het effect hiervan op het Nabije Oosten en op Turkije. Voor de invasie over het Kanaal,’ zo voegde de admiraal hieraan toe, ‘kunnen volgens hem in het voorjaar van 1944 geen toereikende voorbereidingen worden getroffen.’ Een dergelijke invasie, had Churchill toegegeven, ‘moet ooit in de toekomst worden uitgevoerd.’ Ooit, maar niet in 1944.
 

Roosevelt wees elk Italiaans avontuur buiten de inname van Sicilië en Sardinië af

Hoewel de Amerikanen al wisten dat ze zoiets konden verwachten, waren ze toch met stomheid geslagen. Dat Churchill de strategie die de president van de Verenigde Staten had bepaald en die in Casablanca was overeengekomen ten overstaan van de president, zelfs recht in zijn gezicht, en tegenover diens hoogste militair adviseurs openlijk zou weerspreken en trotseren, leek ongelooflijk. Volgens Leahy adviseerde Churchill alleen een invasie uit te voeren als ‘Duitsland bezweek onder de Russische campagne en onze geïntensiveerde bombardementen’.

Vriendelijk, maar zo stevig mogelijk maakte Roosevelt duidelijk dat hij het niet eens was met Churchills nieuwe, alternatieve strategie. ‘In een korte uiteenzetting,’ zo tekende Leahy aan, ‘bepleitte de president een invasie over het Kanaal op de eerst uitvoerbare datum en niet later dan 1944.’

Tot opluchting van de Amerikaanse chefs van staven legde de president uit dat om zeker te zijn van een geslaagde aanval over het Kanaal in de lente van 1944 de Amerikaanse operaties in het Middellandse Zeegebied zo snel mogelijk na de val van Sicilië drastisch moesten worden beperkt. Tegen die tijd zouden de geallieerden beschikken over alle benodigde commando- en gevechtservaring, opgedaan in het Middellandse Zeegebied, te land, ter zee en in de lucht, voor een Tweede Front-invasie vanuit Groot-Brittannië. In krijgsvaardigheden, in coalitieplanning en gevechten, en in logistiek. Daarom wees Roosevelt ‘elk Italiaans avontuur buiten de inname van Sicilië en Sardinië’ categorisch af.
 

Roosevelt teleurgesteld over Britse weigering Kanaal-missie

De toon van de president was nu van warme beleefdheid overgegaan naar stelligheid. Met betrekking tot het Verre Oosten maakte hij duidelijk dat hij teleurgesteld was door de recente Britse weigering om Birma binnen te vallen, waartoe in Casablanca was besloten. Hij verklaarde dat de luchttransportlijn naar China – die de Chinese leider Chiang Kai-shek graag wilde intensiveren – ‘zonder uitstel in volledige werking’ moest worden gesteld en dat China in de oorlog moest worden gehouden.


Daarmee kwam de merkwaardige ontmoeting in de studeerkamer van de president ten einde. Beide teams van topmilitairen verlieten het Oval Office. Generaal Hastings Lionel Ismay, de stafchef van de premier, memoreerde later: ‘Er hing een onmiskenbaar gespannen sfeer’, en: ‘Het was duidelijk dat er een titanenstrijd op komst was.’
 

De Amerikaanse bevolking zag Japan en niet Duitsland als hoofdvijand

Roosevelt was teleurgesteld. Diezelfde morgen had hij met de president van de Tsjechische regering in ballingschap besprekingen gevoerd over de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland. Ze hadden besproken hoe ze dat land konden opdelen en er toezicht op konden houden om te voorkomen dat de Duitsers de wereldvrede voor een derde keer zouden bedreigen. Nu hoorde hij dat de Britse chefs niet van plan waren een aanval over het Kanaal te ondernemen vóór 1945 of mogelijk zelfs 1946, drie jaar verder. Hoe kon dit nieuwe standpunt worden uitgelegd aan de meerderheid van de Amerikanen die Japan en niet Duitsland als hoofdvijand van hun land beschouwden, maar desondanks de ‘Duitsland Eerst’-strategie van de president loyaal hadden gesteund? In december 1942 had Roosevelt te horen gekregen dat hoogstwaarschijnlijk al bijna 2 miljoen Joden door Hitlers SS-troepen waren ‘geliquideerd’.

Hoeveel Joden en anderen zou Hitler tegen 1946 nog meer hebben uitgeroeid? En dat allemaal opdat Groot-Brittannië de oorlog in Europa aan de rand kon uitzitten. Niet eens bereid om de weg naar China vrij te maken, maar zich vastklampend aan India en eenvoudig afwachtend totdat de Verenigde Staten hun verloren koloniale rijk in het Verre Oosten hadden herwonnen? Het leek een nogal schamel optreden.
 

Roosevelt probeert Britten over te halen de Casablanca afspraken na te komen

President Roosevelt was teleurgesteld, maar niet verslagen. De Britten waren te gast in een vreemd land en de president had het idee dat de beste manier om hen van hun angst te bevrijden zou zijn om hun niet de les te lezen, maar aan te moedigen hun begrijpelijke zorgen te boven te komen. Hij wilde hun generaals niet te schande te maken, maar helpen om het vertrouwen te herwinnen dat ze nodig hadden om de volgende lente aan de zijde van de Verenigde Staten een invasie over het Kanaal op te zetten.

Het Amerikaanse team moest daarom in de klas streng zijn, maar daarbuiten zo aardig mogelijk, besloot de president. Samen met Chief of Staff George Marshall had hij al geregeld dat de Gecombineerde Chefs het weekend allemaal naar Williamsburg in Virginia zouden worden gebracht, waar het strikt verboden zou zijn om over conferentiezaken te praten. Terwijl de Amerikaanse chefs van staven optraden als gastheren voor hun collega’s op de locatie van de eerste Britse nederzetting in Amerika, besloot de president zelf dat hij Churchill niet mee zou nemen naar zijn geboorteplaats Hyde Park, zoals hij oorspronkelijk van plan was.
 

Roosevelt neemt Churchill mee naar Shangri-la

In plaats daarvan wilde hij hem zijn kleine kampement op een bergtop, Shangri-la laten zien. Daar zou hij op hem inpraten en hij stond erop dat lord Beaverbrook, als vurig voorstander van een onmiddelijk Tweede Front, ook zou komen. En Eleanor, die terug was uit New York, zouden ze vragen om ten minste met hen mee te rijden naar het huis, waardoor Churchull niet zou proberen over een alternatieve geallieerde militaire strategie te praten.

Uiterste gastvrijheid zou dus het hoogste gebod zijn. Door de Britten na werktijd onder te dompelen in vriendelijkheid zouden de Amerikaanse gastheren in Williamsburg en Shangri-la hun bezoekers hopelijk over hun angsten heen helpen en hen aanmoedigen om de verplichting na te komen die ze in Casablanca waren aangegaan over een gedurfde, omvangrijke invasie in Noord-Frankrijk over het Kanaal, het volgend voorjaar.
 
Uiteindelijk kregen de Amerikanen hun zin. Op 6 juni 1944 – D-day - landden Amerikaanse, Engelse en Canadese troepen in Normandië tijdens de succesvolle Operatie Overlord.
 
Roosevelt versus Churchill. Bevelhebbers in oorlog - 1943 van Nigel Hamilton beschrijft de discussies van Franklin D. Roosevelt en Winston Churchill over de geallieerde strategie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hamilton schreef nog twee veelgeprezen boeken over Roosevelt: The Mantle of Command en Commander in Chief.

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Lincoln

Verhagen plaatst Abraham Lincoln in de context van de geschiedenis van de VS. Volgens velen heeft Lincoln laten zien dat leiderschap niet kan worden aangeleerd, maar dat het aankomt op karakter.

€ 19,95 | Koop nu

Middeleeuwen