Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Reisbijlage: De Tweede Wereldoorlog

Door: Alies Pegtel

De diepe sporen van de Tweede Wereldoorlog, breekpunt van de twintigste eeuw, zijn nog steeds in ons nationale geheugen gegrift. Midden in de stad herinnert De Hollandsche Schouwburg eraan dat het joodse leven Amsterdam niet meer kleurt. Tachtig procent van de Nederlandse joden, waarvan tien procent afkomstig uit de hoofdstad, werd via dit theater naar Westerbork afgevoerd, het doorgangskamp naar de Duitse vernietigingskampen.

Schiermonnikoog, Westerbork, Arnhem en Nijmegen

 
Ook de gehavende steden in het hele land laten nog dagelijks de enorme verwoesting zien die Nederland in de oorlogsjaren trof. Plein '44 in het historische centrum van Nijmegen is een uitgestrekte betonnen vlakte. Ooit speelde hier zich een bruisend stadsleven af, tussen middeleeuwse woonhuizen, winkels en kroegen. De zware veldslagen in het gebied rond Arnhem en Nijmegen zijn niet alleen terug te vinden in het landschap en op de begraafplaatsen waar geallieerde soldaten, vaak nauwelijks ouder dan twintig, hun laatste rustplaats vonden. De laatste oorlogsveteranen in uniform lopen nog geregeld met hun familie door de straten van het vredige dorpje Oosterbeek.

Ondanks alles ging het leven in Nederland gewoon door. De meeste mensen probeerden het dagelijks bestaan, zo goed en zo kwaad mogelijk, vol te houden. In afgelegen gebieden zoals op het waddeneiland Schiermonnikoog leefden de ruim achthonderd eilandbewoners en bijna even veel Duitse bezetters, gemoedelijk naast elkaar. Terwijl luchtgevechten boven het eiland de rust verstoorden, flirtten Duitse soldaten en Nederlandse meisjes met elkaar aan de bar van Hotel Van der Werff. 

Dag 1: Schiermonnikoog
Duitse soldaten en eilandbewoners leefden vreedzaam naast elkaar 

Drie kwartier duurt de boottocht van Lauwersoog naar het kleinste bewoonde Waddeneiland, Schiermonnikoog. Het dreigt vandaag een grijze dag te worden, maar na een kwartiertje op zee trekt de nevel op. Terwijl de meeuwen ons krijsend welkom heten, staat niemand erbij stil dat deze tocht tijdens de Tweede Wereldoorlog ruim vijf jaar lang uitgesloten was. Het eiland werd op 16 mei 1940 om 16.30 uur door de Duitsers ingenomen, die het pas als laatste stukje Nederland op 11 juni 1945 weer verlieten. In de vijf bezettingsjaren, was vrije af- en aanvaart voor eilanders verboden. Toeristen waren vanzelfsprekend niet welkom. 
     
Eenmaal aan wal stappen we in de bus naar het enige dorpje, Schiermonnikoog. Rechts zien we een verhoging in het weiland, vlak bij de ingang van bungalowpark De Monnik, die nog herinnert aan de rails van de Duitse goederentrein die vanaf 1942 munitie en bouwmaterialen vervoerde. Het Duitse spoorlijntje dat dwars over het eiland liep, vanaf de huidige jachthaven in het zuidwesten tot het badstrand in het noorden, was maar een van de tekenen van de aanwezigheid van de bezettingsmacht. De duinen werden Sperrgebiet en de stranden waren bezaaid met prikkeldraad, omdat Schiermonnikoog tot onderdeel werd gemaakt van de Atlantikwall, de Duitse kustverdedigingslinie van Noorwegen tot Spanje. Hiervoor vestigden de Duitsers zich permanent in de duinen achter het badstrand. Hun nieuwe dorp noemden ze het 'Schleidorp'. 
     
Met zo'n zeshonderd man evenaarden de Duitsers in aantal bijna de achthonderd eilandbewoners, die eenmaal afgesneden van het vasteland al snel een vreedzame coëxistentie bereikten. Verzet op het piepkleine eiland had weinig zin; het was verstandiger je aan te passen aan de omstandigheden. Duitse invloed waren de eilanders ook wel gewend, aangezien Schiermonnikoog sinds 1892 eigendom was van de Duitse graaf Von Bernstorff. Die werd na de oorlog overigens gedwongen zijn bezit af te staan aan de Nederlandse staat. 

Eilandermeisjes 
In de authentieke gelagkamer van hotel Van der Werff, midden in het dorpje waarvoor onze bus stopt, dronken de Duitse soldaten regelmatig een drankje en maakten ze de eilandermeisjes het hof. Schuin tegenover het hotel staat het standbeeld De Monnik. Ogenschijnlijk een toonbeeld van serene rust, maar een stille herinnering aan het oorlogsgeweld dat het eiland ook heeft getroffen. Hier stond namelijk De Willemshof, de burgemeesterswoning, die op 28 juli 1943 werd geruïneerd door een Amerikaanse bom. 
     
Want terwijl het aan land rustig was, ging het er in de lucht ruiger aan toe. Geallieerde vliegtuigen vlogen regelmatig over het eiland richting Duitsland om steden te bombarderen. Die 28e juli loosde een Amerikaanse formatie haar bommen, waarvan er zeventien per ongeluk op Schiermonnikoog terechtkwamen. Er vielen zeven doden, onder wie het burgemeestersechtpaar Hendrik van den Berg en Jacoba van den Berg-Zeilinga. Verderop, op de muur van de hervormde kerk, hangt een plaquette waarop hun namen staan vermeld, tussen de namen van nog 32 eilanders die tijdens de oorlog zijn gestorven op zee, op het eiland en in Duitse en Japanse kampen. 
     
Om het dorpje te verlaten huren we een fiets, want auto's zijn op Nationaal Park Schiermonnikoog verboden. We fietsen oostwaarts over smalle schelpenpaadjes door de duinen richting het badstrand. We belanden op de brede Prins Bernhardweg, en daar ligt op een duintop een grote grijze bunker. Dit is de 'De Wassermann', die vanaf 1942 werd gebouwd als basis voor een zogenoemde Wassermann-radarantenne. Als we de trap van de bunker beklimmen, bedenken we wat een karwei het moet zijn geweest voor de Nederlandse dwangarbeiders die aan de voet van de bouwplaats kampeerden om de 1460 kubieke meter beton voor de bunker het duin op te zeulen. In de tussentijd verveelden de Duitse jongens zich blijkbaar, getuige de schilderingen die ze maakten op de muren. Rechtsonder in 'De Wassermann' zijn nog vaag de contouren zichtbaar van een vrouw, maar net als andere bunkerschilderingen is de tekening door de tijd bijna verdwenen. 
     
Pas in 1944 bleek dat al het werk aan 'De Wassermann' voor niets was geweest. Volgens sommigen dankzij sabotage, maar waarschijnlijker door een domme miscalculatie, paste de veertig meter lange stalen antennemast niet in de fundering. Hierdoor is 'De Wassermann' nooit gebruikt. Vanwege het risico dat rondslingerende brokstukken het dorp zouden beschadigen werd de bunker na de oorlog niet met dynamiet opgeblazen, zoals vaak gebeurde. Vandaar dat het bouwwerk er nog is, net als een aantal kleinere bunkers die verstopt liggen in de duinen. Boven op de bunker kun je in het noorden strandpaviljoen Merlijn zien liggen, vlak bij de plek waar het Duitse Schleidorp lag. 
 
Drenkelingen 
Aan de zuidkant zien we een pad, dat we na het bunkerbezoek te voet afdalen. Dan staan we ineens voor een rode bakstenen muur: begraafplaats Vredenhof. Tussen de bomen en de duinen liggen hier 115 mannen begraven in 112 graven, die zijn bedekt met schelpjes. Behalve de stichter van de begraafplaats, Sake van der Werff en zijn zoon, zijn het allemaal slachtoffers van de zee. Uniek is dat geallieerde militairen en Duitsers uit beide oorlogen hier zij aan zij liggen, naast drenkelingen uit vredestijd. Ze worden allemaal herdacht met identieke witte grafstenen. 
     
Vredenhof werd in 1917 opgericht dankzij de ondernemingslust van oud-veldwachter Sake van der Werff, voormalig eigenaar van het roemruchte hotel Van der Werff. Het was in dat jaar in de Eerste Wereldoorlog dat tijdens zeeslagen op de Doggersbank in het Skagerak soldaten omkwamen, die aanspoelden op Schiermonnikoog. Nu was het in de zomer van 1917 nogal heet, en wegens stankoverlast nam Van der Werff met twee mede-eilandbewoners het initiatief om de drenkelingen buiten het dorp te begraven. Na afloop van de Eerste Wereldoorlog probeerde hij de identiteit te achterhalen van de twaalf Duitse militairen en twee Britten die begraven waren. Ook probeerde hij hun familieleden op te sporen. Van der Werff deed dit uit menslievendheid, maar ook uit ondernemerszin: familieleden kregen een kaartje en een uitnodiging in zijn hotel te verblijven. 
     
Tijdens de Tweede Wereldoorlog lukte het Van der Werff om de Duitsers tot 1944 ervan te overtuigen ook geallieerde soldaten met militaire eer te begraven: een unicum. Na afloop van de oorlog werd de begraafplaats met 96 militaire slachtoffers een toeristische trekpleister. Dit tot genoegen van Van der Werff, die in de wandelroutes voor zijn gasten altijd een rustpauze inlaste op Vredenhof. 

Georgische begraafplaats Texel 
Aan de voet van het hoogste punt op Texel, de 'Hoge Berg', ligt de Georgische begraafplaats. Omringd door bomen is dit de laatste rustplaats van 475 Georgiërs, die in april 1945 op dit Waddeneiland zijn gestorven tijdens een gewelddadige opstand tegen de Duitsers. Pas een paar maanden eerder, in januari 1945, waren de Georgiërs op Texel gearriveerd. De mannen waren krijgsgevangenen, die net als duizenden landgenoten gedwongen moesten vechten voor de Duitsers in West-Europa. Strijden onder Duits commando was het enige alternatief om niet als gevangene in een Duits kamp te belanden. 
     
De pakweg achthonderd Georgiërs die op Texel werden gestationeerd, waren de mannen die nog restten van het zwaar gehavende 822e bataljon, dat eerder gelegerd was in Polen, Frankrijk en Zandvoort. In het laatste oorlogsjaar kwamen ze op Texel een groep andere Oost-Europese krijgsgevangenen aflossen om de Duitse kustverdedigingslinie te bewaken. 
     
Toenemende geruchten dat de Duitsers de oorlog op korte termijn zouden verliezen brachten de Georgiërs in een lastig pakket. Ze werden bang dat de geallieerden hen zouden beschuldigen van collaboratie met de Duitsers. Of dat ze, eenmaal terug in eigen land, zouden worden omgebracht als landverraders. Om zich te zuiveren van mogelijke blaam zochten de Georgische mannen contact met het lokale verzet en beraamden samen een opstand. 
     
In de nacht van 5 op 6 april 1945 doodden de Georgiërs in hun kamp bij Den Burg vierhonderd Duitsers met messen en bajonetten. Het lukte hun echter niet de overige Duitse militairen te overmeesteren die zich verdedigden vanuit bunkers. De Duitsers stuurden snel versterking om de opstand te onderdrukken. Daar slaagden ze in na een strijd van vijf weken, die werd beslist bij de vuurtoren in het noorden van het eiland. Tijdens de bloedige Georgische opstand stierven 120 Texelaars, 565 Georgiërs en ongeveer 800 Duitsers. De Duitse doden lagen oorspronkelijk op de algemene begraafplaats in Den Burg, maar werden in 1949 overgebracht naar de militaire begraafplaats in IJsselstein. 
     
Na de bevrijding keerden 228 Georgiërs terug naar eigen land. Hun opstand had in zoverre zin gehad dat ze als 'anti-fascistische' helden werden onthaald. Nog altijd bezoekt een Russische delegatie met enige regelmaat Texel om een krans te leggen. Bijzonder aan begraafplaats Loladze, genoemd naar de Georgische aanvoerder, is dat er geen grafstenen staan. Voor iedere gestorven soldaat is hier een rode roos geplant.

Reis:
Met de trein naar Groningen. Voor het station vertrekken de bussen naar Lauwersoog, die aansluiten op de boot. De boottocht kost 11,06 euro retour en duurt zo'n 45 minuten. Er zijn combikaarten (bus/boot) en Waddenbiljetten (trein/bus/boot). Fietsen kunnen worden meegenomen of gehuurd op het eiland; auto's zijn verboden. 

Ter plekke:
VVV Schiermonnikoog: tel. 0519-53 12 33 of www.vvvschiermonnikoog.nl
Hotel Van der Werff: Reeweg 2, Schiermonnikoog, tel. 0519-53 12 03
VVV Texel: tel. 0222-31 47 41 of www.texel.net 

Leestip:
Sietse van der Hoek, Vredenhof. Rustplaats voor drenkelingen op Schiermonnikoog (Contact, verschijnt begin juli 2003). De geschiedenis van de drenkelingenbegraafplaats op Schiermonnikoog. 



Dag 2: Westerbork
Laarzen waren een kostbaar bezit in de modder van kamp Westerbork 

Misschien is het maar goed ook: de trein waarmee ruim 100.000 mensen naar Westerbork werden gebracht, rijdt niet meer in deze omgeving. Om kamp Westerbork te bereiken ben je in 2003 aangewezen op bus, taxi of eigen vervoer. Vergissen we ons, of wordt het Drentse landschap troostelozer naarmate we het voormalige doorgangskamp naderen, dat zo'n vijftien kilometer buiten het dorp Westerbork ligt? 
     
Het was de Nederlandse regering die op 9 oktober 1939 kamp Westerbork opende om gevluchte Duitse joden te herbergen. Ver weg van de bewoonde wereld op de lege Drentse hei, die de Nederlandse politici net als wij nogal desolaat vonden, achtte men de locatie voor een vluchtelingenkamp ideaal. Dat vonden de Duitsers ook, die pas in 1942 de leiding van de Nederlanders overnamen en een kant-en-klaar concentratiekamp aantroffen, compleet met 749 joodse bewoners en een goedgeoliede organisatie. De gedrilde joodse kampbewoners van het eerste uur werden door de Duisters behendig ingezet om Westerbork zelf te besturen toen het op 1 juli 1942 een Durchgangslager werd. 
     
Op de grens tussen bos en weiland is in een zwart gebouw een herinneringscentrum gevestigd, dat we bezoeken voordat we naar het kampterrein gaan. Het centrum, dat in 1983 met twee mensen opende, maar nu tachtig medewerkers telt, dient niet alleen als museum; het is ook een ontmoetingplek voor personen die de 107.000 joden, 245 Sinti en Roma en een onbekend aantal verzetsstrijders willen herdenken die uit kamp Westerbork naar Duitse vernietigingskampen zijn vervoerd. Slechts 5000 mensen keerden levend terug. 

Koffers 
Het zijn onvoorstelbare cijfers, die ogenblikkelijk een gezicht krijgen als je het museum betreedt. Er is geen ontkomen aan: al bij de entree staan stapels leren koffers. De ellende van de tienduizenden slachtoffers, beseffen we, begon bij het inpakken van die koffers. Daarmee transformeerden ze van burgers tot reizigers; daarmee begon het inleveren van de identiteit. 
     
Naast koffers herbergt het centrum talloze persoonlijke getuigenissen van de kampbewoners. Dat de Duitsers omwille van de orde de Nederlandse kampvoorzieningen intact lieten, inclusief school, schouwburg en ziekenhuis, zegt niet dat het bestaan in Westerbork makkelijk was. Aangrijpend zijn de vergeelde briefjes van de zusjes Hertha en Anne uit barak 55 aan hun vriendin Letty. Niet omdat ze verslag doen van ontberingen, maar juist omdat ze zo opgewekt zijn. De twintigers vertellen dat het rooien van suikerbieten en aardappels vermoeiend is, maar dat ze blij zijn dat ze driehoog in de stapelbedden slapen, omdat de lucht boven in de barakken minder benauwd is. Hun laatste briefje op 14 september 1943 sluit af met: 'We zijn flink en houden moed.' 
     
Wij zijn een stuk minder opgewekt als we beginnen aan de wandeling naar het voormalige kampterrein, op ongeveer tweeënhalve kilometer afstand van het herinneringscentrum. We kiezen een wandelpad door het bos, maar dat blijkt vooral een aanrader voor mensen die herinneringen aan de holocaust willen combineren met interesse in de sterrenwacht. In het bos doet de Stichting Radiostraling van Zon en Melkweg onderzoek met telescopen, en de borden langs het bospad met uitleg over het planetenstelsel leiden nogal af van de oorlogsgeschiedenis. Om een beeld te krijgen van hoe mensen in Westerbork aankwamen, is de brede weg geschikter. Hier rijdt ook een pendelbus naar het voormalige kampterrein. 
     
De weg eindigt bij een slagboom. Hier begint het kamp - of beter: hier achter de prikkeldraadomheining ligt een kale vlakte. Van het originele kamp met de houten barakken, de centrale keuken, de school of het huis van de kampcommandant, is niets bewaard gebleven. In 1970 werd het kamp definitief afgebroken nadat het eerst nog gebruikt was als opvangplaats voor Molukse vluchtelingen. 
     
Toch valt goed voor te stellen hoe het hier geweest moet zijn. Lage grasheuvels markeren de contouren van de voormalige gebouwen; er zijn sporen van de rails; op de voormalige appelplaats staan 102.000 rode herdenkingssteentjes met zilveren sterren, en aan het einde van het terrein staat een nagebouwde houten wachttoren. 

Spoorlijn 
Er staat vandaag een stevige wind, en eerlijk gezegd is het onvoorstelbaar dat het op deze onbeschutte zanderige plek een dag niet waait. Laarzen waren hier een waardevoller bezit dan pantoffels, blijkt uit de beroemde brief Ergens in Nederland van kampbewoner Bob Cahen. Hij schrijft zijn familie op 1 november 1942 dat er geen wegen waren, waardoor het terrein 'door de regen in een grote modderpoel is herschapen'. Toen Cahen zijn brief schreef, waren al 25 van de 93 transporten naar Duitsland vertrokken. 
     
We lopen over de 700 meter lange weg die dwars over het kamp voert en de Boulevard des Misères werd genoemd. Deze laan, waarlangs vanaf 2 november 1942 een spoorlijn liep, was voor veel kampbewoners zowel punt van aankomst als punt van vertrek. Vanuit alle hoeken in Nederland werden joden aangevoerd, die zoals Cahen beschrijft 'hier aankwamen opgejaagd als vee, sommigen begraven onder hun bagage, anderen met helemaal niks bij hun, zelfs niet eens behoorlijk gekleed'. 
     
We proberen ons in te denken hoe het hier op dinsdagen moet zijn geweest, als de transporten naar Duitsland vertrokken. De stilte op het terrein die heerst vanwege de storingsvrije zone van de sterrenwacht, maakt de gedachte aan de angst en paniek des te beklemmender. Aan het eind van de Boulevard des Misères symboliseert een stuk spoorlijn met omhooggebogen rails, een kunstwerk van de joodse beeldhouwer Ralph Prins, letterlijk het point of no return. Wij draaien ons om en lopen het terrein weer af. Even later, in Hooghalen, op zoek naar het verdwenen stationnetje waar de joden aankwamen tot de spoorlijn in 1942 werd doorgetrokken tot in het kamp, passeren we een asielzoekerscentrum. Opnieuw een slagboom, lage barakken en prikkeldraad. 

Hollandsche Schouwburg, Amsterdam 
Dit statige gebouw, dat van 1892 tot 1941 een van belangrijkste theaters van het land was, is sinds 1962 een oorlogsmonument. Vanuit de voormalige Hollandsche Schouwburg aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan 24, zijn naar schatting 70.000 joden naar Westerbork gestuurd, het doorgangskamp naar de Duitse en Poolse vernietigingskampen. De transformatie van trefpunt van plezier en vermaak tot een van wanhoop en angst pakten de Duitsers stapsgewijs aan. Het begon ermee dat de Hollandsche Schouwburg in oktober 1941 werd omgedoopt tot Joodsche Schouwburg. Hiermee werd het pand alleen nog toegankelijk voor joodse artiesten en joods publiek, die er tot de zomer van 1942 genoten. 
     
De Weense actrice Silvia Grohs-Martin herinnerde zich in een interview: 'De Schouwburg was zo'n prachtig gebouw, ik was verliefd op elke centimeter, op de muren, de stoelen, de binnenplaats, de bloemenzee op het toneel... Die eerste jaren van de oorlog waren euforisch. Joodse topartiesten mochten nergens meer optreden, dus die stonden bij ons in de rij: de helft van het Concertgebouworkest, Heintje Davids, operazangers die in Berlijn hadden geschitterd. Holland was het enige land dat hen binnenliet, en ons podium het enige waar ze terechtkonden.' De revuester, toen 21 jaar oud, werd overladen met bloemen en briefjes: 'Dank je voor het oplichten van deze donkere dagen.' 
     
Maar in augustus 1942 was het feest van de ene op de andere dag afgelopen. Grohs-Martin wandelde op een ochtend nietsvermoedend naar binnen voor een repetitie en trof het gebouw aan als een 'leeggeroofd huis'. 'Ik hoorde laarzen stampen, en een nazi zei: ''Ik ben Obersturmführer Aus der Fünten, dit theater staat nu onder Duits commando en wordt verder gebruikt als deportatiecentrum voor joden.''' Volgens Grohs-Martin, die opdracht kreeg te helpen bij organisatie, drong het eerst nauwelijks door: 'Je komt uit het paradijs en je wordt wakker in de hel.' 
     
Een paar uur later kwamen de eerste vrachtwagens al aan. Joden werden met honderden tegelijk aangevoerd. Het gebouw had een capaciteit voor 750 mensen, maar al snel waren dat er ruim 1100. Grohs-Martin herkende haar eigen publiek: 'Ze grepen mijn arm, klampten zich aan me vast als een reddingsboei. Het was een chaos, te midden van het gehuil en gedrang probeerden we orde te scheppen, baby's vast te houden, een stoel voor een invalide te vinden.' Alle Amsterdamse joden moesten zich in de Schouwburg verzamelen tot hun naam werd omgeroepen voor transport. Sommigen wachtten maar een paar uur, anderen dagen of wekenlang. Na het verblijf in de Schouwburg moesten ze met de tram naar het station, daarna per trein naar Westerbork. 
     
Geleidelijk aan werd het regime strenger. Oorspronkelijk mochten gezinnen bij elkaar blijven. Later werden kinderen tot twaalf jaar ondergebracht in een crèche aan de overkant van de straat. Grohs-Martin, die hier een baantje kreeg, wist 130 kinderen te redden. Tot ze tijdens een mislukte vluchtpoging in België zelf op transport werd gezet naar Ravensbrück. Zij overleefde de oorlog. Maar in de Schouwburg brandt een eeuwige vlam ter nagedachtenis van de 104.000 mensen die vanuit Nederland naar de vernietigingskampen zijn gebracht en nooit terugkwamen.

Reis:
Met de trein naar station Beilen en daar met de treintaxi naar Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Vanaf het herinneringscentrum rijden tussen 11 en 17 uur pendelbussen (1,75 euro retour) naar het kampterrein, dat 2,6 kilometer verderop ligt en niet met eigen vervoer mag worden betreden. 

Ter plekke:
VVV Midden Drenthe: tel. 0593-33 13 81 (kantoor Westerbork) of www.vvvmidden-drenthe.nl  
Herinneringscentrum Kamp Westerbork: Oosthalen 8, Hooghalen, tel. 0593-59 26 00, of www.westerbork.nl  

VVV Amsterdam: tel. 0900-400 40 40 of www.vvvamsterdam.nl  

Hollandse Schouwburg: Plantage Middenlaan 24, Amsterdam, tel. 020-626 99 45, of www.jhm.nl/schouwburg.htm 

Leestip:
H. Mulisch, De ontdekking van de hemel (Bezige Bij, 1992). Roman die zich na de oorlog gedeeltelijk in Westerbork afspeelt. 

S. Grohs-Martin, Sylvie (Arena, 2000). Memoires van een actrice over de oorlog en haar tijd bij de Hollandsche Schouwburg.



Dag 3: Arnhem en Nijmegen 

Geallieerde veteranen in uniform lopen door de straten van Oosterbeek 
Het is nauwelijks voor te stellen, maar het glooiende landschap tussen Arnhem en Nijmegen, dat er vandaag zo fris en zonnig bij ligt, was ooit strijdtoneel van de grootste luchtaanval uit de geschiedenis. Het land tussen Rijn en Waal is vergeven van oorlogsherinneringen, die vrijwel allemaal te maken hebben met de roemruchte operatie Market Garden, bedoeld om Nederland al in 1944 te bevrijden. De Britse generaal Montgomery gaf leiding aan het gewaagde plan om in september 1944 duizenden geallieerde parachutisten te laten landen bij Eindhoven, Nijmegen en Arnhem. Zij moesten de bruggen over de rivieren innemen, waarna grondtroepen van het Tweede Britse Leger ongehinderd konden oprukken. Het idee was dat de Duitsers zich, als alles goed ging, snel zouden terugtrekken over de autosnelweg Arnhem-Oberhausen, die ze zelf hadden aangelegd om hun troepen in Nederland te bevoorraden. 
     
Op de weidse Ginkelse Heide, vlak bij Ede, ligt nu een schaapskooi. Schuin tegenover de schapen, vlak naast de weg, staat een oorlogsmonument ter nagedachtenis van de honderden Britse paratroopers, zogenoemde Airbornes, die op 17 september 1944 op dit heideveld landden. Eenmaal geland, was het de bedoeling dat de parachutisten direct door zouden marcheren om de Arnhemse Rijnbrug in te nemen. Maar tijdens de circa tien kilometer lange wandeling van de Ginkelse hei naar Arnhem begon de ellende. Onverwacht boden de Duitsers zoveel weerstand dat het gros van de Britten, die werden ondersteund door Polen en Amerikanen, de stad nooit heeft gezien. 
     
Een schamele zeshonderd geallieerde soldaten bereikten de Rijnbrug. De rest van de troepen moest zich onder zware Duitse druk halverwege de route terugtrekken in een stelling bij Oosterbeek, ten westen van Arnhem. Van de tienduizend gelande Engelsen en Polen overleefden er slechts 2300 Market Garden. De grootschalige Ginkelse luchtlanding is nog altijd bekend, onder meer doordat de inmiddels hoogbejaarde Airborne-veteranen bij wijze van herdenking om de zoveel jaar weer uit het vliegtuig springen boven dit heideveld. 

Driewieler
In Oosterbeek, een dorpje met hoge groene bomen, zijn de sporen nog lang niet uitgewist. Hier ligt de statige Airborne- begraafplaats en er staat een metershoog monument. Het voormalig zachtgele woonhuis Harenstein, waarin het Britse Airborne-hoofdkwartier was gevestigd, doet dienst als Airborne Museum. Als we door de dorpsstraten lopen, zien we verschillende veteranen in uniform, die in speciaal georganiseerde groepsreizen de regio nog regelmatig bezoeken. 
     
In het zwaar getroffen Arnhem en omgeving houden de bewoners de oorlogsherinneringen graag levend. Dat doen ze in Nijmegen en omstreken ook, al is het leed dat daar werd geleden minder bekend. Over de Slag bij Arnhem verschenen verschillende boeken, en ook verfilmingen, waaronder de spektakelfilm A Bridge Too Far. Zoveel allure kent de Nijmeegse geschiedschrijving niet, tot verdriet van de bevolking. Want terwijl het geweld in Arnhem stokte na de mislukte slag, bleef Nijmegen in de vuurlinie. Op 21 september 1944 werd de stad wel bevrijd, maar operatie Market Garden bracht ook hier geen vrede. 
     
Als frontstad werd Nijmegen door de Duitsers zo hevig beschoten dat het stadsleven zich tot het einde van de oorlog in 1945 voornamelijk ondergronds ging afspelen in schuilkelders. Dat het bestaan onder de grond verre van comfortabel was, zien we in het Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek. Daar is een compleet ingerichte schuilkelder nagebouwd. Op het rode driewielertje in de kelder zal een peuter alleen piepkleine rondjes hebben kunnen rijden, want de bakstenen ruimte is amper twaalf vierkante meter groot, schatten we. 
     
Nijmegen was voor operatie Market Garden overigens al ernstig beschadigd. Op 22 februari 1944 loosden zestien Amerikaanse vliegtuigen op klaarlichte dag per ongeluk hun bommen boven het centrum. Het overgrote deel van de historische stadskern werd verwoest; meer dan vijfhonderd mensen kwamen om. Ruim een halfjaar later deden de terugtrekkende Duitsers er nog schepje bovenop. Uit woede over hun nederlaag staken ze de overgebleven historische panden in brand, waaronder het eeuwenoude stadhuis. Als we op het kale betonnen Plein 1944 staan, dat is omringd door karakterloze winkelpanden uit de jaren vijftig, begrijpen we hoe dat zo is gekomen. Maar we begrijpen ook dat deze plek wel bekendstaat als 'het lelijkste plein van Nederland'. 

Redder der Waalbrug 
De Waalbrug overleefde het geweld in 1944, maar het originele exemplaar was vier jaar eerder al opgeblazen tijdens de bezetting van Nederland. De brug die er nu ligt, werd in 1941 door de Duitsers hersteld en in 1944 gered door de plaatselijke verzetsheld Jan van Hoof. Deze negentienjarige student verwijderde op 18 september 1944 in zijn eentje de Duitse springstof onder de brug. De volgende dag gidste Van Hoof de Britten de stad in, maar een paar uur later werd de student toch nog door de Duitsers doodgeschoten in de Lange Hezelstraat. Daar herinnert een straatsteen aan de 'Redder der Waalbrug'. Ook op het drukke Traianus-verkeersplein wordt Jan van Hoof herdacht met een groot standbeeld; aan de andere kant van de Waalbrug wordt hij geëerd met een plaquette. 
     
Aan de overzijde van de Waal-oever, bij het plaatsje Lent, herinnert een ander bescheiden herdenkingsmonument aan buitenlandse oorlogshelden. Op 20 september 1944 voeren honderden soldaten van de Amerikaanse 82e Airborne-divisie in canvas bootjes naar de overkant van de Waal. Ze werden zo hevig beschoten dat maar 14 van de 26 bootjes Lent aan de overzijde haalden. Een van de zogenoemde 'stormbootjes' werd onlangs geschonken aan het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek. De stenen pilaar die de Waal-oversteek memoreert, staat schijnbaar vergeten aan de kant van de Dijkweg ter hoogte van de Nijmeegse elektriciteitscentrale. Maar een verdorde bloemenkrans toont dat ook deze plek nog niet vergeten is. 

Op pad 
Airborne-wandeltocht 

Wandelen met Engelse en Poolse veteranen kan al sinds 1947 en vindt dit jaar plaats op zaterdag 6 september tijdens de jaarlijkse Airborne-herdenkingstocht. De routes van 10, 15, 25 en 40 km voeren door de gemeente Renkum, langs Airborne- monumenten en de luchtlandingsterreinen van september 1944. Vertrek bij sportpark Talsmalaan, Oosterbeek. Vertrek vanaf 8.00 uur (40 km) of 10.30 uur (overige afstanden).
Info: www.airbornewandeltocht.nl of Politie Sportvereniging Renkum. tel. 026-333 79 60. 

Airborne-fietstocht 
Ook tijdens de jaarlijkse fietstochten van 25, 40, 80, of 120 kilometer wordt de Slag om Arnhem herdacht. Vertrek zondag 24 augustus vanaf 7.00 uur bij Sportpark De Waaijenberg, W.A. Scholtenlaan 140, Doorwerth. Aanmelden via tel. 0317-31 74 36. 

Airborne battlefield tours 
Twee wandelroutes van 5 km, uitgezet over het slagveld bij Arnhem. Wandelbrochures verkrijgbaar bij VVV Arnhem: Stationsplein 45, Arnhem, tel. 0900-202 40 75 of www.vvvarnhem.nl en Airborne Museum Hartenstein, Utrechtseweg 232, Oosterbeek, tel. 026-333 77 10 of www.airbornemuseum.org 

Pegasus-wandeltocht 
Twee mislukte pogingen van de geallieerden om in het najaar 1944 bij Renkum de Rijn over te steken en het bevrijde zuiden te bereiken, worden herdacht met de jaarlijkse Pegasus- wandeltocht. Tochten van 8,5, 18,5 en 28,5 km voeren langs de oorspronkelijke route van operatie Pegasus. Zaterdag 25 oktober, verzamelen bij 's Heeren Loo (voormalig De Hartenberg), Apeldoornseweg 60, Wekerom. Voorinschrijving: VVV Ede, tel 0318-61 44 44.

's Morgens en 's avonds pendeldiensten tussen station Ede-Wageningen en 's Heeren Loo. 

Grebbeberg-wandeltocht 
Excursie van drie uur onder begeleiding over de Grebbeberg, waar in 1940 zwaar werd gevochten tegen de Duitse invallers. Wandelingen zijn gepland op za 5 juli (13.00 uur) en di 15 juli (18.30 uur). Van tevoren aanmelden bij de VVV Rhenen, Oude Raadhuis, Markt 20, Rhenen, tel. 0317-61 23 33. 

De Linie-(fiets)route 
Georganiseerd door Het Fietsgilde. Voert langs oude verdedigingslinies in de Betuwe. Vertrek bij de VVV Rivierenland, Tolhuisstraat 22-26, Tiel, tel. 0344-67 70 60 of www.vvvrivierenland.nl 

Fietstocht 'Klein Amerika' 
Fietstocht van 43 km vanuit Nijmegen via kaasboerderij 'Klein Amerika' naar Groesbeek en Duitsland. Voert langs landingsbanen van de Airbornes. Routebeschrijving op www.fietsen.123.nl  

Reis:
Ginkelse Heide: met de trein naar Ede, vanaf het station met de treintaxi naar de Verlengde Arnhemseweg ter hoogte van nr. 101, bij restaurant Juffrouw Tok uitstappen.

Airborne Museum Hartenstein, Oosterbeek: met de trein naar station Arnhem, vanaf daar met bus 86 of 89 of trolley 1. Of met de trein naar station Oosterbeek; de loopafstand is 10 minuten. Verderop ligt de Airborne-begraafplaats.

Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945, Groesbeek: met de trein naar Nijmegen, bus 5 vanaf station naar Groesbeek, uitstappen bij halte 'De Oude Molen'. Op loopafstand ligt aan de Zevenheuvelenweg de indrukwekende Canadese begraafplaats.

Ter plekke:
VVV Arnhem: tel. 0900-20 24 075 of www.vvvarnhem.nl

VVV Nijmegen: tel. 0900-11 22 344 of www.vvvnijmegen.nl

Airborne Museum Hartenstein: Utrechtseweg 232, Oosterbeek, tel. 026-333 77 10, of www.airbornemuseum.org 

Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945: Wylerbaan 4, Groesbeek, tel. 024-397 44 04, of www.bevrijdingsmuseum.nl 

Leestip:
Karel Margry, Operation Market-Garden. Then and Now (Battle of Britain Ltd, 2001). Fotoboek in twee delen waarin de geallieerde luchtlandings- en grondoperatie tussen de Belgische Kempen en de Rijnbrug van Arnhem in september 1944 minutieus zijn vastgelegd.

 

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Lincoln

Verhagen plaatst Abraham Lincoln in de context van de geschiedenis van de VS. Volgens velen heeft Lincoln laten zien dat leiderschap niet kan worden aangeleerd, maar dat het aankomt op karakter.

€ 19,95 | Koop nu

Middeleeuwen