Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

‘Mijn vader was door de oorlog verknipt geraakt’

Door: Ferdinand Lankamp

Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Familieverhalen waren op donderdag 26 maart het centrale thema van de tweede bijeenkomst van Helden en schurken, voor de zesde keer georganiseerd door het Verzetsmuseum Amsterdam, NIOD, NTR/VPRO en Historisch Nieuwsblad. Luuc Kooijmans, Rosita Steenbeek en Alexander Münninghoff schreven alle drie over de ervaringen van hun familie tijdens de Tweede Wereldoorlog. ‘De waarheid wordt in oorlogstijd altijd geweld aangedaan.’

Auteur Rosita Steenbeek schreef Rose, een boek over haar eigen grootmoeder. Rose werd geboren in Keulen als dochter van een Duitse vader en een joodse moeder. Ze was nauwelijks bezig met haar joodse achtergrond. Ze trouwde met een Nederlandse dominee. ‘Ze verhuisden naar Nederland. Dat was in de jaren ’30 een idylle vergeleken met Duitsland, waar de sfeer steeds grimmiger werd.’ Ze kwam ongeschonden door de oorlog, maar haar familieleden kwamen aan beide zijden van het conflict terecht. Dat thema komt ook naar voren in Het geheim van de Valeriusstraat van Luuc Kooijmans. ‘Toen ik opgroeide hing er in het huis van mijn grootouders een portret van een zeventienjarige jongen. Als ik vroeg wie dat was, zeiden ze, “Dat is je oom.” Pas later kwam ik erachter dat hij op zijn twintigste door de Duitsers was gefusilleerd. Dat terwijl zijn vader, mijn opa, NSB’er was.’
 

Frans Smits (hoofdredacteur Historisch Nieuwsblad), Rosita Steenbeek, Luuc Kooijmans en Alexander Münninghoff in gesprek. (Foto: Dick Verdonkschot)

Alexander Münninghoff schreef een familiekroniek, De stamhouder. ‘Mijn Nederlandse grootvader verhuisde tijdens het interbellum naar Riga. Mijn vader groeide daar op.’ In 1939 gingen vader en grootvader allebei naar Nederland. ‘Na de Duitse invasie meldde mijn vader zich bij de SS en vocht hij aan het Oostfront. Hij werd na de oorlog nooit veroordeeld, mede dankzij de connecties van zijn vader.’
 
De drie schrijvers kwamen tijdens hun jeugd meer te weten over het oorlogsverleden van hun familie. ‘Toen ik wat ouder was begon ik vragen te stellen over het portret van mijn oom. De familie liet dingen los, al ging dat niet van harte.’ Münninghoff groeide op bij zijn vader. ‘Hij vertelde verhalen over de SS en de Tweede Wereldoorlog, maar die kwamen nauwelijks overeen met wat ik op school hoorde. Hij werd daar niet graag mee geconfronteerd.’
 
Bij het schrijven van hun boeken kwam nog meer aan het licht. ‘De joodse achtergrond van mijn grootmoeder was grotendeels nieuw voor mij,’ vertelt Rosita Steenbeek. ‘Mijn vader was door de oorlog verknipt geraakt,’ aldus Münninghoff. ‘Dat wist ik, maar toen ik in het Nationaal Archief zo’n boevenfoto van hem vond, was dat toch schokkend.’ ‘Mijn oom werd na de oorlog postuum onderscheiden,’ zegt Kooijmans, ‘en mijn grootvader, een NSB’er, nam de onderscheiding namens hem in ontvangst.’
 
‘Het is hoopvol dat mensen in oorlogstijd bereid zijn hun leven te riskeren om anderen te redden,’ aldus Rosita Steenbeek. Voor Münninghoff is het belangrijk de geschiedenis levend te houden. ‘Daarnaast blijkt uit mijn familieverhaal dat de waarheid in oorlogstijd altijd geweld wordt aangedaan. Dat moeten we onthouden, ook in de conflicten die nu spelen.’ Kooijmans voegt daaraan toe: ‘Openheid is belangrijk bij het verwerken van conflicten.’
 

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Middeleeuwen