Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 2/2017

Hitler stuurde zelf aan op de Holocaust

Nieuwe visies op de Führer

Door: Peter Longerich
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Nog steeds verschijnen er studies over Adolf Hitler. De spraakmakendste van dit moment is die van de Duitse historicus Peter Longerich. Hij laat zien dat Hitler een zwaarder stempel heeft gedrukt op het Derde Rijk dan vaak wordt aangenomen. De Nederlandse historici Wim Berkelaar en Willem Melching plaatsen zijn opvattingen in perspectief.

Het besluit van Adolf Hitler om nog voor de overwinning in het oosten met de deportatie van de Joden te beginnen, is slechts indirect overgeleverd, en wel door een brief van SS-topman Heinrich Himmler aan nazipoliticus Arthur Greiser. Hitler koos voor deportatie vanwege de algehele staat van zijn regime. In het oosten van zijn rijk was inmiddels sprake van genocide op de Joden. De racistische vernietigingsoorlog die daar gevoerd werd – in het perspectief van het regime een oorlog op leven en dood – moest wel leiden tot een radicalisering van de hele oorlogvoering.

Begin september 1941 voerde Himmler in opdracht van Hitler oriënterende gesprekken over de haalbaarheid van de deportaties. Het Russische besluit tot deportatie van de ‘Wolga-Duitsers’ – Duitsers die in Rusland woonden - bood de mogelijkheid om de deportaties te rechtvaardigen als vergeldingsmaatregel, het hele plan te versnellen en het in te zetten voor de buitenlandse politiek.
 

Deportatiebesluit

Hitler wilde de deportaties tegenover de VS gebruiken als een duidelijk signaal dat de dreiging van de VS om deel te nemen aan de oorlog consequenties zou hebben voor de Joden in Europa. Hitler had vanaf 1939 de ‘vernietiging’ van de Joden in Europa aangekondigd als het zou komen tot een ‘wereldoorlog’.

De strategie om door maatregelen tegen de Duitse en Europese Joden druk uit te oefenen op de VS had de nazileiding al met de ‘Jodenboycot’ van 1933 toegepast. De novemberpogrom van 1938 had als doel gehad de opnamebereidheid van de VS en andere staten voor Joodse emigranten te verhogen.

Ook zaten er binnenlandspolitieke motieven achter Hitlers deportatiebesluit. Hij wilde de Duitse bevolking instellen op een ‘wereldbeschouwelijk’ gefundeerde existentiële strijd. Daarnaast kregen de Joden in de herfst van 1941 de schuld van de steeds intensievere Britse luchtaanvallen. De deportaties werden voorgesteld als strafmaatregelen. De luchtoorlog werd bovendien aangegrepen als rechtvaardiging voor de huisuitzettingen van de Joden. Tienduizenden bewoners van de grote steden trokken in de vrijgekomen ‘Jodenhuizen’, veilden voor lage prijzen Joodse huisraad en werden zo tot profiteurs van de deportaties en tot medeplichtigen aan het onrecht dat de Joden werd aangedaan.

Dit lokale verdringingsbeleid, de herhaalde voorstellen van minister van Propaganda Joseph Goebbels en verschillende gouwleiders aan Hitler om hun gebieden nu eindelijk ‘Jodenvrij’ te maken, zullen zeker van invloed zijn geweest op Hitlers besluit om te beginnen met de deportaties.

Het is goed als de angst bestaat dat wij het Jodendom zullen uitroeien

Hitler en de nazileiding gingen er in de herfst van 1941 toe over de oorlog op alle niveaus te voeren als een oorlog ‘tegen de Joden’. De deportatie van de Duitse Joden – een project dat al vanaf de herfst van 1939 gepland was – moest deze uitgesproken vijandige houding kracht bijzetten en de Duitse bevolking, de mensen in de bezette gebieden en het internationale publiek de ernst duidelijk maken waarmee van Duitse zijde racistische oorlogsdoelstellingen nagestreefd werden. Het in de Sovjet-Unie ingevoerde concept van de racistische vernietigingsoorlog werd overgedragen op de gehele Duitse oorlogvoering.

Het besluit om te beginnen met de deportaties is daarom niet primair terug te voeren op de ‘euforie van de overwinning’, zoals de invloedrijke these van Christopher Browning luidt, maar meer op het feit dat Hitler en de nationaal-socialistische leiding onder de indruk van de gebeurtenissen in de zomer van 1941 hun gehele oorlogsconcept bijstelden.

‘Dit misdadigersras,’ zo sprak Hitler over de Joden tegen SS’ers Heinrich Himmler en Reinhard Heydrich tijdens een tafelgesprek op 25 oktober, ‘heeft de 2 miljoen doden van de wereldoorlog [Eerste Wereldoorlog, red.] op zijn geweten, nu weer honderdduizenden. Laat niemand tegen mij zeggen: “We kunnen ze toch niet het moeras in sturen! Wie maakt zich dan druk om onze mensen?” Het is goed als de angst voor ons uit gaat dat wij het Jodendom zullen uitroeien.’


 

Getto's

Rond deze tijd reden al de eerste deportatietreinen. Het Reichssicherheitshauptambt (RSHA), de veiligheidsdienst, had na bezwaar van de regionale verantwoordelijken tegen de oorspronkelijk geplande verplaatsing van 60.000 Joden naar het getto van Łódź gezorgd voor een aanpassing van het plan. Naar Łódź zouden nu nog 20.000 Joden en 5000 Sinti en Roma worden gedeporteerd; verder naar de getto’s van Riga en Minsk elk 25.000 Joden.
 

Ontheemde mensen

De eerste golf van deportaties werd al op 15 oktober in gang gezet. Voor 9 november werden ongeveer 20.000 Joden uit het Rijksgebied en 5000 Sinti en Roma uit de Oostenrijkse deelstaat Burgenland naar Łódź afgevoerd,  tussen 8 november 1941 en 6 februari 1942 in totaal bijna 25.000 mensen naar Riga en Kowno. En bijna 8000 mensen naar Minsk, waar de deportaties vanwege de winterse omstandigheden werden afgebroken.  

Al begin november 1941 ging het RSHA ervan uit dat de deportaties in het voorjaar voortgezet zouden worden met een derde deportatiegolf. Deze treinen zouden moeten rijden naar het district Lublin, dus naar het district van het gouvernement-generaal, waar al in 1939 het ‘Jodenreservaat’ was gepland. De deportaties moesten ‘per stad’ plaatsvinden – een proces waar Hitler het uitdrukkelijk mee eens was.

20.000 Joden en 5000 zigeuners werden naar Łódź afgevoerd
 

Na zijn fundamentele beslissing van half september om te beginnen met de deportaties, hield de dictator zich dus ook verder bezig met de concrete details van de ‘evacuaties’.Verbonden met dit besluit was bovendien het idee de ontheemde mensen in het voorjaar verder ‘oostwaarts’ te deporteren. De SS trof daarom met hulp van de plaatselijke burgerlijke overheden verdere voorbereidingen op de aankomstplaatsen van deze deportaties. Gestreefd werd nu naar massamoord op de autochtone Joden. Himmler had daartoe al vroeg een duidelijk signaal gegeven.
 
De ‘toezegging’ van rijksstadhouder Greiser om Joden op te nemen in het getto van Łódź schijnt gekocht te zijn met de toestemming van Himmler om 100.000 plaatselijke Joden te vermoorden. Deze massamoorden moesten plaatsvinden door vergassing, een methode waarmee men inmiddels ervaring had opgedaan. De gaswagens van het Sonderkommando Lange, dat sinds 1940 in Warthegau Poolse psychiatrisch patiënten had vermoord, werden nu in de omgeving van Łódź gebruikt voor het vermoorden van de gettobewoners.
 

Sleutellocaties

Als de verschillende elementen samengevoegd worden, wordt zichtbaar dat de SS na Hitlers besluit van september een omvattend deportatie en moordplan had ontwikkeld. De massamoord op de Joden die in de Sovjet-Unie al op gang was gekomen, zou nu moeten worden uitgebreid naar sleutellocaties in Polen.

Zoals eerder bij de moorden in de Sovjet-Unie was Himmler de beslissende figuur, die ter plaatse de bevelen gaf en de lijnen bij elkaar liet komen. Hij gaf half oktober aan de SS- en politieleider van het district Lublin, Globocnik, de opdracht voor de bouw van een vernietigingskamp (Bełżec). In december had hij een ontmoeting met Brack, de hoofdverantwoordelijke voor de euthanasie, die kort daarna zijn moordspecialisten detacheerde bij Globocnik.

In oktober begonnen de voorbereidingen voor de bouw van vernietigingskampen in Riga en vermoedelijk ook in de regio Minsk (Mogiljov). Daarmee
waren op alle vier de bestemmingsdoelen van de deportaties uit Duitsland voorbereidingen gaande voor een massamoord op de binnenlandse Joden met behulp van gas: in Łódź, in Riga, in Minsk en in het district Lublin (Bełżec).
 

Verantwoordelijk

Het besluit tot dit moord- en deportatieprogramma is niet schriftelijk overgeleverd, maar het resultaat van een reconstructie. Dit programma werd onmiddellijk na het bevel van Hitler voor de deportatie van de Duitse Joden van half september door Himmler ontwikkeld en aansluitend uitgevoerd. Van Hitler kwamen de aanzet en het initiatief, en ook de rugdekking en de bevestiging.

In welke mate hij ook de details van dit programma concreet bepaalde en in welke mate hij zich door Himmler, die regelmatig in zijn hoofdkwartier verbleef, op de hoogte liet houden, is niet duidelijk. Voor de beoordeling van de af en toe geopperde bewering dat Hitlers satrapen het beleid voor het vermoorden van de Joden zonder zijn medeweten of zelfs tegen zijn wil zouden hebben bespoedigd, is dit echter niet van belang. Want als men Hitlers houding ten opzichte van het ‘Jodenvraagstuk’ over een langere termijn bekijkt, dan was altijd hij degene die in steeds radicaler wordende stappen de beslissende koers uitzette en de ontwikkeling als zodanig in de hand hield.

Met zijn onaanvechtbare autoriteit zorgde Hitler ervoor dat de SS kon rekenen op de medewerking van de instanties die betrokken waren bij dit omvattende deportatie- en moordprogramma, zoals burgerlijke overheden, gemeentebesturen van de deportatiesteden, spoorwegen en financiële overheden. Himmler, Heydrich en de SS-leiding zorgden voor de concretisering en de uitvoering; de uiteindelijke verantwoordelijkheid lag bij de Führer.
 
De Duitse historicus Peter Longerich is directeur van het Research Centre for the Holocaust and Twentieth-Century History aan Royal Holloway, University of London.