Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
dinsdag 17 juli 2012

Geuzenliedjes over de Amsterdamse verraders

Interview met Femke Deen

door Anne Burgers

Hoe zag het publieke debat tijdens de Opstand eruit?
‘Behalve van brieven werd er gebruik gemaakt van processies, geruchten, liedjes en discussies. Vooral in de laatste jaren voordat Amsterdam zich aansloot bij de Opstand stond de vraag centraal of de stad vrede moest sluiten met de andere gewesten. Een Amsterdamse op de schuit naar de stad maakte mee dat opstandelingen op zoek waren naar ‘Moorddammers’, wegens de terechtstellingen van rebellen en ketters die er in hun stad plaatsvonden. De vrouw had wijselijk haar mond gehouden, maar vertelde de anekdote rond aan kennissen. Een ander was overvallen omdat hij een Amsterdammer was, en er werden geuzenliedjes gezongen over de Amsterdamse verraders. Door dit soort gebeurtenissen ontstond het idee onder Amsterdammers dat ze gehaat werden.'

'Een brief van Willem van Oranje waarin hij de Amsterdammers opriep zich aan te sluiten bij de Opstand was olie op het vuur. Hoewel niet iedereen die brief las, deed de inhoud ervan snel de ronde. Vervolgens ontstond het gerucht dat opstandige soldaten onder weg waren naar Amsterdam om de stad in te nemen. Dit deed de woede van de bange Amsterdammers ontvlammen: de burgemeester had op Oranjes voorstel moeten ingaan en zich moeten distantiëren van het Spaanse gezag. Op openbare plaatsen ging men in gesprek over hoe de stad nu verder diende te handelen.'

'Een belangenstrijd tussen verschillende groepen was natuurlijk niets nieuws, maar dat een conflict op zo’n publieke manier werd uitgevochten,  met gebruikmaking van media en de openbare ruimte, was nog niet eerder gebeurd.’

In de zestiende eeuw had het volk geen inspraak in de besluitvorming. Wat was het doel van openbaar debat?
‘Hoewel directe inspraak ongewenst was, berustte het politieke systeem indirect wel degelijk op de gunst van een brede groep mensen. Die machtsverhouding zat ook verankerd in de ideologie over stedelijke eendracht: om chaos en anarchie te voorkomen, was het belangrijk dat er eensgezindheid bestond. Als het volk niet het idee had dat het iets in te brengen had, vond het een opstand gerechtvaardigd.'

'De betekenis van stedelijke eendracht werd door verschillende groepen anders geïnterpreteerd. Zo stelden de opstandelingen dat zij eendracht nastreefden. Willem van Oranje benadrukte het in zijn brieven: hij pleitte voor de vereniging van de provincies, en schreef over “het vaderland”. Tegelijk legde hij er geen verantwoording over af dat zijn aanhangers de eendracht door het openbaar uiten van kritiek ondermijnden. Het doel heiligde de middelen. Het herstel van de eendracht was het doel, openbaar debat het middel.’

Wat deed het katholieke gezag om het publieke debat te beïnvloeden?
‘De Amsterdamse machthebbers onthielden zich heel bewust van het verspreiden van pamfletten, omdat ze zich dan schuldig zouden maken aan hetgeen waarvan ze de opstandelingen betichtten: het betrekken van een breed publiek bij het conflict.'

'In eerste instantie mengden de machthebbers zich uit noodzaak in het publieke debat, later schakelden ze bewust een aantal media in om een groot publiek te bereiken. Een voorbeeld daarvan was de openbare afkondiging van wetten. Toen deurwaarders de nieuwe Spaanse wet over de Tiende Penning zouden aankondigen, probeerden lokale autoriteiten dat te verhinderen. Dat lukte niet, dus lieten ze verklaringen voorlezen waaruit zou blijken dat zij alles hadden gedaan om deze slechte wet te voorkomen. Dat moest het volk rustig houden.’

Bestond er al zoiets als een publieke opinie?
‘Als historicus wil je graag zoiets als een publieke opinie ontdekken, maar ik heb er bewust voor gekozen om dat los te laten. Aan de definitie van publieke opinie kleven moderne associaties – democratie, vrijheid van meningsuiting, onafhankelijke media – die simpelweg niet bestonden in de zestiende eeuw.’