Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
dinsdag 31 januari 2012

‘De slachtoffers hadden alleen slechte keuzes’

Interview met Christopher Browning



31 januari | Thomas Smits en Jan Julia Zurné

Wat hoopte u te bereiken met Doodgewone mannen?
‘Het was het eerste “bottom up” onderzoek naar de dynamiek binnen een moordbrigade. Naar het vernietigingsbeleid van de nazi’s was al veel onderzoek gedaan, maar over de beleving van laaggeplaatste uitvoerders van de Holocaust was nog weinig bekend. Toen ik in Hamburg de getuigenissen van 210 leden van reserve-politiebataljon 101 vond, wist ik dat ik prachtig materiaal in handen had. De verhoren waren niet afgenomen om de politiemannen zelf te vervolgen, maar als bewijs in een rechtszaak tegen hun officieren. De politiemannen waren bereid veel te vertellen, omdat ze zelf niet bestraft werden en vaak een hekel hadden aan hun officieren. Dadergetuigenissen met een dergelijke levendigheid en authenticiteit was ik nog niet tegengekomen. In het boek wilde ik aantonen dat deze mannen geen politieke fanatici of psychopaten waren, zoals eerder vaak werd aangenomen, maar “gewone” mensen, die onder de juiste omstandigheden in massamoordenaars veranderden.’

In Doodgewone mannen stelt u dat sociale mechanismen binnen het bataljon belangrijker waren dan ideologische motivatie. U staat hiermee lijnrecht tegenover Daniel Goldhagen, die in zijn enkele jaren later verschenen boek Hitlers gewillige beulen op basis van dezelfde bronnen concludeerde dat de politiemannen handelen uit een moorddadig antisemitisme dat al vóór de Tweede Wereldoorlog latent aanwezig was in de Duitse cultuur. Hieruit ontstond een inmiddels klassiek historische debat. Wat waren de positieve gevolgen van dat debat?
‘Omdat ik zo heftig werd aangevallen, kan ik niet zeggen dat het debat voor mij een prettige ervaring was. Hoewel Doodgewone mannen nu vaak als de “winnaar” wordt gezien, was Hitlers gewillige beulen toen het uitkwam ontzettend populair. In Amerika was er geen talkshow zonder Goldhagen en ook in Duitsland was er een en al lof. Een jonge Duitse onderzoekster legde me een keer uit waarom zij haar hart had verpand aan “Goldie”: het ging niet om de inhoud, maar om de boodschap.
Het boek sloot aan bij een generatieconflict, omdat Goldhagen de oude, grijze Duitsers met hun neus op de Holocaust drukte en liet zien hoe het daadwerkelijke moorden er aan toen was gegaan. De oudere generatie kon niet langer de verantwoordelijkheid voor de Holocaust ontkennen. Duitse historici hadden vooral geschreven over de structuur van het Derde Rijk, zonder dat het echt over mensen ging. De daders en hun belevingswereld bleven buiten beschouwing. Uiteindelijk denk ik dat het debat voornamelijk belangrijk was omdat er veel nieuw onderzoek uit voort is gekomen. Het heeft ervoor gezorgd dat er meer aandacht besteed wordt aan laaggeplaatste daders .’

In Doodgewone mannen en Remembering Survival maakt u veel gebruik van ooggetuigenverslagen. Wat zijn de voor- en nadelen van deze verslagen als historische bron?
‘We moeten het doen met de bronnen die er zijn. Hoewel er nadelen kleven aan het gebruik van ooggetuigenverslagen als historische bron, zou het zonde zijn om ze links te laten liggen. Je moet je bewust zijn van de problemen, en er vervolgens zo goed mogelijk mee omgaan. De getuigenissen zijn afgelegd in een juridische context en het is waarschijnlijk dat daders hun verhaal aanpasten om zichzelf mooier af te schilderen. Individuele verslagen kunnen aan een aantal tests worden onderworpen. Ik hanteer bijvoorbeeld de stelregel dat een getuigenis waarheidsgetrouwer is als deze heel gedetailleerd is of wanneer de aflegger zichzelf in diskrediet brengt. Als je genoeg getuigenissen van een bepaalde gebeurtenis hebt, kan je ze met elkaar vergelijken. Aan de hand van vele gedeeltelijke waarheden kan je uiteindelijk heel dicht in de buurt van de "echte" waarheid komen.’

U kiest veelal voor een beschrijvende aanpak met veel aandacht voor de omstandigheden waarin daders en slachtoffers verkeerden. Denkt u dat hierdoor het beeld zou kunnen ontstaan dat zowel de daders als de slachtoffers eigenlijk helemaal geen keuze hadden?
Doodgewone mannen en Remembering survival zijn in dat opzicht elkaars tegenpolen. In mijn laatste boek bechrijf ik hoe slachtoffers probeerden te overleven onder omstandigheden waarin de mogelijkheden erg beperkt waren. Voor de slachtoffers waren er vaak alleen slechte keuzes. Iedere keuze kon noodlottig zijn, en in het beste geval één extra dag opleveren.
Een centraal punt in Doodgewone mannen is dat het voor daders begon met de keuze wel of niet mee te doen aan het moorden. Een ongeschreven regel in het bataljon was dat niemand gedwongen werd te schieten: vanaf het begin wisten de mannen dat ze konden weigeren zonder dat daaraan consequenties verbonden waren. Zij hadden dus een uitgesproken “choiceful choice” in tegenstelling tot de “choiceless choices” van de slachtoffers.’

Mag een historicus morele oordelen vellen?
‘Ik probeer te omschrijven in welke situatie mensen zich bevonden, hoe ze deze beleefden en waarom ze deden wat ze deden. Daarnaast kijkt een historicus naar het verleden met de kennis van achteraf. Ik probeer me in te leven in de situatie waarin mensen verkeerden, maar vel ook een kritisch oordeel over hun daden. Je moet empathie hebben, maar geen sympathie.’

De Nederlandse regering heeft vorige week besloten geen wet tegen Holocaustontkenning aan te nemen. Wat vindt u daarvan?
‘Ik ben tegen elke wet die de vrijheid van meningsuiting beperkt. Met het oog op de gevoelens van overlevenden zou ik alleen in Duitsland en Oostenrijk, de landen van de daders, kunnen instemmen met een tijdelijk verbod op Holocaustontkenning. Ik kan me voorstellen dat het voor overlevenden erg pijnlijk is als neonazi’s in de landen die hun families hebben uitgemoord de Holocaust mogen ontkennen.
In de gevallen waarin ik getuige-deskundige was [tegen Ernst Zündel in Canada in 1988 en de aanklacht van David Irving tegen Deborah Lipstadt in 2000] vond ik dat het mijn taak als historicus was om te helpen de zaken zo goed mogelijk te voeren. Ik ga de discussie met Holocaustontkenners alleen in de rechtbank aan: daar buiten kun je niet winnen. Ze zijn namelijk niet geïnteresseerd in het achterhalen van de historische waarheid, maar alleen in hun politieke agenda. Wanneer het ze uitkomt veranderen ze de regels en het bewijs. In de rechtbank worden ze dan teruggefloten door de rechter.’

In uw werk wordt u geconfronteerd met veel gruwelijkheden. In Ordinary men concludeert u dat, onder bepaalde omstandigheden, de meeste mensen in staat zijn tot het verrichten van wrede misdaden. Hoe beïnvloedt deze kennis u als persoon?
‘Ik vertel ’s avonds niet aan de eettafel over de vreselijke dingen ik die dag gelezen heb. Daarnaast ben ik me ervan bewust dat ik het geluk heb nu te leven, en niet toen. Gelukkig heb ik er nooit achter hoeven komen wat ik gedaan zou hebben als Jood in een Pools getto, of als Duitser in een reserve politiebataljon. Hoewel ik weet wat de meeste mensen toen deden, weet ik niet wat ik zelf zou hebben gedaan. Ik ben me, zonder al te pessimistisch en cynisch te zijn, bewust van de kwetsbaarheid van de condition humaine, en het grote belang van het creëren en behouden van democratische politieke cultuur. Als het vinden van gewillige beulen een regime niet van genocide zal afhouden, moet je voorkomen dat genocidale regimes aan de macht komen. De menselijke natuur kun je niet veranderen, het politiek lot van een land wel.’


Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld hoe de Stasi tijdens de Koude Oorlog spioneerde in Nederland, waarom we 1968 kunnen bestempelen als rampjaar en wat ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog in hun dagboek schreven.