Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 7/2005

De problematische denazificatie van Oostenrijk

‘Om in Oostenrijk te kunnen leven moeten joden meesters zijn in het vergeten’

Door: Monique Broeshart
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
Hoewel de massa Hitler in 1938 op de Heldenplatz had toegejuicht en veel Oostenrijkers verantwoordelijk waren voor de holocaust, bleef in het land de mythe bestaan dat Oostenrijk het eerste slachtoffer was van Hitler-Duitsland. Maar in het naoorlogse Oostenrijk waren de deuren voor joden gesloten en werden voormalige nazi's massaal gerehabiliteerd.

Een golf van nationale schaamte ging door Oostenrijk toen afgevaardigde Siegfried Kampl afgelopen april in de Bondsraad herinnerde aan 'de brutale vervolging van nazi's na de oorlog'. De uitspraak illustreert de neiging in Oostenrijk om van de daders slachtoffers te maken en toont anno 2005 de gebrekkige denazificatie in rechtse kringen.

Kampl, wiens vader in 1948 werd veroordeeld voor zijn nationaal-socialistisch verleden, doelt met 'brutale vervolging' onder andere op de volksrechtbanken die de interimregering meteen na de bevrijding oprichtte. Eerst in het door het Rode Leger bevrijdde Wenen en daarna ook in de overige provincies.

De volksrechtbanken zijn veel minder bekend dan het Neurenberg-proces, waar nazi-misdadigers terechtstonden voor het Internationale Militaire Tribunaal. 'Vooral in de eerste maanden na de oorlog was hier sprake van een serieuze poging om Oostenrijk te denazificeren,' zegt historica Claudia Kuretsidis-Haider van het Oostenrijkse Oorlogsdocumentatiecentrum DÖW. De circa 700.000 Oostenrijkse leden van de NSDAP werden voor hun rechtsvervolging ingedeeld in twee categorieën: 'belast' of 'minder belast', afhankelijk van hun positie in de partijhiërarchie.

De straffen waren aanvankelijk hoog (zie kader). Maar voor een verregaande en langdurige denazificatie ontbraken de politieke wil en het maatschappelijk draagvlak. 'De rechters waren niet het probleem,' vertelt Kuretsidis-Haider. 'Die presteerden goed, ook in vergelijking met andere Europese volksrechtbanken. Politici daarentegen gebruikten hun invloed om mensen vroegtijdig vrij te krijgen en straffen terug te draaien.'

Na 1947 veranderde het maatschappelijke klimaat, aldus historicus Wolfgang Neugebauer, die veel publiceerde over rechts-extremisme in Oostenrijk: 'De Koude Oorlog maakte een einde aan de anti-Hitler-coalitie en het anticommunisme nam de plaats in van het antifascisme. De nationaal-socialisten hadden daar baat bij.'

Ook DÖW-directeur Brigitte Bailer-Galanda is zeer sceptisch over de zogenaamde 'antifascistische geest' van na de oorlog. 'Het denazificatieproces ging niet van harte. Het is Oostenrijk in zekere mate door de geallieerden opgedrongen en het land probeerde er steeds onderuit te komen,' vindt zij. En de geallieerden gingen in hun democratiseringseisen niet tot het uiterste, omdat zij vanwege de Koude Oorlog hun invloed in het grensland wilden behouden en er de stabiliteit niet in gevaar wilden brengen.

 

Puinruimen

Toen het Sovjet-leger op 13 april 1945 Wenen bevrijdde en de vlaggen met hamer en sikkel tussen de ruïnes wapperden, was de opluchting weliswaar groot dat er een einde was gekomen aan het oorlogsgeweld, maar heerste er ook angst voor de Russen, die berucht waren vanwege verkrachtingen en plunderingen. Veel Oostenrijkers associëren de bevrijding vooral met puinruimen, honger, schaarste, illegale handel, woningnood en onzekerheid over een eventuele status als Oostblokland. In de parken lagen slachtoffers van bombardementen begraven, werden moestuinen aangelegd en liet men melkkoeien grazen. Daarbij bevonden een half miljoen Oostenrijkers zich in krijgsgevangenschap en golden 247.000 soldaten uit de Wehrmacht als vermist. Wie van het front of de (Siberische) kampen thuiskwam, was veelal getraumatiseerd.

In die context schreven de kranten - zelf nog deels 'besmet' met nationaal-socialistisch jargon - over de processen van de volksrechtbanken en toonden de geallieerden voorlichtingsfilms over de gruweldaden van het nationaal-socialistische regime. Gaandeweg groeiden de weerzin tegen de denazificatie en het verlangen naar rust, eenheid en wederopbouw.

Na de oorlog waren Oostenrijk en Wenen verdeeld in gebieden onder Franse, Britse, Amerikaanse en Russische controle. Alleen met goedkeuring van de 'bezetters' kon de naoorlogse Oostenrijkse regering wetten invoeren of andere belangrijke beslissingen nemen. Zo'n 20.000 westerse en 40.000 Russische troepen waren tot 1955 in Oostenrijk gestationeerd.

Het land was nog niet eens helemaal bevrijd toen Stalin de gematigde sociaal-democraat Karl Renner de opdracht gaf om een tijdelijke regering te vormen. Renner had al eerder, na de val van het Habsburgse Rijk in 1918, aan de wieg van de eerste Oostenrijkse republiek gestaan. Daarom wordt hij nog steeds geëerd als vader des vaderlands. Maar uit een recente publicatie over de rol van de sociaal-democratische partij (SPÖ) in de denazificatie blijkt zijn ambivalente houding ten opzichte van het nationaal-socialisme.

Zo had de geboren Sudeten-Duitser indertijd de Anschluss met Duitsland goedgekeurd. Zoals veel partijgenoten twijfelde hij aan de levensvatbaarheid van het sterk gedecimeerde Oostenrijk en pleitte hij voor een groot Duits Rijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde Renner teruggetrokken op het platteland. Schuld aan deze oorlog hadden volgens hem niet de nazi's, maar de 'kapitalistische, imperialistische spanningen'.

In het naoorlogse regeerakkoord stond de Ausrottung des Nationalsozialismus voorop. En in 1945 waren de rechten van alle NSDAP'ers inderdaad nog beperkt. Maar algauw blijkt ook hier Renners dubbelzinnigheid. Want op het voorstel van zijn sociaal-democratische partij om de 'minder belaste' leden vijf jaar lang stemrecht te onthouden, geen leidende functies te geven en hogere belasting te laten betalen, zegt Renner: 'Hitler was een engel in vergelijking met dit plan. Ik zou me schamen als men hiertoe zou besluiten.'

En hij kreeg zijn zin. Met het oog op de verkiezingen kwam er in 1948 een amnestieregeling voor de 'minder belaste' leden. En in 1950 mochten ook de 43.000 'belaste' NSDAP'ers weer stemmen, aan de universiteit studeren en lid worden van een politieke partij. De geallieerden waren er weliswaar in geslaagd de amnestie te vertragen, maar ze konden die niet tegenhouden.

Niet alleen de SPÖ, maar alle drie de regeringspartijen concurreerden om de stemmen van NSDAP'ers en hun familieleden. De SPÖ ging zelfs zover dat ze, met de bedoeling het conservatieve blok te splitsen, bij de geallieerden lobbyde voor de oprichting van het Verbond van de Onafhankelijken (VdU), een partij voor oud-NSDAP'ers. Deze partij behaalde in 1949 zestien zetels en gebruikte haar invloed om de denazificatie verder tegen te gaan en herstelbetalingen voor geroofd bezit aan joden te dwarsbomen.

 

Opportunisten

In 1955 ondertekenden Oostenrijk en de geallieerden het Staatsverdrag. Dat garandeerde dat Oostenrijk nooit meer onderdeel van Duitsland zou worden en ook niet tot het Warschaupact zou toetreden. Oostenrijk werd onafhankelijk en neutraal, en voor velen is dit, en niet 8 mei 1945, Hitlers capitulatie, het moment van de bevrijding. Toen de Russen met de neutraliteit instemden en de 60.000 geallieerde troepen vertrokken, stapten duizenden leden meteen uit de Oostenrijkse communistische partij - 'opportunisten,' constateert de huidige partijvoorzitter Walter Baier.

Zonder directe buitenlandse inmenging en met de verminderde communistische invloed was de weg vrij voor de totale amnestie van 'belaste' NSDAP'ers. Vanaf 1957 kwamen ze allemaal in aanmerking voor uitkeringen, pensioens-, inkomens- en eigendomsvergoedingen. 'Het deed de denazificatie bijna geheel teniet,' aldus Bailer-Galanda.

Ook met de volksrechtbanken was het in 1956 afgelopen. Oorlogsmisdadigers werden weer berecht door gewone rechtbanken met de oude rechters. 'Wie de volksrechtbanken was ontglipt, had na 1955 grote kans ongestraft te blijven,' stelt Gerhard Milchram van het Joods Museum. In 1972 werd voor het laatst iemand in Oostenrijk veroordeeld wegens een nazi-misdaad.

De redenen voor vrijspraak waren vaak obscuur. In de zaak tegen Erich Rajakowitsch, een medewerker van Eichmann die medeverantwoordelijk was voor de deportatie van Belgische en Nederlandse joden vanuit Parijs, oordeelde de rechter in 1965 dat Rajakowitsch de gevolgen van zijn handelen niet kon overzien en dat de juryleden wegens hun joodse geloof niet onpartijdig zouden zijn. Franz Murer, in 1963 aangeklaagd wegens moord op negentien joden in Vilnius, ontving een applaus bij zijn vrijspraak.

De integratie van (voormalige) nazi's verliep 'voorbeeldig'. In het kabinet van de joodse, sociaal-democratische bondskanselier Bruno Kreisky, die regeerde van 1970 tot 1983, zaten maar liefst vijf ministers met een NSDAP-verleden, onder wie de sociaal-democraat Otto Rösch. Rösch was dertien jaar minister van Binnenlandse Zaken en Defensie, hoewel hij tijdens het nazi-bewind lesgaf aan de nationaal-socialistische eliteschool NAPOLA en in 1947 werd betrapt met een koffer valse documenten, bestemd voor nazi's op de vlucht naar het buitenland. 'Belast' was ook Landbouwminister Hans Öllinger: hij zat al in 1937 bij de SS.

Gemiddeld bedroeg het aandeel gouverneurs, ministers en afgevaardigden met een nazi-verleden bij de SPÖ ruim 10 procent en bij de christen-democratische ÖVP 12 procent. De rechts-extreme FPÖ (de voormalige partij van Jörg Haider) kan als opvolger van de VdU haar achtergrond moeilijk verloochenen; zo was de medeoprichter van de FPÖ, Anton Reinthaller, vanaf 1938 Land- en Bosbouwminister onder Hitler. Partijvoorzitter Friedrich Peter was Obersturmführer geweest maar kon tot 1986 Kamerlid blijven.

Ook in andere sectoren was sprake van de zogenoemde 'continuïteit der elite': oud-SS'er Hans Biringer werd directeur van de politie in Salzburg. Artsen, dirigenten en rechters konden ondanks een nationaal-socialistisch verleden weer aan de slag.

 

Antisemitisme

Het valt daarom volgens Bailer-Galanda niet uit te sluiten dat voormalige nazi-artsen holocaustslachtoffers hebben gekeurd voor hun uitkering of dat 'foute' juristen hun restitutieaanvragen in behandeling namen. Op enkele uitzonderingen na bleven de deuren in Oostenrijk voor teruggekeerde joden gesloten. 'We heten alle Oostenrijkers welkom, maar als Oostenrijkers, niet als joden,' zei bondskanselier Leopold Figl, die overigens zelf als conservatieve tegenstander van het nazi-bewind gevangen had gezeten in Dachau, in 1946. Bitter moet men constateren dat voormalige nazi's het gat vulden dat de joden hadden achtergelaten. 'De "continuïteit der elite" betekent ook een continuïteit van het antisemitisme,' aldus Bailer-Galanda.
Van de ruim 100.000 gedeporteerde Oostenrijkse joden zijn er slechts weinig teruggekeerd. Oostenrijk was na de oorlog voor veel joodse vluchtelingen, displaced persons, een transitland, maar geen eindbestemming. De afgelopen zestig jaar telt de joodse gemeenschap in Oostenrijk rond de 6000 leden. Met 87.000 platgebombardeerde huizen heerste in Wenen grote woningnood en konden de joden nauwelijks aanspraak maken op hun 63.000 geroofde woningen. Wie toch een restitutieaanvraag indiende, kwam terecht in een bureaucratisch labyrint.

De joodse gemeenschap protesteerde, maar tevergeefs. 'Ik begrijp niet waarom net nu één ras speciale privileges zou moeten krijgen. Anderen die niet weggingen ontvangen geen ondersteuning, waarom zouden de joden die dan wel krijgen?' zei de Landbouwminister in 1948. Veel joden hebben pas halverwege de jaren negentig een symbolische en eenmalige herstelbetaling aangevraagd. De claims voor daadwerkelijke restitutie staan nog steeds open.

'Om in Oostenrijk te kunnen leven moeten joden meesters zijn in het vergeten,' schrijft de bekende publiciste en filmmaakster Ruth Beckermann. Het gevolg is een zwijgen, aan beide kanten. Daders werden niet ter verantwoording geroepen, deels omdat er geen slachtoffers in de samenleving aanwezig waren en ook omdat de joodse gemeenschap te zwak stond tegenover de goed gesitueerde nazi-leiders op hoge posities.

 

Waldheim

Zo kon de mythe van Oostenrijk als eerste slachtoffer van Hitler-Duitsland zich handhaven, ondanks het feit dat de massa's Hitler in 1938 op de Heldenplatz hadden toegejuicht en veel Oostenrijkers hoofdverantwoordelijk waren voor de holocaust. Ter rechtvaardiging van de hardnekkige slachtoffermythe greep men gretig terug op de declaratie van Moskou uit 1943. Daarin omschrijven de geallieerden Oostenrijk als 'eerste slachtoffer van het agressieve nazi-regime'. 'Oostenrijk heeft niets goed te maken, omdat het niets heeft misdaan,' zei Handelsminister Ernst Kolb in 1946. In een dergelijk klimaat waren joden en andere slachtoffers niet welkom; zij zouden deze mythe immers kunnen doorbreken.

Ondanks pogingen tot denazificatie verklaarde in 1947 zo'n 71 procent van de bevolking dat Oostenrijk geen schuld had aan de Tweede Wereldoorlog. En die opvatting was eigenlijk de gangbare, tot het schandaal in 1986 rondom president Kurt Waldheim. Waldheim had verzwegen dat hij SA-officier was geweest en bleef volhouden 'alleen zijn plicht te hebben gedaan'. Dit heeft veel losgemaakt bij jongere generaties, die de slachtoffermythe nu ontmantelen.

Toch zijn we volgens Bailer-Galanda weer 'terug bij af': de huidige regering herdenkt gedurende dit jubileumjaar vooral het naoorlogse leed en niet de geschiedenis die daaraan voorafging. De minister van Justitie heeft de vervolging van nazi-misdadiger Heinrich Gross, die als arts (dodelijke) proeven deed met mindervalide kinderen, stopgezet. De regering weigert daarentegen om Oostenrijkse deserteurs uit de Duitse Wehrmacht te rehabiliteren en een slachtofferuitkering toe te kennen.

Dit is deel 2 van een serie over Europa vlak na de Tweede Wereldoorlog. In het juninummer van 'Historisch Nieuwsblad' verscheen 'De mislukte politieke vernieuwing van Nederland na de Tweede Wereldoorlog'.

Siegfried Kampl
Siegfried Kampl, vroeger lid van de rechts-populistische FPÖ en nu overgestapt naar Jörg Haiders nieuwe BZÖ, is behalve de Karinthische afgevaardigde in de bondsraad ook burgemeester van het stadje Gurk. De ophef over zijn uitspraken was des te groter omdat hij per juli 2005 aan de beurt zou zijn geweest voor het roulerend bondsraadsvoorzitterschap. Wettelijk was het niet mogelijk om hem zijn mandaat af te nemen, en hij weigerde af te treden. Daarom is in ijltempo een wet aangenomen waarmee de provinciale regering de optie krijgt om een vervangende voorzitter aan te wijzen. Dat is inmiddels gebeurd. Kampl is in beroep gegaan.

Volksrechtbanken
In Oostenrijk zijn tussen 1945 en 1955 in totaal 23.000 mensen door volksrechtbanken voor hun nazi-verleden veroordeeld, van wie 43 mensen de doodstraf kregen (er zijn er 30 uitgevoerd), 29 levenslang en 269 gevangenisstraffen van tien tot twintig jaar. De volksrechtbanken bestonden uit twee beroepsrechters en drie lekenrechters die afgevaardigd werden door de drie regeringspartijen. Omdat veel rechters zelf een nationaal-socialistisch verleden hadden, deed men vaak een beroep op gepensioneerde rechters. Terwijl de doodvonnissen voor de grote nazi's algemene instemming vonden, bleken de hoge straffen voor de 'eenvoudige' partijleden niet haalbaar. In 1955 zaten van de honderden veroordeelden nog maar veertien mensen hun straf daadwerkelijk uit.