Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 10/2004

Stille getuigen

De souvenirs van Louis Couperus

Door: Marcel Broersma
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
De geschiedenis laat haar sporen na. Monumenten, voorwerpen en graven herinneren aan bijna vergeten personen. Hun verhaal wordt hier verteld. Deze keer de souvenirs van schrijver Louis Couperus (1863-1923) in het Louis Couperus Museum te Den Haag.


Een vagebond - zo omschreef Louis Couperus zichzelf. Een fatsoenlijke vagebond weliswaar, en een die vagebondeerde met een batterij koffers. Maar toch: een zwerver en een eeuwige zoeker, die niet gebonden wilde zijn aan een huis of een plek. Telkens was de vraag: wonen of niet wonen? In een feuilleton onder deze titel schreef Couperus: 'Onze vreemde nostalgieën dwingen ons telkens andere horizonnen op te roepen rondom onze ziel, die smacht, naar iets, dat zij zelve niet zeggen kan.'

Zijn hele leven lang trok de schrijver rusteloos rond. Van hotel naar pension, van pension naar appartement. Van Den Haag, via de Côte d'Azur, naar Rome. Steeds vergezeld van een grote hoeveelheid bagage en zijn vrouw Elisabeth, die haar man trouw volgde, ondanks haar eigen behoefte om te wonen. Gemakkelijk had ze het niet. Woonden ze te Nice in een huis met open haard, dan verveelde Louis zich en wilde hij naar Rome. Eenmaal daar klaagde hij over de centrale verwarming in hun kamers en verlangde hij weer naar het Franse houtvuur.

Om 'vreemde' ruimtes toch eigen te maken, sleepte Couperus tal van attributen in zijn koffers mee. Met een 'somptueus fluweelen kleed' werd het bed een divan. Een schot met foto's en ansichtkaarten van beelden en schilderijen onttrok de wastafel aan het oog. De tafel werd bekleed met fluweel en een brokaten lopertje; daarop het meegebrachte zilveren servies en het Japanse porselein. Antieke auteurs pronkten in perkament met goud op snee in een koffer die boekenkast was geworden. Tegen de muur stonden nog meer fotografieën en enige beeldjes, en als klapstuk hing er een goudgeweven lap met pauwenveren. 'Ik reis altijd met pauweveêren: hunne prachtige kleuren brengen geluk aan, o lezer: geloof niet, wie u zegt, dat pauweveêren ongeluk aan brengen!'

'Thuis' was voor Couperus een melange van vertrouwde voorwerpen en aandenkens aan eerdere reizen. Vooral de klassieke beeldhouwkunst trof hem, en antieke bronzen Atlasjes en ivoren Madonna's waren daarom een vast onderdeel van zijn reiscollectie. Hij gebruikte ze als presse-papier voor de vele vellen met reisimpressies die hij schreef voor Nederlandse kranten. Ze vormden zijn inspiratiebron - veel van Couperus' romans spelen zich af tegen het decor van de klassieke oudheid - en hielden de herinnering aan esthetische ervaringen levend.

In de nalatenschap van de schrijver bevinden zich zes gipsen reliëfjes van antieke friezen. Zijn vrouw heeft ze altijd zorgvuldig bewaard; ze zijn herhaaldelijk gebroken en weer gelijmd. Via een familielid kwamen ze terecht bij het Couperus Museum in Den Haag, dat ze tentoonstelde en doorspeelde naar het Letterkundig Museum. Daar worden ze nu bewaard.

Waarschijnlijk kocht Couperus de reliëfjes tijdens het Londense season in 1921. Tussen het teaën, lunchen en dineren door vond hij één keer de tijd voor een bezoek aan het British Museum - dat in zijn winkel nog steeds dergelijke reliëfjes verkoopt. Ondanks de vluchtigheid van het moment beroerde de 'eeuwige, onverwelkbare schoonheid der Grieksche marmers' de schrijver hevig. 'Het was zulk een vreemd moment, een intermezzo, iets prachtigs, heel kort. Je eigen tijd een seconde weg en ineens die godsmensch-koppen en - lichamen in oud, verminkt marmer.'

Het was een sensatie die hij waarschijnlijk wilde conserveren. In de beslotenheid van een Londens museum vond hij wat hij in het moderne Athene miste: het gevoel contact te hebben met de onsterfelijke oudheid. Het weemoedige verlangen de vergankelijkheid te kunnen stuiten werd hier voor een moment vervuld.