Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 10/2004

De moord op Theo van Gogh

Elke gek met een pistool kan een ongewapende fietser vermoorden

Door: Maarten van Rossem
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
De moord op Theo van Gogh zou aantonen dat er iets grondig mis is in Nederland. Maar dat veel Nederlanders dat denken betekent nog niet dat het zo is, betoogt Maarten van Rossem. De kans dat de modale Nederlander om het leven zal komen door terroristisch geweld is nog steeds verwaarloosbaar klein.


De gruwelijke moord op Theo van Gogh door een ernstig gestoorde adolescent met radicaal islamitische opvattingen en de daaropvolgende aanslagen op moskeeën en een islamitische school hebben in Nederland geleid tot een verward en lichtelijk hysterisch debat over de toestand van de natie. Nederland zou Nederland niet meer zijn, Nederland zou op de verkeerde weg zijn en Nederland zou zijn onschuld hebben verloren.

Laten we met dat laatste beginnen. Het zou ronduit merkwaardig zijn als Nederland pas in 2004 zijn onschuld zou hebben verloren, voorzover naties althans onschuldig kunnen zijn en die onschuld kunnen verliezen. Nederland heeft een omvangrijk koloniaal verleden, dat niet bepaald onschuldig was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gruwelijke dingen gebeurd, die weliswaar het werk van de Duitse bezetter waren, maar de Nederlandse natie desondanks niet in volmaakte onschuld lieten voortbestaan. De Nederlandse onschuld lijkt vooral een vaag concept dat gekoppeld is aan de eerste naoorlogse decennia en wellicht vooral aan de jaren vijftig.

Het gaat hier over de tijd dat vadertje Drees tot ieders tevredenheid regeerde, kerkgang nog vanzelfsprekend was, geluk nog heel gewoon en iedereen dolgelukkig met een boterham met tevredenheid. Het behoeft geen betoog dat dit paradijs een mythe is, die zijn bestaan dankt aan de simpele noodzaak een contrast te creëren met een als zeer onbevredigend ervaren heden. Ooit waren we gelukkig en tevreden, nu zijn we ongelukkig en ontevreden. Ooit waren we even onschuldig als Ot en Sien, nu hebben we die onschuld verloren. Wanneer we precies het paradijs hebben verlaten, wordt nooit duidelijk. Volgens sommigen al in de rumoerige en pretentieuze jaren zestig, volgens vele anderen pas met de moord op Pim Fortuyn in 2002.

De moord op Theo van Gogh werd direct gekoppeld aan de moord op Fortuyn. Op het eerste gezicht een voor de hand liggende gedachte, bij nader inzien een onverantwoorde constructie, zeker als die suggereert dat politieke moord in Nederland nu een min of meer normale aangelegenheid is geworden. De moordenaars van Fortuyn en Van Gogh kwamen uit totaal verschillende maatschappelijke sectoren en hadden al even verschillende motieven. We zouden hoogstens kunnen zeggen dat beide moordenaars gestoorde fanatici waren.

Jeugdige warhoofden
In hoeverre is er nu reden om aan te nemen dat de Nederlandse samenleving werkelijk ingrijpend is veranderd of op de verkeerde weg is? Dat veel Nederlanders dat denken betekent nog niet dat het zo is. Aan het dagelijks leven van het overgrote deel der Nederlanders is door de dramatische gebeurtenissen niets veranderd. Dat veel Nederlanders vinden dat het vaderland op de verkeerde weg is, is niet het gevolg van eigen ervaringen, maar van de eindeloze televisie-uitzendingen over de gebeurtenissen van de afgelopen weken. Vanwege die beelden denken vele Nederlanders ook dat hun eigen veiligheid door mogelijke terroristische acties wordt bedreigd.

Het gevoel dat er iets fundamenteel mis is met Nederland en dat het allemaal nog veel erger zou kunnen worden, is het gevolg van het feit dat de moordenaar van Van Gogh geen verdwaalde eenling was, zoals de moordenaar van Fortuyn, maar een Nederlander van Marokkaanse afkomst en al jaren onderdeel van een soort terroristische cel die in de loop van de afgelopen jaren allerlei wilde plannen heeft bedacht. Van deze radicaal islamitische jongeren is het maar één stap naar radicale imams in radicale moskeeën.

Vervolgens is het een kwestie van suggestie. Een paar procent van de in Nederland wonende moslims zou een radicaal potentieel hebben, en dan kan worden geëindigd met de beangstigende constatering dat er in Nederland een miljoen moslims zijn. Zit Nederland dus in de naaste toekomst met botsende beschavingen? Wordt de essentie van het Nederlandse cultuureigen bedreigd door overzoenlijke islamitische immigranten, die er uiteindelijk op uit zijn hun normen en waarden aan Nederland op te dringen?

De moordenaar van Van Gogh was inderdaad onderdeel van een terroristische cel. Die cel was bekend bij de autoriteiten en diverse leden waren zelfs al eens opgepakt en tijdelijk opgesloten. De moordenaar werd door de autoriteiten beschouwd als een ongevaarlijke meeloper. Dat bleek een fatale misrekening, al blijft dat een gemakkelijke constatering achteraf. Uit alle berichtgeving werd duidelijk dat de terroristische cel niet groot was en vooral bestond uit jeugdige warhoofden. Geen van hun megalomane plannen maakt een realistische indruk. Dat Van Gogh is vermoord komt doordat iedereen een ongewapende fietser kan vermoorden. Elke gek met een pistool kan een enorme hoeveelheid maatschappelijke narigheid veroorzaken.

Hoeveel Nederlandse moslims radicale neigingen hebben is onbekend; elke schatting is een slag in de lucht. Laten we echter eens aannemen dat het om enkele tientallen gaat - tot op heden is er geen enkele reden te veronderstellen dat het er meer zijn. In het ergste geval zitten we dan in de naaste toekomst met een probleem dat zich goed laat vergelijken met de moeilijkheden die eerder in andere Europese landen werden veroorzaakt door de IRA, de ETA, de RAF, de Rode Brigades of de Revolutionaire Cellen.

Dergelijke organisaties kunnen, ook als zij slechts een zeer beperkt aantal leden hebben, jarenlang maatschappelijke overlast en grote ellende teweegbrengen. Als de overheid echter het hoofd koel houdt en tot redelijk effectieve bestrijding komt, is er geen enkele reden om aan te nemen dat dergelijke terroristische activiteiten tot een blijvende ontwrichting van de samenleving zullen leiden. Zelfs als er in Nederland per jaar twee terroristische moorden zouden worden gepleegd - wat mij voorlopig niet waarschijnlijk lijkt -, is dat slechts 1 procent van het totaalaantal moorden per jaar.

Klussen in huis
Hiermee raken we aan het merkwaardige feit dat veel doodgewone Nederlanders zich toch onveilig voelen. De kans dat de modale Nederlander om het leven zal komen door terroristisch geweld is statistisch verwaarloosbaar klein. We hebben hier te maken met de volkomen gestoorde risicoperceptie van de moderne mens. Die maakt zich druk over spectaculaire risico's die uiterst onwaarschijnlijk zijn, maar helemaal niet over de aanzienlijke risico's van het dagelijks leven: het verkeer, klussen in huis, de barbecue enzovoort. In plaats van zich te laten verleiden tot wilde retoriek over de meedogenloze oorlog tegen het terrorisme, zou de Nederlandse regering er verstandig aan doen duidelijk te maken hoe groot de risico's werkelijk zijn.

Uiteindelijk worden de gevoelens van angst en ongemak wellicht toch het sterkst gestimuleerd door de gedachte dat de miljoen moslims in Nederland geen Nederlanders willen worden - dat zij in cultureel opzicht een soort vijfde colonne vormen. Zowel op praktische als op historische gronden is er geen reden dat te veronderstellen. De meerderheid van de moslims in Nederland belijdt die godsdienst in feite niet actief. De sociaal-economische positie van de recente immigranten in Nederland is niet fantastisch, maar vergelijkenderwijs ook weer niet slecht.

Vorige groepen van immigranten in Nederland zijn relatief gemakkelijk geïntegreerd. Met de immigranten uit islamitische landen zal dat waarschijnlijk wat moeizamer gaan, maar de geschiedenis van de immigratie in de Verenigde Staten leert dat zelfs de moeilijkst integreerbare immigranten zich na vijftig tot vijfenzeventig jaar volledig hebben aangepast. We moeten gewoon geduld hebben en zeker niet in paniek raken.

Maarten van Rossem is hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en sprak op de crematie van Theo van Gogh.