Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 7/2003

Dertig jaar na de opening van Hoog Catharijne

‘Ooit wordt Hoog Catharijne een monument van de functionele architectuur.’

Door: Martijn Blekendaal
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
Op 24 september 1973 werd in Utrecht onder luid protest het hoofdgebouw van megacomplex Hoog Catharijne geopend. Ingenieur A. Feddes was als directeur van projectontwikkelaar Empeo van het begin af aan betrokken bij de schepping van het omstreden bouwwerk. 


Dertig jaar na de feestelijke opening van Hoog Catharijne lijkt Feddes zich nog tot in detail te herinneren om welke bedragen, maten en afstanden het toen ging. Zittend aan zijn ronde eetkamertafel schiet zijn vinger vliegensvlug over een tekening van het complex. 'Dat moest twintig meter naar voren, en dan vijf hectaren hier, en toen kwam dat gebied vrij, toch zo'n zevenhonderd meter, en daar aan de Croeselaan, daar hebben we...' De 77-jarige oud-bestuurder is zichtbaar trots. 'Hoog Catharijne heeft Utrecht tot het winkelhart van Nederland gemaakt. Ons plan heeft de stad vooruitgang gebracht, die er zonder het complex nooit zou zijn geweest.' 
          Toch heeft Hoog Catharijne in de loop der jaren meer kritiek geoogst dan lof. Meteen al tijdens de opening in 1973, terwijl prinses Beatrix binnen op symbolische wijze een fontein in werking stelde, maakten buiten enkele duizenden demonstranten hun ongenoegen kenbaar. Grote boosdoener waren volgens hen bouwconcern Bredero en dochteronderneming Empeo, verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het project. 'Beton voor Utrecht, goud voor Bredero,' scandeerden de betogers. 'Die protesten,' zegt Feddes nu, 'waren vervelend. Een beetje dom vond ik ze eigenlijk. Maar dit waren dan ook mensen die niet wisten welke problemen wij hadden opgelost. Een jongere generatie die geen idee had wat voor troep het hier was geweest, en hoe uitzichtloos de situatie eind jaren vijftig was.' 

Windtunnelproeven
'Volgens berekeningen groeide de agglomeratie Utrecht met zo'n tienduizend inwoners per jaar. Het winkelende publiek was volledig aangewezen op de oude binnenstad, die daarop nauwelijks was toegerust. Het treinstation was omstreeks 1960 vrijwel onbereikbaar. Een apart busstation was er niet. Streekbussen stonden in de zijstraten. Wegen dreigden dicht te slibben en er was een groot parkeerprobleem.' 
          Dat besefte ook het toenmalige stadsbestuur. Al sinds het begin van de jaren vijftig werden er plannen gesmeed om de zogeheten 'city-functies' uit te breiden en de verkeerssituatie te verbeteren. 'Utrecht wilde flink wat hoge gebouwen in het oude centrum,' aldus Feddes. 'De Neudeflat van begin jaren zestig is daar een voorbeeld van. Voor het oplossen van de verkeersproblematiek lieten ze een verkeersplan maken, door een Duits bureau, want zoiets was in Nederland geloof ik nog niet eerder gebeurd.' 
          Het Utrechtse verkeersplan van 1957 loog er niet om. Feddes: 'Er zou een ringweg komen op de plaats van de singels en er waren vier brede wegen gepland, dwars door de oude stad. Straatverbredingen, verkeersdoorbraken en singeldempingen zouden onvermijdelijk zijn. En het gemeentebestuur keurde het plan goed.' Net als in Amersfoort en Amsterdam, waar vergelijkbare plannen circuleerden, dreigde de oude binnenstad te worden opgeofferd aan de grootstedelijke aspiraties van burgemeester en wethouders. Een storm van protesten brak los. Vanuit Den Haag liet minister Marga Klompé, die monumentenzorg in haar portefeuille had, weten dat de singels van Utrecht monumenten waren, en dus behouden dienden te blijven. 
          Een bestuurlijke impasse was het gevolg. Feddes hoorde ervan via zijn gesprekspartners bij de Nederlandse Spoorwegen, die de hulp van Empeo hadden ingeroepen om iets te doen aan de parkeerproblemen rond het station. 'Wij dachten: waarom lossen we beide problemen niet samen op? De uitbreiding van het stadscentrum en de toegankelijkheid van het station konden we tegelijk aanpakken,' zegt Feddes. 'Met dat idee zijn we rond de tafel gaan zitten met de hoofddirecteur van de NS, de burgemeester en de betrokken wethouders. Als ik het me goed herinner, vond dat gesprek plaats in maart 1962. We spraken af dat Empeo in oktober 1962 met een uitgewerkt plan zou komen.' 
          Empeo bestond toen nog maar net. Het was kort tevoren opgericht door moederbedrijf Bredero, een van 's lands grootste bouwondernemingen. 'Ik was in 1960 bij Bredero komen werken als algemeen bedrijfsleider. Anderhalf jaar later kreeg ik de leiding over de zojuist opgerichte N.V. Maatschappij voor Projectontwikkeling Empeo. Het was een leuke tijd. Projectontwikkeling was voor Nederlandse begrippen een vrij nieuw fenomeen. Het sloeg enorm aan. We werden overal in het land door gemeentes gevraagd om eens te komen kijken en groeiden snel. We lieten niets aan het toeval over, alles werd onderzocht. We peilden de consumentenbehoeftes, onderzochten de groei van de dienstensector, berekenden het gebruik van de voetgangerstraverse en deden windtunnelproeven.' 

Functionalisme
Empeo's wetenschappelijke aanpak sloot aan bij de functionalistische opvattingen van het architectenteam. 'Voor de vormgeving van de gebouwen kwamen we uit bij een generatie architecten die hun studie kort na de oorlog hadden afgerond, toen ik begon met mijn studie civiele techniek: Bart van Kasteel, K.F.G. Spruit en Joost van der Grinten. Ik kende die jongens nog van de Technische Hogeschool.' In hun ontwerpen volgde de vorm de functie - vandaar de term 'functionalisme'. 'Wat wij deelden was een afkeer van het traditionele bouwen, dat tijdens de jaren dertig en veertig in Delft school had gemaakt.' 
          Met de definitieve doorbraak van het functionalisme in de jaren vijftig maakten de bakstenen en het hout van de traditionalisten plaats voor betonbouw; geprefabriceerde elementen vervingen het ambachtelijke handwerk, en de eenvoudige, traditionele vormen maakten plaats voor grootschaligheid en 'strakke architectuur', zoals Feddes het uitdrukt. 'Een functionalistische architect als Le Corbusier zocht functionele oplossingen voor de problemen van het heden. Zoals gescheiden verkeersstromen, een principe dat het bureau Van den Broek & Bakema in Nederland introduceerden en dat door ons bij het ontwerpen van Hoog Catharijne werd overgenomen.' 
          Feddes erkent dat daar ook nadelen aan kleefden: 'Omdat de voetgangers op een hoger niveau lopen en de begane grond voor auto-, bus-, en bedieningsverkeer bestemd is, is Hoog Catharijne er op straatniveau niet interessant uit komen te zien.' Een ander nadeel, vertelt Feddes, was de grootschaligheid van het project. 'Dat hebben we ook al in het plan van oktober 1962 geschreven: dat het grootschaliger werd dan je eigenlijk zou wensen. Alleen kon het niet anders. Er lag een uitgebreid programma van eisen voor een groot stuk van de stad, en daaraan kon alleen worden voldaan als het in één beweging zou worden gerealiseerd. 
          Tegenwoordig krijg je te maken met allerlei bezwaarprocedures, met belangenorganisaties die zich zichtbaar willen maken, maar dat was toen nog niet het geval. Wij konden nog zeggen: "Wij maken het zo", en we hebben het geluk gehad dat er heel lang betrouwbare en kundige wethouders zaten. En ook,' voegt hij nog snel toe, 'dat het bestemmingsplan vaststond toen de gemeenteraad slap in de knieën werd. Vanaf 1968 lag alles muurvast, en dat was bijzonder frustrerend voor nieuwe raadsleden.' 

Consumptiemaatschappij
Dat bleek rond 1970, toen het maatschappelijk tij keerde en een nieuwe generatie aan de macht kwam. Opeens leek het project in een spagaat te staan. Het was gebouwd in een periode die nog de gemoedelijkheid van de wederopbouw uitstraalde. Maar het werd in gebruik genomen in een tijd die gekenmerkt werd door polarisatie en verharding. 'Wat wij bijvoorbeeld niet hebben kunnen voorzien is de opkomst van de drugsproblematiek en het feit dat de politie de veiligheid gewoonweg niet kon garanderen.' 
          Ook politiek gezien brak er begin jaren zeventig een nieuw tijdperk aan. De gemeenteraadsverkiezingen veroorzaakten een aardverschuiving: in plaats van de oude confessionele partijen bepaalden nu D66 en het progressieve akkoord van PvdA, PSP en PPR de toon. De nieuwe garde was het denken in termen van cijfers en centen zat. Feddes: 'Het was een intellectuele generatie die Hoog Catharijne zag als een monument van de consumptiemaatschappij. Oudere Utrechters hadden er geen problemen mee. En het gewone publiek kwam in stromen naar Hoog Catharijne. 
          De kern van het verzet was de kraakbeweging. Studenten, die nog maar pas in Utrecht woonden en het gewoon leuk vonden ergens tegenaan te schoppen. Zij hielden huizen bezet die wij wilden slopen.' Hun protesten tegen sloop wekten de indruk dat er historisch gezien veel waardevols voor Hoog Catharijne moest wijken. Het tegendeel is volgens Feddes waar - en dat verklaart misschien ook wel het aanvankelijke enthousiasme voor de plannen van Empeo. 'Ook wij vonden dat het centrum niet geschikt was voor grootschalige nieuwbouw, dat je de oude stad intact moest laten. Er is altijd beweerd dat de singels moesten worden gedempt omdat Hoog Catharijne er kwam. Wethouders zeiden dat wij hun daartoe verplicht hadden, maar dat was onzin. De gemeente wilde dempen, niet wij. Het zou ons een zorg zijn geweest of het water was gebleven of niet. We gingen er toch met een voetgangerstraverse overheen.' 
          Nu is Jugendstil in,' besluit Feddes met een stille verwijzing naar De Utrecht, het historisch waardevolle Jugendstil-pand dat onder druk van de projectontwikkelaars is gesloopt, 'maar ik weet zeker dat functionele architectuur ook weer eens in de mode komt. Er is in Nederland niets zo groot en ingrijpend functioneel gebouwd als Hoog Catharijne, en het erfpachtcontract loopt nog tot 2070, dus dat complex blijft er rustig staan. Ooit wordt Hoog Catharijne nog eens een monument, een monument van de functionele architectuur.'

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld hoe de Stasi tijdens de Koude Oorlog spioneerde in Nederland, waarom we 1968 kunnen bestempelen als rampjaar en wat ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog in hun dagboek schreven.