Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 6/2001

Vijftig jaar geleden: Jean Nelissen over honderd jaar Tour de France

‘Zijn hart stond stil, maar zijn Pontiac liep’

Door: Jurryt van der Vooren
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
De val van wielrenner Wim van Est in een ravijn in 1951, vijftig jaar geleden, kwam niet alleen hard aan bij de renner. Het jaar markeerde de opkomst van Nederland in het grootste wielerevenement ter wereld. Wielerverslaggever Jean Nelissen vertelt over bijna een eeuw Tour de France en de groeiende populariteit van het evenement in Nederland.

‘Zoals het hoort bij topsport, dook de commercie meteen op de val van de Nederlandse renner Wim van Est in het ravijn, 16 juli 1951. De verrukte sponsor Pontiac, van de horloges, plaatste de volgende dag deze advertentie: “Tik, tak, Pontiac. Wim van Est viel zeventig meter diep, zijn hart stond stil, maar zijn Pontiac liep.”’
        Jean Nelissen (65) is een wandelende encyclopedie op wielergebied. Hij gaat deze zomer voor de dertigste keer naar Frankrijk. Hij doet geen rechtstreeks verslag meer van de tour, maar schrijft om de dag een column in NRC Handelsblad. Nelissen is de bekendste wielerverslaggever van ons land, dankzij zijn enorme kennis en zijn deskundige, bourgondische manier van becommentariëren. Legendarisch is zijn reactie op de televisie na een overwinning van sprinter Jeroen Blijlevens in 1995. Mart Smeets, door het dolle heen, riep: `Blijlevens! Blijlevens! Zeg me na, Nelissen! BLIJLEVENS!' En Nelissen zei het na, maar zonder een spoor van emotie, zo vlak als asfalt na een stoomwals.

Waarom maakte de val van Wim van Est in het ravijn hier zoveel indruk?
`Van Est en Wout Wagtmans zorgden begin jaren vijftig voor de tweede populariteitsgolf van de Tour in Nederland – de eerste was in 1936, toen Theo Middelkamp een zware etappe won. Van Est won in 1951 de etappe in Dax en mocht als eerste Nederlander de gele trui dragen. Hij kon de Tour niet winnen, maar probeerde zijn trui een aantal dagen te verdedigen. Tijdens de afdaling van de Aubisque viel hij in elke bocht, maar de eerste twee keer stond hij weer op – hij is niet voor een kleintje vervaard. De derde keer is hij door een lekke band met die gele trui het ravijn in gereden. Hij werd met aan elkaar geknoopte fietsbanden weer omhooggehesen. Dat was voor het inmiddels aanwezige tourlegioen in Nederland een buitengewoon shockerende ervaring.'

Waar komt de Tour de France eigenlijk vandaan?
`Alle grote wielerwedstrijden zijn ontsproten aan het brein van lieden die een sportkrant hadden en deze wilden promoten. Rond de eeuwwisseling had je in Frankrijk vijftien wielerbladen, die elkaar naar de kroon staken. In de onderlinge concurrentiestrijd opperde Henri Desgrange van L'Auto, de voorganger van L'Equipe, in 1903 het idee: ``Laten we een Ronde van Frankrijk houden.'' Dat was in die dagen een geweldig avontuur, en zo kon het gebeuren dat zestig avonturiers in juli 1903 begonnen aan een rit over zes etappes. Etappes van vier- à vijfhonderd kilometer dwars door Frankrijk. Er deden natuurlijk voornamelijk Fransen mee, een verloren Italiaan en een paar Belgen. Maar ook toen ging het al om geld. De winnaar, Maurice Garin, kreeg twintigduizend francs. Dat was een enorm kapitaal, als je weet dat een fatsoenlijke auto in 1903 zo'n vierduizend francs kostte.'

Was de Tour meteen een succes?
`Er was veel weerstand, vooral in het begin. In dorpen had je een maximumsnelheid van vijf kilometer. Maar de renners joegen op hun fietsen met 25 kilometer per uur door die gehuchtjes. Het vee werd onrustig en boeren sloegen met knuppels op de renners in. De gendarmes deelden tientallen bekeuringen uit. Die boetes kwamen terecht op het bureau in Parijs en werden van het prijzengeld ingehouden. Je moest dus uitkijken. Er waren trouwens ook supporters die renners bedreigden. Bepaalde clans keerden zich tegen de rivaal van hun favoriet. Ze sloegen hem en probeerden hem met auto's van de weg af te rijden.
        De massale belangstelling voor het evenement ontstond in de jaren dertig. Dat kwam door een Franse minister die bepaalde dat juli vakantiemaand zou worden, met behoud van loon. Toen werd de Tour pas echt populair; hij werd het symbool van vakantie, van plezier en ontspanning.'

Waarom is de Tour de belangrijkste wielerwedstrijd ter wereld geworden?
`Wel, Frankrijk is het moederland van de wielersport. De eerste grote wedstrijden werden er al verreden in 1890, met monsterritten van 1200 kilometer. Bovendien is Frankrijk uitstekend geschikt voor zo'n wielerronde. Je hebt een heel afwisselend parcours, met de Alpen, de Pyreneeën. Italië heeft ook een mooi parcours, maar de Dolomieten zijn de Alpen niet. Het is in Frankrijk allemaal grootser. Wat ook meespeelt is het klimaat, en het feit dat Frankrijk een vakantieland is. Je ligt je tien dagen op de camping stierlijk te vervelen, en dan komt daar ineens een gratis spektakel voorbij: de Tour de France. Ook de Nederlanders werden op deze manier door de Tour gegrepen – en door de successen van onze wielrenners natuurlijk.'

Wanneer is die populariteit van de Tour in Nederland begonnen?
`Wij zijn het dichtstbevolkte fietsland ter wereld, maar gebruikten de fiets vooral als vervoermiddel. En onze nationale wielerkampioenschappen hebben wij jarenlang op het circuit gehouden. Nederland had als wielrennende natie lange tijd geen specialisten op de weg. Je kon hier niet zomaar wegwedstrijden organiseren; je moest een speciale ontheffing hebben. Daarom was er tot de jaren dertig geen animo voor het wegrennen. In die tijd druppelde er over de Tour slechts mondjesmaat informatie binnen via de radio. Wel werden er filmpjes gemaakt; die werden per trein naar Parijs vervoerd en een dag later vertoond in de Nederlandse bioscoopjournaals.
        De eerste populariteitsgolf van de Tour de France in Nederland begon in 1936, toen de Zeeuw Theo Middelkamp, die nog nooit een berg had gezien, een zware bergetappe won in Grenoble. In 1939 eindigde Jan Lambrichts als achtste in het eindklassement. Dat was nog nooit eerder gebeurd: een Nederlander in de top-tien van de Tour de France. Bij terugkeer werd die man in Bunde bij Maastricht opgewacht door twintigduizend enthousiaste mensen die hem wilden huldigen.
        Daarna had je Willem van Est, en uiteindelijk werd Jan Janssen in 1968 onze eerste Tour de France-winnaar. Duizenden Nederlanders doorbraken het kordon toen hij in Vincennes bij Parijs de zegevierende tijdrit afsloot. De Nederlanders liepen de politie omver bij de wielerbaan en droegen Janssen in triomf op de schouders. Maar ik heb in Parijs nog nooit zoveel Nederlanders gezien als in 1980, toen Joop Zoetemelk de Tour won. Er stonden bij de Arc de Triomphe 380 autobussen met een Nederlands kenteken. In de metro werd alleen maar Nederlands gesproken. Ik denk dat er tussen de dertig- en veertigduizend Nederlanders langs de finish stonden.'

Heeft het Nederlandse wielrennen zich door de Tour de France sneller geprofessionaliseerd?
`Ja, natuurlijk. Er was ten opzichte van de Latijnse landen een grote achterstand wat medische verzorging en techniek betrof. In de jaren vijftig reisden onze wielrenners nog per trein van Breda naar Parijs met alleen een stuur en een zadel; de rest kregen ze uitgereikt in Parijs. De Fransen, Italianen en Spanjaarden waren al veel verder; die hadden uitgekiende fietsen. De Tour was het jaarlijkse hoogtepunt voor de Nederlandse wielrenners. Die mannen keken om zich heen en zagen hoe de grote sterren het deden. Ze leerden snel.'

Hoe groot is de Nederlandse inbreng in de Tour geweest?
`Nederland heeft zo'n 140 etappes en twee keer het eindklassement gewonnen. Veel Nederlanders zijn in Parijs bij de top-vijf geëindigd: Wout en Rini Wagtmans, Peter Winnen, Erik Breukink, Johan van der Velde, Joop Zoetemelk. Na Frankrijk, Spanje, Italië, Luxemburg en België behaalt Nederland in de Tour de beste resultaten.'

Waarom had Nederland eerst bijna niemand die succes had kwam, en daarna juist weer heel veel goede renners?
`Dat is in alle landen zo. Kijk naar Frankrijk: dat heeft momenteel niemand op aanvaardbaar niveau, terwijl het een groot wielerland is. Niemand! Dat kan gebeuren. Of Luxemburg; het heeft de Tour nu vijf keer gewonnen, dat kleine landje met zijn 350.000 inwoners. Maar ja, de laatste vijftien jaar hebben die Luxemburgers per hoofd van de bevolking een van de hoogste inkomens in Europa. Dan gaat niemand meer wielrennen, want een goede wielrenner wordt in armoede geboren.'

Wat zijn de belangrijkste veranderingen rond de Tour?
`Toen ik eind jaren zestig als televisieverslaggever begon, zaten we met vijf heertjes op een verhoginkje met een piepklein zwart-witmonitortje de Tour te verslaan. Als ik nu kijk, zie ik vijftig tot zestig collega's op de tv-tribune zitten, tot aan Amerikanen toe. De Tour wordt nu uitgezonden in honderd landen. En de commercie natuurlijk. Door de grote sponsoren is het budget gestegen tot 80 miljoen. Tot vijftien jaar geleden moest een ploeg tussen de 135.000 en 150.000 gulden betalen om alsjeblieft te mogen meedoen. Nu wordt alles voor ze betaald. En het prijzengeld is gestegen: de winnaar krijgt 900.000 gulden. Dat is niet niks.'

En de afkomst van de renners? Ze komen nu overal vandaan.
`De grote ploegen zijn op enkele uitzonderingen na gevestigd in de traditionele wielerlanden. Maar die ploegen maken wel dankbaar gebruik van Colombianen en Mexicanen. De Zuid-Afrikanen komen eraan; de Scandinaviërs doen van zich spreken. Ik kan me de dag nog goed herinneren dat er een Rus polshoogte kwam nemen bij de Tour. Hij maakte hele rapporten voor het ministerie van Sport in Moskou. En nu? Russen, Letten, mensen van de Balkan – noem maar op.'

Hoe ziet u de toekomst van de Tour?
`Veel groter kan niet meer, want hij barst nu al uit zijn voegen. Waar kun je nog zo'n vijfduizend auto's bergen? En dan reken ik nog niet eens de supporters mee die de Tour volgen; dat zijn er ook nog eens duizenden. De capaciteit is gewoon op. De Tour vindt plaats in de topvakantiemaand juli. Dan zijn alle hotels toch al volgeboekt, en raast daar ook nog een karavaan van zo'n vijf- tot tienduizend mensen door de streek heen. Afhankelijk van hoe de Franse renners het doen, staan er elk jaar zo'n 15 miljoen mensen langs de weg.'

En de dopingproblemen?
`Die moeten ze met kop en staart uitroeien. De overheid pikt het niet meer, zeker niet die van Frankrijk. Hier zijn ze laconiek; ze zeggen dat het geen prioriteit heeft. Maar Frankrijk stelt die prioriteit wel. De huidige regering wil absoluut een schone sport.
        Uiteindelijk is de Tour zo sterk dat hij alles overleeft. Coca-Cola wil zich terugtrekken als sponsor. Nou en? Daar springen toch tien nieuwe sponsors in? Waar vind je een publiciteitspodium met 1138 journalisten, vijftig televisiestations, uitzendingen in honderd landen? En dat elk jaar! Waar vind je dat?'

Jurryt van de Vooren is sporthistoricus.

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld hoe de Stasi tijdens de Koude Oorlog spioneerde in Nederland, waarom we 1968 kunnen bestempelen als rampjaar en wat ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog in hun dagboek schreven.